Kerk Assisi monument Europese schilderkunst

De kerk van San Francesco in Assisi is met haar prachtige laatmiddeleeuwse fresco-schilderingen, niet alleen een grote toeristische trekpleister, maar bovenal een van de belangrijkste cultuurschatten van Italië.

ROTTERDAM, 27 SEPT. Voor zover bekend, blijken zowel een fresco van de Florentijnse schilder Cimabue (1240-1302) beschadigd bij de aardbeving die Midden-Italië gisteren trof, alsook twee fresco's die aan diens stadsgenoot Giotto (circa 1267-1337) worden toegeschreven. Deze laatste twee fresco's maken deel uit van de zogenaamde Franciscus-cyclus. Giotto was een leerling van Cimabue die vermoedelijk ook de decoratie van het gewelf boven de kruising van de kerk schilderde. Dit gewelf, waarop voorstellingen van de vier Evangelisten zijn aangebracht, is na de tweede beving hoogstwaarschijnlijk volledig ingestort en zou als verloren moeten worden beschouwd.

De kerk van San Francesco, op de zuidelijke helling van de Monte Subasio, is het belangrijkste bouwwerk in de bedevaartplaats Assisi. Met de bouw werd in 1228 een begin gemaakt, direct na de heiligverklaring van Franciscus van Assisi.

Paus Innocentius IV wijdde in 1253 Franciscus' grafkerk in. De kerk bestaat uit twee gedeelten. In het onderste, de zogeheten benedenkerk, bevindt zich onder meer de tombe van de heilige. Boven deze benedenkerk is de bovenkerk opgetrokken.

Een ongewone constructie die in 1243 al werd toegepast in de Sainte Chapelle in Parijs, maar niet in dezelfde grootte als de kerk in Assisi.

Franciscus van Assisi, de stichter van de kloosterorde der franciscanen, beschouwde naast kuisheid en gehoorzaamheid, de armoede als de hoogste deugd. De zeer uitvoerige, schilderkunstige decoratie die in de loop van de dertiende en veertiende eeuw door verschillende kunstenaars in de grandioze grafkerk werd uitgevoerd, weerspiegelt dan ook minder Franciscus' overtuiging, dan de hoge verering die de kersverse heilige ten deel viel.

De benedenkerk is, tamelijk traditioneel, voorzien van een reeks kapellen waarin altaarstukken en wandschilderingen zijn aangebracht door 14de-eeuwse meesters als Pietro Lorenzetti en Simone Martini. Maar het bekendst zijn de frescoschilderingen van de bovenkerk - het gedeelte van de kerk dat door het instorten van een deel van het gewelf, het zwaarst is getroffen door de aardbeving van gisteren.

De bovenkerk is een grote basilicale ruimte zonder zijbeuken of kapellen, overspannen door gotische kruisribgewelven.

De wanden en gewelven zijn van onder tot boven voorzien van fresco's. Samen vormen ze een van de intrigerendste decoraties van de Italiaanse schilderkunst tussen middeleeuwen en renaissance. In de beschildering van de bovenkerk zijn enkelen van de vernieuwendste Centraal-Italiaanse kunstenaars uit de periode omstreeks 1300 vertegenwoordigd. Dat maakt het complex tot een ongekend monument voor de ontwikkeling van de Europese schilderkunst.

Over de precieze datering en de toeschrijving van de werken bestaat evenwel veel discussie. De meeste aandacht gaat daarbij uit naar de serie voorstellingen uit het leven van titelheilige Franciscus. Deze spectaculaire reeks ontrolt zich over de hele breedte van de beide zijwanden, van de ingang van de kerk tot aan het koor. In 28 grote, rechthoekige voorstellingen zijn de belangrijkste gebeurtenissen uit het leven en het sterven van de heilige voorgesteld.

Een mooi voorbeeld van een scène uit die serie is de voorstelling van de Franciscus' bekering van een losbandig leven tot een religieus bestaan, waarbij hij midden op de markt van Assisi zijn wereldse kleding aflegde ten overstaan van de bisschop van die stad die Franciscus' naaktheid met zijn eigen mantel bedekte. Maar het hoogtepunt, in zowel Franciscus' leven als in de schilderingen, is wel de episode van zijn stigmatisatie - toen zijn gebed zo vurig was dat de vijf kruiswonden van Christus zich in zijn eigen lichaam vormden.

De scènes zijn uitgevoerd in heldere kleuren en een krachtige stijl, met opvallend volumineuze figuren. De composities beperken zich steeds tot de essentie van de uitgebeelde episode. Deze stijlkenmerken doen sterk denken aan het werk van Giotto di Bondone van wie enkele grote altaarstukken bekend zijn, en fresco's in onder meer de kerk van Santa Croce in Florence en in de Arena-kapel in het Noord-Italiaanse Padua. Hoewel uit documenten niets bekend is over de reeks in Assisi, worden de schilderingen al vanaf de vijftiende eeuw aan Giotto toegeschreven. Deze oude toeschrijving wordt tegenwoordig meestal overgenomen, maar is niet onomstreden.

Op de wanden boven de reeks Franciscus-scènes zijn fresco's aangebracht met voorstellingen uit het leven van Christus en scènes uit het Oude Testament. Deze schilderingen maken, samen met de Franciscus-scènes, deel uit van een ingewikkeld iconografisch programma, waarin bijvoorbeeld de kruisiging en de bewening van Christus worden betrokken op respectievelijk de episoden van Franciscus' stigmatisatie en de treurnis van zijn medebroeders na zijn dood. De evangelische en oudtestamentische voorstellingen zijn gemaakt door verschillende kunstenaars, van wie de meesten niet bij naam bekend zijn en doorgaans worden aangeduid met noodnamen als 'Izaak-meester' en 'Cecilia-meester'.

Het grote belang dat wordt toegekend aan de schilderingen van de bovenkerk blijkt wel uit de woorden van professor Mina Gregori, de 'grand old lady' van de Italiaanse kunstgeschiedenis. Zij verklaarde gisteren: “Als uit de definitieve controle zal blijken dat de fresco's van Giotto en Cimabue zeer ernstig zijn beschadigd, betekent dat voor de kunstgeschiedenis het grootste verlies ooit.”