Stop het misdadige lawaai op straat

Is Nederland na de manifestaties van vorige week vrijdag veiliger geworden? Neen. Ik zou bijna zeggen: uiteraard niet.

Het indrukwekkende signaal van menselijke ketens, minuut-stilte, bloemen en gedenkingen is misschien niet eens doorgedrongen tot onze jonge, meestal mannelijke, te veel zuipende medeburgers. Het afgelopen weekeinde was het in de Amsterdamse binnenstad, en ook elders naar ik heb begrepen, in ieder geval weer als vanouds: pissende, aan fietsen en straatmeubilair rukkende, gillende jongens.

Daar zijn natuurlijk tal van redenen voor. Eén daarvan blijft nu systematisch onderbelicht: de lawaaiproduktie die het uitgaansleven vele nachten per week uitbraakt. Geweld is immers de overtreffende trap van lawaai. Met lawaai komen we in een andere categorie van menselijke communicatie terecht, waarin respect, rekening houden met, en de menselijke maat uitgebannen zijn. Meestal ontstaat geweld in een sfeer waaraan hard gillen, schreeuwen en brallerig zingen vooraf gaat.

Niemand kan mij duidelijk maken dat dat 's avonds na elf uur en 's nachts getolereerd hoeft te worden. De wet laat daarover ook geen misverstand bestaan. Lawaai is geen natuurverschijnsel. Maar het is wel toegenomen. De muziekindustrie verkoopt ons waanzinnige hoeveelheden decibellen, en heeft belang bij een constante stroom van geluidsproductie, ook in café's.

Om elkaar te verstaan moet je hard schreeuwen en dat gaat daarna op straat gewoon door. Lawaai is pret en anders heb je niet geleefd.

Het gevolg is dat we onze dagen en nachten moeten slijten in te lawaaierige omgevingen.

Het nachtelijk lawaai zou tot nul gereduceerd moeten worden. Onze binnensteden zijn geen pretparken, er wonen ook mensen die gewoon willen slapen. Maar het lawaai moet daarnaast uitgebannen worden om redenen van veiligheid.

Agressie gedijt in lawaai. Het is het springkussen dat je het gevoel geeft dat je de hele straat, de stad, het leven aankan. Het is de opperste vorm van in-bezit-name, van heer en meester zijn. De rest volgt daaruit, soms met dodelijke afloop.

Gangs die op berovingen uit zijn, vallen in die nachtelijke puinhoop niet op. Dat maakt het toeslaan des te makkelijker.

Lawaai is de versneller van de effecten van dronkenschap. Daarom moet lawaaiproductie bestreden worden. De politiek kan daar veel aan doen. Een café waar jongens uitkomen terwijl ze lawaai maken, krijgt één waarschuwing. De tweede keer gaat het dicht. Cafébazen moeten zelf maar uitzoeken hoe ze hun jong-volk in de hand houden, op straffe van het verlies van de vergunning.

Let maar op, als brouwerijen en uitbaters sluitingen boven hun hoofd voelen hangen, kunnen ze ineens heel creatief worden. Ze leren dan heel snel hoe drankgebruik en lawaaierige klanten binnen de perken gehouden kunnen worden.

Misschien moeten ze met iets minder winst genoegen nemen. Bovendien, wat is er vies aan een beleid van openings- en sluitingstijden, ook van cafés en fritestenten?

Toegegeven, er wordt ook lawaai, veel lawaai, bijpassende agressie en gepis geproduceerd iets verder weg van café en fritestent.

Maar toch is het merkwaardig van politici te vernemen dat de inzet van politie niet de aangewezen weg is. Er zijn perioden geweest dat het 's nachts gewoon rustig was op straat, en er zijn steden en stadjes in de wereld waar dat nog steeds het geval is.

Het enige wat bij ons nu nog stil is, is het politieke antwoord. Toch zal dat nu moeten komen. Daar helpt geen broertje dood aan - of, om het cynisch te zeggen, juist wel.

Er moet iets ondernomen worden, waardoor de veelbesproken en zinvolle burgerzin weer een kans krijgt.

Een expliciet lawaai-beleid bestaat tot nu toe in vrijwel geen enkele gemeente. Als het lawaai de spuigaten uitloopt wil de politie weleens ingrijpen, maar daarna duikt het snel weer elders op. Het uitbannen van dit fenomeen is dan ook geen eenvoudige opgave.

Maar in het begin van de kraakperiode heeft de politie ook geleerd hoe ze uitzettingen voor elkaar moest krijgen. Het intomen van nachtelijk lawaai moet te leren zijn.