Jonge Oren Fonds schenkt aan Stichting Peuters en Muziek; Onsterfelijkheid te koop

Hoe garandeert u uw onsterfelijkheid? Volgens de Griekse filosoof Plato zijn er twee manieren: je zorgt simpelweg voor nageslacht of - en dat vindt hij beter - je laat je geest voortleven in kunstwerken als gedichten, schilderijen, beelden of muziekstukken. Helaas ontberen aardig wat mensen zowel kunstzinnige gaven als kinderen.

Kunnen zij hun plekje in de eeuwigheid vergeten?

Dat hoeft niet, want onsterfelijkheid is te koop. Een eenvoudige weg daartoe loopt via het Prins Bernhard Fonds, het cultuurfonds voor Nederland dat jaarlijks dertig miljoen gulden subsidie verleent aan muzikanten, schrijvers, acteurs, dansers, beeldend kunstenaars, filmers, wetenschappers, musea, en voor natuurbehoud, monumentenzorg en culturele vorming. Het benodigde geld komt ondermeer uit 'fondsen op naam' die door particulieren zijn opgericht.

Zo'n fonds op naam kan de sleutel zijn tot uw eeuwige nagedachtenis. Als oprichter bepaalt u zelf de naam en doelstelling van de stichting; het Prins Bernhard Fonds zorgt tot in lengte van dagen voor beheer. Duur? Niet echt. Al voor een ton (het minimum) koopt iemand eeuwigdurende erkenning.

Dat maakt zo'n fonds bereikbaar voor het gros der Nederlanders, want anno 1997 bezitten we gemiddeld zo'n 170.000 gulden.

Iemand met een flink inkomen, die zijn onsterfelijkheid reeds regelt bij leven, heeft overigens minder nodig dan een ton. De moderne mecenas schenkt via een lijfrentecontructie. Over zo'n donatie bij leven is geen schenkingsrecht verschuldigd, terwijl over legaten en erfstellingen elf procent successiebelasting afgedragen moet worden. Daarnaast is een lijfrentegift, mits betaald in minimaal vijf gelijke jaarbedragen, maar ongeacht de omvang, volledig aftrekbaar van het inkomen. Zo bezien koopt de gever die zestig procent belasting afdraagt, zijn eeuwige roem reeds via een schenking van netto 8.000 gulden per jaar. Het fonds kan wel meteen opereren alsof het hele kapitaal al is gestort. Het Prins Bernhard Fonds zorgt voor de benodigde aanvullingen. Daarbij zijn de inspanningen voor de uitvoering van de doelstelling van het fonds gratis.

Geen wonder dat fondsen op naam zich mogen verheugen in een groeiende belangstelling. “Ik vermoed dat de enorm gestegen aandelenkoersen voor veel mensen aanleiding zijn om zich af te vragen of ze niet eens iets aardigs met hun geld moeten doen”, zegt Jolien Schuerveld Schrijver, hoofd fondsenwerving en externe betrekkingen van het Prins Bernhard Fonds.

Kinderloze mensen riskeren een onder de fiscus en vele verre neven en nichten versnipperde erfenis.

“Dat vindt men vaak zonde”, aldus Schuerveld Schrijver. “Het is veel leuker en aantrekkelijker om met je geld een fonds met een eigen doelstelling op te richten. Dat kan onder je eigen naam of met de naam van iemand die je lief is.”

Richt men zo'n fonds reeds op bij leven, dan geniet men er erg van, ervaart Schuerveld Schrijver in de praktijk. “Ik vertel de stichters wie hun geld heeft gekregen, wat ze ermee gedaan hebben en hoe het met ze gaat.”

De initiatiefnemer van een fonds op naam kan het financiële beheer van zijn ingebrachte geld op twee manieren regelen: ofwel hij laat het over aan het Prins Bernhard Fonds, dat die taak uitbesteedt aan ABN Amro Asset Management, of hij kiest zelf een bankinstelling of vermogensbeheerder. In beide gevallen wordt het Prins Bernhard Fonds eigenaar van de hoofdsom en de jaarlijkse ontvanger van de vermogensopbrengst. Een deel daarvan wordt gebruikt om het vermogen te corrigeren voor inflatie. De rest is bestemd voor subsidies. Neem het vorig jaar met een ton opgerichte Jonge Oren Fonds.

Deze stichting stimuleert de muzikale ontwikkeling van kinderen tot vier jaar. Vorig jaar leverde het vermogen een subsidiebedrag op van 8.700 gulden, wat is uitgekeerd aan de Stichting Peuters en Muziek in Amsterdam voor onderzoek.

Zit het Prins Bernhard Fonds wel op zulke kleine fondsjes te wachten? “Zeker”, bevestigt Schuerveld Schrijver. “Van een fonds van 100.000 gulden kun je toch jaarlijks iemand een beurs geven, bijvoorbeeld om een masterclass cello in New York te volgen.”

Ze signaleert wel een tendens naar grotere fondsen. “Dat komt waarschijnlijk doordat de vermogens van veel particulieren groeien.”

Recent richtte de Stichting Overvoorde-Gordon bijvoorbeeld het Pauwhof Fonds op ter nagedachtenis aan het echtpaar Overvoorde-Gordon, dat op hun Wassenaarse landgoed De Pauwhof jarenlang kunstenaars en wetenschappers bijeenbracht. De vorig jaar uitgekeerde subsidie van 110.500 gulden was bestemd voor projecten waarin kunsten en wetenschappen elkaar ontmoeten.

De gulle gever doet er goed aan zijn doelstelling vooraf aan het Prins Bernhard Fonds voor te leggen. “In het verleden kwamen via testamenten weleens fondsen naar ons toe met een onbegrijpelijke of achterhaalde doelstelling”, vertelt Schuerveld Schrijver. “Dat valt te voorkomen door in een schenkingsakte een clausule op te nemen waarin staat dat, als de doelstelling niet meer ter zake doet, we in de geest van de stichter toch verder kunnen.” Het beheer door het Prins Bernhard Fonds geschiedt in principe eeuwigdurend. “Het is daarom een goed alternatief voor een particuliere stichting”, meent Schuerveld Schrijver. “In zo'n geval moet je zelf een bestuur aanstellen en betalen. Daarbij mist de tweede generatie vaak het enthousiasme om de stichting voort te zetten.” Het initiatief van een gever gaat daardoor op den duur verwateren. Op die manier loopt een genereuze donateur zijn onsterfelijke roem alsnog mis.

Informatie bij het Prins Bernhard Fonds telefoon: 020 - 6230951, internetadres: www.prinsbernhardfonds.nl