Meer prijzen, nog meer nominaties

UTRECHT, 27 SEPT. De vorig jaar geïntroduceerde list van het Nederlands Filmfestival om de pers te overreden tot dagelijkse berichtgeving werkt maar ten dele. De spreiding van de omvangrijke prijzenregen door de week heen leidt immers alleen tot publiciteit, indien het van algemeen belang wordt geacht te weten wie er genomineerd zijn voor de Boy Trip Award voor de beste wetenschapsfilm of als de beste acteur of actrice in een televisiedrama.

Een paar dagen later wordt dan weer bekend gemaakt wie van de drie genomineerden het Gouden Kalf ontvangt. Van de drie kandidaten in de categorie korte film (Hans Nassenstein voor Fuga, Tjebbo Penning voor The Oath en Christa Moesker voor Sientje) is debutante Moesker in ieder geval al zeer gelukkig: op voordracht van de Vereniging Holland Animation zal Sientje worden ingezonden naar de Oscars voor beoordeling in de categorie korte animatiefilm.

De jury van het Nederlands Filmfestival vindt dat er nog meer prijzen moeten komen in Utrecht.

Zij stelde voor een apart Kalf in te stellen, bij voorbeeld eens in de drie jaar, voor de categorie animatiefilm. Ook had de jury, gezien de in haar ogen hoge kwaliteit, graag meer dan drie films willen nomineren in de sector korte documentaire. De gelukkigen werden Jord den Hollander voor de NPS-documentaire Groeten uit Finsterwolde over schilder Karel Pelgrom, Merlijn Passier voor zijn, grotendeels gefingeerde eindexamenfilm aan de Nederlandse Film en Televisie Academie De tranen van Castro en Paul Cohen voor de op video gedraaide AVRO-documentaire Stefan Lorant, Man of Pictures. Bij de wereldpremière gisteravond bleek Cohens film aardige televisie op te leveren, maar ook niet meer dan dat. Het portret van de 96-jarige, oorspronkelijk Hongaarse Lorant, die als eindredacteur van de Münchner Illustrierte en het Britse Picture Post beschouwd kan worden als de peetvader van de moderne fotojournalistiek, zit vol sappige anekdotes, over Hitler, Churchill en Marlene Dietrich. Maar wie Lorant zelf is en wat zijn betekenis precies was, wordt minder duidelijk.

Van de drie genomineerde televisiedrama's (Lolamoviola-Duister licht van Martin Koolhoven voor de VPRO, Arends van Jelle Nesna voor de NPS en In het belang van de staat van Theo van Gogh voor de VARA) is de laatste het aardigst.

Naar een scenario van Thomas Ross laat Van Gogh, zoon van een Wassenaarse BVD-agent, de Binnenlandse Veiligheidsdienst het leven ondersteboven gooien van een advocate (Marlies Heuer), die een van terrorisme verdachte Koerdische asielzoeker bijstaat. Naast de Van Gogh typerende bijrollen van bekende Nederlanders (Maarten van Rossum als burgemeester, strafpleiter P. Doedens als politieagent) is het een vilein tragikomedietje, vol modern relatieleed als bijproduct van de afluisterpraktijken.

Genomineerd voor de Grolsch Award is For My Baby, een merkwaardige Engelstalige, in Hongarije en Oostenrijk opgenomen kleine film van Rudolf van den Berg.

De quasi-virtuoos uitgevoerde lowbudgetproductie lijdt aan overdaad en onwaarschijnlijkheid. Een ongeveer dertigjarige joodse stand-up-comedian uit Wenen neemt uit schuldgevoel de identiteit aan van een voor zijn geboorte door de nazi's vermoorde zusje en begint een liefdesrelatie met de dochter van een foute Oostenrijker. De snerpende toon van de film wijst op een obsessie, ook van de regisseur, die eerder over een vergelijkbaar onderwerp Bastille maakte. In meerdere opzichten kun je For My Baby een pijnlijke film noemen, maar het gerucht gaat dat ook de jury die de Gouden Kalveren uitdeelt, er zeer van gecharmeerd is.