Raming Rijkswaterstaat: Kosten van vliegveld in zee fors hoger

DEN HAAG, 27 SEPT. Aanleg van een groot vliegveld in de Noordzee vergt een totale investering van 47 tot 85 miljard gulden. Dit blijkt uit ramingen die Rijkswaterstaat ten behoeve van de luchtvaartdiscussie heeft uitgevoerd.

Deze bedragen liggen aanzienlijk hoger dan de dertig miljard voor een vliegveld in de Noordzee en de vijftien miljard voor een vliegveld elders die de luchtvaartdiscussie tot dusverre domineerden. Uit de ramingen blijkt ook dat een vliegveld op een andere locatie in Nederland niet substantieel goedkoper is.

Een groot deel van de kosten gaat zitten in de ontsluiting. Indien de nieuwe luchthaven als één geheel moet functioneren met Schiphol is een snelle shuttle-verbinding nodig, die alleen al 15 tot 25 miljard gulden kost. En indien de nieuwe luchthaven zelfstandig functioneert, moeten er wegen en spoorwegen naartoe, wat eveneens miljardeninvesteringen vergt. Bij een vliegveld in zee bedragen de kosten van het eiland zelf slechts tien tot vijftien procent van de totale kosten.

Een deel van het verschil tussen de huidige ramingen van Rijkswaterstaat en eerdere schattingen van anderen is te verklaren uit de manier van ramen. Rijkswaterstaat heeft bij alle 'kale' ramingen een onzekerheidsmarge van 35 procent opgeteld. Het gaat daarbij niet om de onzekerheid in wat een dijk of een landingsbaan kost - dat is vrij precies te berekenen - maar om politieke onzekerheid. De ervaring met grote projecten leert dat de kosten in de loop van de besluitvorming altijd aanzienlijk toenemen, omdat er extra eisen aan het project worden gesteld. Dit is bij de Oosterscheldedam gebeurd, maar ook bij de Betuwelijn en de hogesnelheidslijn. Naarmate de besluitvorming vordert kan deze onzekerheidsmarge worden verlaagd.

Een vliegveld in zee zou op zijn vroegst in 2017 het eerste vliegtuig kunnen ontvangen en op zijn vroegst in 2024 volledig in gebruik zijn. Daarbij is voor de besluitvormingsprocedure, inclusief inspraak en beroepszaken, zeven jaar gerekend. Met verkorting van de proceduretijd met bijvoorbeeld een kwart valt dus op het gehele project nauwelijks winst te boeken.

Ook het bouwen zelf kan niet veel sneller. Voor aanleg van het eiland is bijvoorbeeld 20 à 25 procent van de relevante wereldbaggervloot nodig. Nog meer baggerschepen aantrekken zou de prijs onevenredig verhogen, is de verwachting van Rijkswaterstaat.