Niets kan Blair en zijn partij nog deren

Voor het eerst in negentien jaar kan Labour op het partijcongres, dat maandag begint, een leider toejuichen die tevens premier is. De populariteit van Tony Blair is zo groot, dat hij onaantastbaar dreigt te worden.

LONDEN, 27 SEPT. Het partijcongres van Labour dat maandag begint in Brighton, wordt een euforisch spektakelstuk, een verlaat verkiezingsfeest, een demonstratie van kracht en zelfvoldaanheid. Dat is de inschatting van Richard Heffernan, politicoloog aan de London School of Economics and Political Science.

Anders dan bij de Conservatieven, zegt Heffernan, diende het partijcongres van Labour van oudsher om beleid te maken. Bonden, zusterorganisaties, plaatselijke partijbesturen en individuen hadden werkelijk de kans om de politiek van de partij mee vorm te geven. De laatste jaren is met de modernisering van de partij niet alleen de invloed van vakorganisaties en activisten teruggedrongen, maar ook de medezeggenschap gekneveld. Naarmate Labour de macht onder leiding van Tony Blair steeds verder centraliseerde, hebben partijcongressen steeds nadrukkelijker het karakter van een propagandashow gekregen. Labourbijeenkomsten doen tegenwoordig denken aan conventies van Amerikaanse partijen, zegt Heffernan. Strak geregisseerd en politiek van geen gewicht.

Eenzaam hoogtepunt volgende week zal volgens de Londense politicoloog “de kroning van Blair tot premier zijn”. Het is voor het eerst in negentien jaar dat het partijcongres zijn leider kan toejuichen als voorman van de natie. De verpletterende verkiezingszege van vijf maanden geleden en de vliegende start van de nieuwe regering hebben Labour dronken van succes gemaakt.

Het gezaghebbende Britse zakenblad The Economist riep Blair deze maand al uit tot “prins van het volk”. Naar analogie van “de prinses van het volk”, een eretitel die Blair bedacht voor prinses Diana. Net zoals de dode diva heeft ook Blair zich boven alle kritiek verheven. Zelfs de conservatieve kranten durven geen onvertogen woord over hem te schrijven. Zo groot is zijn populariteit, dat de premier onaantastbaar dreigt te worden. Drie op de vier Britten vinden volgens een opiniepeiling van het bureau Mori dat Blair geweldig werk doet. Als deze maand parlementsverkiezingen waren gehouden, was de overwinning van Labour nog veel groter uitgevallen dan op 1 mei, de Dag van de Arbeid.

Volgens onderzoek van het bureau ICM zou Labour dan 60 procent van de stemmen hebben gehaald, 16 procent meer dan in het voorjaar. De Conservatieven zouden zijn gestrand op 24 procent.

Niemand betwist dat de Labourregering in haar eerste vijf maanden een sterke indruk heeft gemaakt, ook niet de Conservatieven.

Maar er waren ook blunders, ook schandalen, ook tegenslagen. Labour zag zich gedwongen om drie parlementariërs te schorsen op verdenking van malversaties en laster. Een referendum om Wales beperkt zelfbestuur te geven werd maar ternauwernood gewonnen en volstrekt niet overtuigend: maar één op de vier inwoners van Wales sprak zich vóór instelling van een assemblée in Cardiff uit. Twee van de voornaamste beloften die Labour bij de verkiezingen gedaan heeft lijken te stuiten op onoverkomelijke praktische bezwaren. Voor het jeugdwerkgelegenheidsplan blijken binnen het particuliere bedrijfsleven niet voldoende banen. De revolutionaire hervorming van de welvaartsstaat die Labour met veel tamtam had aangekondigd, dreigt vast te lopen voordat ze goed en wel begonnen is.

De Conservatieven zouden om dergelijke missers zijn beschimpt en gestenigd, weet Heffernan zeker. Maar Labour lijkt niets te kunnen deren. Dat komt volgens de Londense politicoloog voor een deel omdat de Labourregering haar beleid briljant verkoopt en een ster is in het manipuleren van nieuws. De andere helft van de verklaring is dat Labour geen serieuze weerstand ondervindt.

De Conservatieven verkeren na hun verpletterende verkiezingsnederlaag nog steeds in een staat van shock. Wanhopig zoeken ze een antwoord op het centrum-linkse populisme van Labour. Tot serieuze oppositie zijn ze niet in staat. Ook critici binnen Labour zelf zijn met stomheid geslagen. Gesmoord in het democratisch centralisme van Nieuw Labour. Verketterd door de heiligverklaring van Tony Blair. Heffernan herinnert eraan hoe Labourpremier James Callaghan in 1978 op het partijcongres belaagd werd en belasterd. “Wie dat volgende week probeert, wordt publiekelijk gelyncht.”

Heffernan verwacht dan ook dat het partijcongres met een verzaligde glimlach alles zal slikken wat de partijleiding opdist. Ook bittere pillen als de bevriezing van de ambtenarensalarissen en de invoering van collegegeld die van oudsher onverteerbaar zijn voor de achterban van Labour. Ook het plan om de invloed van het partijcongres nog verder uit te hollen waardoor volgens Labour-parlementslid Tony Benn “vrijwel alle zeggenschap in handen van de partijleiding komt”.

Benn is één van de weinige Labourpolitici die nog commentaar op de koers van de partij durven geven. Volgens Benn zal Labour aan het eind van deze regeringsperiode veel lijken op de Amerikaanse Democraten “die worden gesteund door de grote bedrijven en nauwelijks nog banden onderhouden met de arbeidersbeweging”. Maar de linkse lieveling van de partij in de jaren zeventig, wordt in het neo-Conservatieve tijdperk als dorpsgek beschouwd.

Hetzelfde geldt in mindere mate voor een andere oudgediende, Roy Hattersley, ex-vicevoorzitter van de Labourpartij. Hij verwijt de leiding dat ze de armen in de steek laat en het ideaal van de rechtvaardige samenleving heeft verraden.

“Dat de partij dit geloof laat varen, heeft van mij voor het eerst in vijftig jaar lidmaatschap een dissident gemaakt”, schreef hij. Zijn verzuchting zal volgende week verloren gaan in het gejuich om de macht.