Tientallen Russische 'mini-kernbommen' vermist

De Sovjet-Unie heeft nooit 'mini-kernbommen' gemaakt, aldus het Kremlin. Dus kunnen ze ook niet zoek zijn. Een gotspe.

ROTTERDAM, 27 SEPT. Het Kremlin heeft zichzelf in de affaire over zogeheten 'mini-kernbommen' in ernstige verlegenheid gebracht. Eerder deze maand betichtte de voormalige Russische veiligheidsadviseur en ex-generaal Aleksander Lebed de Russische politieke top ervan de vermissing van meer dan tachtig draagbare atoombommen te verzwijgen. Lebed meldde op een persconferentie in de Japanse hoofdstad Tokio dat de tientallen bommen na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie onder andere waren achtergebleven in de onafhankelijk geworden voormalige Sovjet-republieken Georgië, Kazachstan en de Oostzeelanden. De bommen, die eruit zien als reiskoffers en slechts dertig kilo wegen, zouden sindsdien als vermist staan geregistreerd.

Aanvankelijk stelden woordvoerders van het Kremlin na de aantijgingen van Lebed dat de draagbare atoombommen helemaal niet kwijt waren. Maar nadat Lebed en enkele andere voormalige topfunctionarissen, waaronder de vroegere presidentiële milieuadviseur Aleksej Jablokov, hun beschuldigingen hadden herhaald, gooide generaal Igor Volynkin, woordvoerder van het Russische ministerie van Defensie, begin deze week olie op het vuur door te stellen dat dit type atoombommen helemaal niet bestaat. Het zou technisch wel mogelijk zijn om dergelijke kleine nucleaire ladingen te maken, aldus de generaal. “Maar dat zou uiterst kostbaar en ondoelmatig zijn”.

De stugge ontkenning van het bestaan van deze categorie nucleaire ladingen is op zijn minst opmerkelijk te noemen, aangezien het een publiek geheim is dat alle grote atoommachten al tientallen jaren beschikken over deze zogeheten backpack-nukes. Deze 'rugzak-atoombommen' waren vooral bestemd voor sabotage-eenheden, zoals de Russische Spetsnaz, de Britse Special Air Service, SAS, of Amerikaanse SEAL's, wat staat voor: SEa Air Land. De ladingen die deze eenheden bij hoogwaardige doelen achter de linies moesten plaatsen, heetten Special Atomic Demolition Munitions, SADM. Deze taktische nucleaire ladingen zijn tot 1989 in gebruik geweest, maar zijn sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie door middel van een Russisch-Amerikaans verdrag uit de wederzijdse arsenalen verwijderd. Vermoed wordt dat Amerikaanse troepen ongeveer honderd SADM's in West-Duitsland voorhanden hadden en enige tientallen in Zuid-Korea.

De SADM's wogen ongeveer zeventig kilo, een last die standaard door dergelijke speciale eenheden over grote afstanden worden versjouwd. Het Amerikaanse leger beschikte in de jaren zestig zelfs over een nog kleinere atoombom die de Davy Crockett werd genoemd. De 'Crockett', waarvan er zo'n 2.100 werden geproduceerd, woog slechts 25 kilo en moest met behulp van een 'atoombazooka' worden afgevuurd. Het maximale bereik bedroeg zo'n vijf kilometer. Ook sommige reguliere eenheden werden getraind in het gebruik van iets grotere atoom-mijnen. De Nederlandse genie-troepen hadden de 'atoomtaak' in het geval van een conflict met het Warschaupact zulke mijnen te plaatsen.

De Russische onenigheid over het al dan niet zoek zijn en het bestaan van de mini-kernbommen - “die ideaal zijn voor nucleair terrorisme”, aldus Lebed - geeft de discussie over de smokkel van nucleair materieel uit de vroegere Sovjet-Unie nieuwe zuurstof. Amerikaanse veiligheidsdeskundigen hebben bij herhaling beweerd dat de Russische controle over het kernarsenaal niets te wensen overlaat. Geruchten over de smokkel van twee kleine tactische kernladingen vanuit Kazachstan naar Iran wijzen zij dan ook als verzinsels van de hand. Ook de smokkel van radioactieve stoffen wordt over het algemeen niet als een serieuze bedreiging gezien. Weliswaar verdwijnen uit Russische laboratoria weleens radioactieve isotopen, die vervolgens te koop worden aangeboden, maar in de schaarse gevallen dat dit onontdekt blijft is daarmee nog niet eenvoudig een atoombom te maken.

Het ernstigste geval van kernsmokkel deed zich enkele jaren geleden in Duitsland voor, toen op de Münchense luchthaven een kleine hoeveelheid plutonium werd onderschept. “Wie uranium of plutonium wil smokkelen, zou wel gek zijn om dit via de goed bewaakte Duitse grens te doen”, merkte toen een analist op. “De potentiële klandizie voor kernmateriaal zit in het Midden-Oosten en de dichtbij gelegen Russische zuidgrens is zo lek als een mandje.”

Dit geval bleek toen inderdaad een opzetje van de Duitse geheime dienst om de politiek, die sceptisch stond ten opzichte van de kernsmokkel, te alarmeren.

Wel wordt export van nucleaire know-how door de emigratie van kerntechnologen vanuit de voormalige Sovjet-Unie naar landen die hen een goed salaris bieden, riskant geacht. Maar dan pas op de lange termijn.