In Rotterdam wordt volgens regels ontgroend; Nuldejaars moeten zes uur slapen

Een 18-jarige student overleed na een drankfestijn in een Gronings studentenhuis. Prompt werd om regels geroepen. Die zijn er in Rotterdam al negen jaar. Een gesprek met emeritus hoogleraar H. Dokter.

KRIMPEN A/D IJSSEL, 27 SEPT. Respect voor de Kroeg, voor haar tradities, maar nòg belangrijker, respect voor de mores en voor anciënniteit.In het boekje Kenningsmakingstijd 1997 van het Groningse studentencorps Vindicat wordt met deze zin aangegeven wat het doel is van een ontgroening bij een vereniging. De 18-jarige hogeschoolstudent R.Pfeiffer overleed bijna twee weken geleden nadat hij een liter jenever had gedronken bij een inwijdingsritueel in zijn nieuwe corpshuis.

Na het noodlottige voorval laaide de discussie op over het aan banden leggen van inwijdingsrituelen van studentenverenigingen. De rector van de Universiteit van Groningen stelde dat er gedragsregels moeten komen.

Verenigingen die niet meedoen gaan in de ban. De Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV) kwam gisteren met de minister overeen dat alles in het werk moet worden gesteld om overmatig alcoholgebruik te voorkomen en lichamelijke en geeestelijke vernedering uit te sluiten. Dat geldt voor alle activiteiten “die uit de sfeer van de vereniging voortkomen”.

H. Dokter, emeritus hoogleraar huisartsgeneeskunde, werkt in Rotterdam echter al sinds 1988 met een model dat volgens hem “zo kan worden overgenomen”. Dokter: “Regels maken die niet worden nageleefd lijdt nergens toe”.

In 1988 was voor het bestuur van de Erasmus Universiteit de maat vol.

'Nuldejaars' van studentenvereniging Sanctus Laurentius moesten door een donkere gang met slachtafval kruipen. De tocht door de 'gore gang' bezorgde enkele tientallen studenten een ernstige huidziekte. Er zat een bacterie in het afval. Het college riep de studentenbestuurders aan tafel. Verenigingen die zouden weigeren mee te werken zouden gekort kunnen worden op hun subsidie.

Het 'overlegmodel' was geboren.

H. Dokter (71) werd aangewezen als voorzitter van een commissie die de ontgroeningen moest gaan begeleiden. “Het aantal klachten van studentenartsen werd steeds groter. We hebben toen besloten om een aantal preventieve maatregelen te gaan nemen om gezondheidsrisico's te voorkomen en om psychische en fysieke druk op nuldejaars te beheersen”, zegt Dokter in zijn huis in Krimpen aan de IJssel. Hij somt de regels op waar de vereningen aan gehouden zijn: 1. De vereniging moet op de hoogte zijn van ziektes van studenten; 2. er moet een arts aanwezig zijn; 3. iemand moet beschikbaar zijn met een EHBO diploma; 4. er moeten goede toiletten zijn; 5. drinkwater moet beschikbaar zijn; 6. er moet altijd een aantal ouderejaars nuchter blijven. “En misschien wel het belangrijkste”, zegt Dokter, “De nuldejaars moeten zes uur per dag slapen.”

Tegelijkertijd laat het model ruimte aan de verenigingen. “De verenigingen blijven autonoom”, aldus Dokter. In andere woorden: hijzelf is niet aanwezig bij de ontgroeningen. “Als er dingen gebeuren dan horen we dat wel via de artsen of de psychologen. Als afspraken worden geschonden dan kan het bestuur van de universiteit de subsidie stopzetten of de betrokkenen niet meer toelaten bij de opening van het academisch jaar. Maar zover is het nog nooit gekomen.”

Om lid te worden van een studentenvereniging moet wat worden gedaan. Zowel lichamelijk als geestelijk worden de aspirant-leden getest.

Jesica Brukx overleefde in 1992 ternauwernood de ontgroening van vereniging Unitas in Utrecht. Na twee weken was ze zo oververmoeid dat ze een hersenvliesontsteking kreeg en drie dagen op de intensive care heeft gelegen.

Ze had veel lichamelijk werk moeten doen zoals het aanleggen van straten, kasten opruimen. “Je bent kapot, maar je weet dat dat normaal is. Iedereen is kapot. Je kunt niet goed inschatten waar je eigen grens ligt. Na een dag of zeven kreeg ik ontzettende hoofdpijn en begon te zweten in mijn slaap en kreeg nachtmerries. Ik heb drie dagen met een ernstige hersenvliesontsteking op de intensive care gelegen. Het heeft wel een anderhalf tot twee jaar geduurd voordat ik er mentaal overheen was”, aldus Brukx.

Ook de commissie-Dokter heeft overleg gehad na de dood van de Groningse corpsstudent. “Een incident”, noemt hij het. “Je moet oppassen om op basis daarvan een beleid te maken. Verenigingen kunnen zelf bepalen wat ze doen en als er echt dingen gebeuren die niet kunnen dan is het aan de rechterlijke macht om in te grijpen.”

Volgens Dokter werkt het Rotterdamse model goed: “Het kan makkelijk door andere steden worden overgenomen.”