Rapportcijfer voor Melkert en Wijers

Hoeveel geluk, hoeveel wijsheid? Dat was de eerste vraag bij veel bijeenkomsten en tv-uitzendingen over Prinsjesdag van de afgelopen twee weken.

Om met het hoofdstuk geluk te beginnen: de hoge economische groei is nauwelijks een verdienste van onze ministers. Bijna overal ter wereld gaat het economisch goed en dat helpt een klein, handeldrijvend land als Nederland nog eens extra. Bovendien hoefde Nederland niet meer paniekerig te bezuinigen om mee te mogen doen met de ene munt, omdat eerdere kabinetten de overheidssector al een stuk goedkoper hadden gemaakt.

Minister Zalm (Financiën) kon daardoor vanaf de start van het kabinet werken met een verstandig vierjarenplan voor de uitgaven. Nederland kwalificeert zich nu comfortabel en moeiteloos met mooie cijfers voor 1997 en nog betere vooruitzichten voor 1998. Maar ook onder zulke gunstige omstandigheden moeten ministers nog regeren en hoe succesvol waren zij daarin?

Voor wat betreft de belangrijkste taak van dit kabinet - méér werk - bestaat er een nuttige lijst uit 1996 die aangeeft wat het kabinet eigenlijk zou moeten bereiken. Ik gebruik die catalogus van nieuw beleid, opgesteld door de OESO in Parijs, om te turven hoe succesvol de twee meest betrokken ministers, Melkert en Wijers, zijn geweest om onze economie klaar te maken voor méér banen en minder uitkeringen. De wenslijst van de OESO telt in totaal zestien punten op de terreinen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Melkert) en Economische Zaken (Wijers). Ze vormen de vertaling voor Nederland van een grote eerdere OESO-studie naar de hardnekkige werkloosheid in Europa. Ik vat de zestien punten heel kort samen en geef per onderdeel maximaal één punt aan de betrokken minister. Eerst Melkert.

Uitzonderingen op het algemeen verbindend verklaren van CAO's. Terecht opgenomen in het Regeerakkoord, maar genegeerd door Melkert, waarschijnlijk om instemming van de vakbeweging te kopen voor belangrijke successen elders. Toch heel belangrijk, want startende bedrijven moeten de vrijheid hebben om (tijdelijk) wat lagere salarissen te betalen dan de grote broers in hun sector. (0 punten)

Versoepeling van het wettelijk minimumloon. Jarenlang een idiologisch debat dat geen centimeter opschoot, maar dankzij Melkert nu belangrijke stappen in de goede richting door lagere bruto arbeidskosten voor de werkgever. Zo dalen de bruto loonkosten, terwijl toch het netto minimumloon voor de werknemer intact blijft.(0,5 punt)

Betere beloning voor laagbetaald werk, bijvoorbeeld door een belastingteruggaaf aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Stapjes in de goede richting, bijvoorbeeld door de aangekondigde verhoging van het arbeidskostenforfait. Ook uitbreiding van de gesubsidieerde kinderopvang helpt mee om te bereiken dat betaald werk ten minste meer oplevert dan een uitkering.(0,5 punt)

Meer ruimte voor tijdelijke contracten en eenvoudiger ontslagprocedures. Hier is veel bereikt, zeker in vergelijking tot de omringende landen. Een onderwerp waar Duitsland, Frankrijk en Spanje jaloers kunnen zijn op Nederland. (1 punt)

Meer vrijheid voor uitzendbureaus. Ook gerealiseerd door Melkert. (1 punt)

De één-loket-gedachte. Beloofd in het Regeerakkoord, maar niet precies uitgewerkt. Een aarzelende start van Flip Buurmeijer met nog veel te weinig helderheid over de bevoegdheden van de verschillende partijen. (0,5 punt)

Concurrentie voor de arbeidsbureaus; vrijheid voor gemeenten en uitvoeringsinstanties om ook andere partijen in te schakelen. Toegezegd op termijn, maar nog geen realiteit. (0,5 punt)

Sterker sanctiebeleid in de bijstand en bij de uitvoeringsinstanties. Met tegelijkertijd een passende rechtsgang voor wie onheus wordt behandeld. Nog weinig voortgang, onder meer door problemen bij de gegevensuitwisseling tussen de verschillende instanties. (0 punten)

Sociale partners weg uit de uitvoering van de sociale zekerheid. Deels gelukt. (0,5 punt)

Aanmoediging van actiever zoekgedrag door werklozen. Grote vorderingen met de Melkertbanen, maar nog steeds verkeerde financiële spelregels tussen Rijk en gemeenten. Vaak ondervinden gemeenten financieel nadeel wanneer ze een extra inspanning leveren om het aantal bijstandsgerechtigden terug te dringen. (0,5 punt)

Een reductie in de VUT-regelingen. Gelukt: in plaats van de VUT komt een pre-pensioen. (1 punt)

Minder WAO'ers. De instroom is helaas nog nauwelijks gedaald. (0 punten)

Royaler financiële steun voor de herintreding van WAO'ers in de arbeidsmarkt. Er komt een nieuwe wet op de reïntegratie, maar die laat nog geen ruimte voor permanente subsidies. (0,5 punt)

Zo scoort minister Melkert 6,5 uit 13 en dat is een knap resultaat voor een bewindsman in een land met coalitieregeringen en een traditie van langdurig en vaak stroperig overleg. Melkerts voorgangers, de ministers De Koning en De Vries, zouden ieder niet meer dan één of anderhalf punt hebben gescoord uit een maximum van 13. Tegelijkertijd blijft er nog veel te wensen over, met name bij de CAO-wetgeving, de precieze uitwerking van de één-loket-gedachte, en de betere reïntegratie van WAO'ers. Ook moeten de beloningen voor de Melkertbanen netto echt een stuk hoger, om te bereiken dat iedereen die vier of vijf dagen werkt substantieel beter af is dan met een uitkering. Allemaal werk voor het volgende kabinet.

Drie belangrijke punten in de lijst van de OESO liggen op het terrein van minister Wijers.

Een nieuwe wet op de mededinging. Aangenomen door de Tweede Kamer. (1 punt)

Méér marktwerking in de publieke sector, met name bij openbaar vervoer, gezondheidszorg, nutsbedrijven en woningcorporaties. Goede wil is er zeker bij de directie marktwerking van Economische Zaken, maar bijna altijd is men afhankelijk van de medewerking van een vakministerie. (0,5 punt)

Voortgaand onderzoek naar deregulering, marktwerking en minder bureaucratie. Belangrijke successen met de winkelsluitingswet en de gereduceerde vestigingseisen; plannen om de inning van sociale premies te laten uitvoeren door de belastingdienst. (0,5 punt)

Zo scoort minister Wijers 2 punten uit een maximum van drie. Opnieuw blijft veel te wensen over, bijvoorbeeld de privatisering van de Nederlandse Spoorwegen en ook meer marktwerking en concurrentie in de elektriciteitssector.Maar ook Wijers bereikte veel meer dan zijn voorganger Andriessen die vier jaar sprak over de winkelsluitingswet, maar geen witte rook uit de schoorsteen kon laten komen. Regelmatig schrijven de media dat Melkert en Wijers niet erg goed met elkaar overweg kunnen. Belangrijker voor de burgers is dat zij wel ieder voor zich de helft van deze OESO-agenda hebben afgewerkt. In de vaak zompige polder geen gek resultaat!