Moreel risico

IMF: International Capital Markets, Developments, prospects, and key policy issues. Washington, September 1997

De krijgskas waarover risiconemende speculatiefondsen, de zogenoemde hedge funds, kunnen beschikken, is twee à drie keer zo groot als het bruto nationale product van Nederland. Met een vermogen van honderd miljard dollar en de mogelijkheid om tegen de tien keer hun eigen kapitaal te lenen, kunnen ze zo'n één biljoen dollar mobiliseren.

Hedge funds, waarvan het Quantum Fund van George Soros het bekendste is, zijn de commando's van de internationale kapitaalmarkten. Ze zijn de vrees van de financiële en monetaire autoriteiten omdat ze met hun enorme slagkracht onverwacht kunnen toeslaan. De deviezenreserves van centrale banken zijn onvoldoende om een aanval van hedge funds op een munt af te weren. Bovendien vallen ze onder geen enkel toezicht.

“Je kunt ze niet dwingen om hun posities openbaar te maken”, zegt David Folkerts-Landau, onderdirecteur van de onderzoeksafdeling van het Internationale Monetaire Fonds.

“Als men hedge funds wil controleren, valt dat het beste te doen via het Westerse banksysteem dat ze geld leent. De banken vallen onder toezicht.”

De internationale kapitaalmarkten hebben in 1996 volgens Folkerts-Landau een “uitzonderlijk goed jaar” gehad. De omvang van de kapitaalstromen zijn toegenomen. Recordbedragen vonden hun weg naar de Verenigde Staten en naar opkomende ontwikkelingslanden, zo blijkt uit de jaarlijkse studie naar internationale kapitaalmarkten die het IMF deze week heeft gepubliceerd. De komende jaren zullen die bedragen verder toenemen, al was het alleen maar omdat institutionele beleggers zoals verzekeraars en pensioenfondsen van de vergrijzende Westerse landen reusachtige bedragen moeten beleggen. Tegen de 300 miljard dollar per jaar zal daarvan naar opkomende ontwikkelingslanden gaan, verwacht het IMF.

Enorme bedragen, maar de omvang van de internationale kapitaalbewegingen is, percentueel uitgedrukt, nu lager dan aan het einde van de vorige eeuw. De openlegging van het westen van de Verenigde Staten, de expansie van de Amerikaanse industrie, de investeringen in de Russische spoorwegen en de veelbelovende perspectieven in Argentinië trokken toen enorme bedragen aan uit Groot-Brittannië en in mindere mate de rest van Europa. De internationale kapitaalstromen bedroegen tussen de drie en zes procent van de wereldeconomie. Met de crisis van de jaren dertig stortten de kapitaalmarkten in en na de Tweede Wereldoorlog kwam het percentage lange tijd niet boven de twee procent. Op het ogenblik bedragen de internationale kapitaalbewegingen minder dan drie procent van de wereldeconomie.

De Verenigde Staten ontwikkelen zich de laatste jaren tot de draaischijf voor de herverdeling van kapitaal. De instroom van kapitaal is namelijk een stuk groter dan de bedragen die de Verenigde Staten nodig hebben om hun eigen tekort op de betalingsbalans te dekken. De rest wordt opnieuw geëxporteerd naar andere markten.

Hoe groter de bedragen, des te groter ook de risico's. Dat geldt voor de financiële markten van de geïndustrialiseerde landen waar de aandelenkoersen historische hoogtepunten hebben bereikt. De financier George Soros waarschuwde deze week dat de boom op de effectenbeurzen kan omslaan in een bust, maar hij haastte daar aan toe te voegen dat hij dit “eerder later dan vroeger” verwacht en dat het risico beheersbaar zal blijven.

Groter zijn de risico's in opkomende landen, zoals deze zomer met de muntcrises in Zuidoost-Azië is gebleken. Vergeleken met 1990 is de netto-kapitaalstroom naar opkomende landen toegenomen van 45 tot 235 miljard dollar, meer dan een verviervoudiging. Bijna de helft hiervan ging in 1996 naar Azië.

Volgens Folkerts-Landau worden buitenlandse kapitaalverstrekkers afgeschermd van de risico's die ze in opkomende landen lopen doordat ze erop rekenen dat in geval van een crisis het IMF en andere internationale instellingen met een hulppakket zullen toeschieten. Dat is in het geval van Thailand inmiddels gebeurd. Landau: “Thailand illustreert het probleem van de moral hazard.” De particuliere markten lenen veel te lang geld aan risicovolle landen, en instellingen zoals het IMF draaien op voor de kosten van het reddingspakket. “Het zou beter zijn als de particuliere investeerders gedwongen worden daaraan bij te dragen. Dan zullen ze voorzichtiger, of in ieder geval selectiever, zijn met hun investeringen”, meent Folkerts-Landau.

Een van de manieren waarop dat zou kunnen gebeuren is om het risico dat particuliere investeerders in opkomende landen lopen vooraf in de prijs van hun investeringen tot uitdrukking te brengen. Dan hoeft de rekening van een financiële crisis niet achteraf te worden afgewenteld op de centrale banken en het IMF.