Midden-Oosten (1)

In zijn beschouwing 'Midden Oosten vraagt om Europese initiatief' (NRC Handelsblad, 24 september), bepleit Robert Bosch een hardere politiek van Europa tegenover Israel. Hij is volgens het onderschrift werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Bosch legt de schuld voor het gebrek aan vooruitgang van het vredesproces tussen Israeliërs en Palestijnen eenzijdig uitsluitend bij Israel. Verder schrijft hij de terreuracties van de Hamas en de islamitische Jihad toe aan teleurstelling over dit gebrek aan vooruitgang in het vredesproces. In werkelijkheid willen deze twee organisaties in het geheel geen vredesonderhandelingen en zijn zij gekant tegen het bestaan van de staat Israel. Hun acties zijn indirect ook gericht tegen de Palestijnse Autoriteit van Arafat (PA). Dat deze soms de mensenrechten schendt wordt door vele Palestijnen zelf toegegeven.

Bosch ziet een belangrijke rol weggelegd voor de Europese Unie, nu volgens hem de Verenigde Staten weinig meer kunnen doen. Europa moet 'haar economische macht in de regio in politieke macht omzetten', door Israel dat volgens hem economisch bijna totaal afhankelijk is van Europa, dat de grootste handelspartner van Israel is, economisch onder druk te zetten. Hij ziet hierbij over het hoofd dat, indien de Israelische economie zou instorten, dit ook voor de Palestijnen rampzalige gevolgen zou hebben.

Ten slotte bepleit hij dat Nederland 'als traditionele vriend van Israel' bij deze acties van de EU om Israel economisch onder druk te zetten het voortouw zou kunnen nemen. Of Nederland nu werkelijk de traditionele vriend van Israel is geweest valt te betwijfelen. En wat het voortouw nemen door Nederland in de EU betreft: eerdere acties waarin Nederland het voortouw nam in de EU hebben weinig vruchten afgeworpen. Nederland als 'gidsland' heeft weinig meer te betekenen.