Troonrede

Nu door de diepgaande verwaarlozing van het geschiedenisonderwijs de parate kennis van belangrijke historische gebeurtenissen bij het Nederlandse volk verloren dreigt te gaan, geeft de regering in de jongste Troonrede een kleine bijdrage tot herstel door in het komende jaar een officiële herdenking te doen plaatsvinden van een drietal historische feiten:

1. De Vrede van Munster van 1648; 2. De Grondwet van 1848; 3. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948.

Waarschijnlijk beneveld door de droombegroting voor het jaar 1998 gaat de regering geheel voorbij aan een herdenking van de Grondwet van 1798. Het was de eerste Grondwet die ons de staatkundige eenheid gaf, die sedertdien de grondslag voor alle volgende grondwetten vormde.

Voorts gaf deze Grondwet ons het eerste door het volk gekozen parlement en werd een Verklaring van de Rechten van de Mens, bevattende de burgerlijke en staatkundige grondregels, daarin verankerd. Niemand minder dan Thorbecke heeft reeds in woord en geschrift gewezen op de fundamentele betekenis van de Grondwet van 1798 voor de nadien volgende grondwetten.

Ook een herdenking in Nederland van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens kan toch niet plaatsvinden zonder vermelding dat een desbetreffende verklaring reeds in 1798 in onze grondwet opgenomenwerd.

Er moet dus wel een bijzondere invloed op de paarse coalitie uitgeoefend zijn om deze legislatieve arbeid in de periode 1795-1813 als niet geschreven te beschouwen.