Houda en Sterk

Kwaliteit, daar draait het om', zo begon een brief die ik een tijdje geleden kreeg van Karin Adelmund, de voorzitter van de Partij van de Arbeid. 'De een streeft er naar in cultuur, de ander in politiek. De kunst is om verlangens werkelijkheid te maken. Om de verbinding te leggen van politiek naar dagelijks leven en andersom. Misschien lijkt politiek daarin wel op literatuur.'

Vooral de betekenis van het laatste ontging me (legt literatuur de verbinding tussen politiek en dagelijks leven?), maar het streven naar kwaliteit kan natuurlijk nooit kwaad. Ik twijfel niet aan de kwaliteiten van Adelmund - haar idealisme komt me ronduit sympathiek voor - maar ik schrok van het verzoek dat op de aanhef volgde: of ik mee wilde werken aan een tegelijk met het PvdA-verkiezingsprogramma te verschijnen boek 'over verlangens, idealen en werkelijkheid'.

In de loop der jaren heb ik geleerd dat journalisten er goed aan doen zich niet publiekelijk uit te spreken over hun partijpolitieke voorkeuren, al was het maar om in de berichtgeving de schijn van vooringenomenheid te vermijden. Om dezelfde reden verdient het de voorkeur dat een recensent geen boeken van vrienden aanprijst of zijn recensies gebruikt om zich op vijanden te wreken.

Het lukt niet altijd even goed om deze vorm van dualisme hoog te houden (zie de laatste aflevering van het programma Zeeman met boeken, waar de presentator persoonlijk met Joost Zwagerman leek te willen afrekenen), maar de formulering 'schijn vermijden' biedt enig houvast en is over het algemeen een goed richtsnoer.

Maar nu de andere kant. Het werk van Karin Adelmund behelst niet het vermijden maar juist het ophouden van de schijn. Zij probeert, enigszins wanhopig zo te zien, het bij voorbaat kleurloze en van dorre compromissen aan elkaar hangende verkiezingsprogramma van haar partij op te fleuren met persoonlijke uitspraken van mensen die geen enkele politieke verantwoordelijkheid dragen of ambiëren, maar die - door een bijdrage te leveren aan een PvdA-boek over verlangens en idealen - wel met die partij en dat verkiezingsprogramma zullen worden geassocieerd. Je wordt ingelijfd zonder lid te zijn. Wie dat graag wil - Karin vermeldt dat er indien gewenst een niet nader genoemd honorarium tegenover staat - moet dus eigenlijk aan een schijnvertoning meedoen.

Adelmund schrijft ook nog dat de verlangens en idealen van de PvdA neerkomen op 'solidariteit, rechtvaardigheid en keuzevrijheid' en dat het verkiezingsprogramma gaat over de dilemma's die daarmee samenhangen. En nu wil ze dat buitenstaanders in een gedicht, een verhaal, een beschouwing of een reportage 'laten zien hoe verlangens en werkelijkheid kunnen botsen'.

Ik zou zeggen: vraag de familie Gümüs om een reportage. Maar liever nog: schrijf dat boek zelf, Adelmund, of eis het van je kandidaten voor de Tweede Kamer.

Het formuleren van politieke idealen en van strategieën om die idealen te verwezenlijken is toch bij uitstek de taak van politici? Als bijvoorbeeld Hamid Houda en Mieke Sterk vier jaar geleden een bijdrage voor zo'n boek hadden geleverd, waren ze nooit op de kandidatenlijst gekomen, laat staan in de Kamer en had Wallage zich deze week niet zo hoeven schamen.

Hoe is zo'n Houda eigenlijk op de kandidatenlijst beland? Nooit heb ik een PvdA-uitgave gezien waarin deze gewiekste textielondernemer zijn invulling van de idealen 'solidariteit, rechtvaardigheid en keuzevrijheid' onder woorden brengt. Eerlijk gezegd hoorde ik pas van zijn bestaan, toen uitkwam dat hij het merendeel van zijn tijd in zijn eigen bedrijf steekt en de afgelopen jaren dus slechts in schijn volksvertegenwoordiger is geweest: zakenman onder het mom van Kamerlid. Heel wat ernstiger, lijkt me, dan het niet afdragen van een gedeelte van zijn Kamer-inkomen.

Of is dat een postmoderne vorm van de verbinding tussen politiek en dagelijks leven? Geen idealen, maar verlangens des te meer.

Met het Kamerlid en voormalige atletiek-ster Mieke Sterk moet iets anders aan de hand zijn. Uit haar veelbesproken interview met Vrij Nederland van deze week komt ze naar voren als ongeveer het tegendeel van een op persoonlijk gewin beluste opportuniste.

Eerder als iemand van het type Adelmund: gepassioneerd en vol van goede bedoelingen. Alleen komt dat eruit als machteloos gebrabbel.

Onthutsender dan de krachttermen waarmee ze haar fractiegenoten beschimpt ('partijbobo's', 'imbecielen', 'geschift'), is de manier waarop ze de mensen die zij in de Kamer vertegenwoordigt, typeert. “Ik ben er voor de kneuzen”, zegt ze in Vrij Nederland, “de risicogroepen, de zielige soldaten, voor de sport die niet in aanzien is. Ik ben er voor de kwijlende gehandicapten, waar de politici in hun vlotte pakken vies van zijn. Ik ben er voor de zieken, zieligen, zwakken en misselijken.”

Ze bedoelt ongetwijfeld dat deze doelgroepen bij haar fractie niet in aanzien staan - en dat zij daarom evenmin in aanzien staat - maar het is toch weinig respectvol om van kwijlende gehandicapten te spreken en al helemaal geen mooie propagandatekst voor Karins 'idealen-boekje'.

Mieke Sterk, zo blijkt uit het interview, beheerst het politieke ambacht niet, ze heeft er zelfs minachting voor. De vraag is waarom de 'partijbobo's' dat vier jaar geleden niet hebben kunnen vaststellen. Zou het zo kunnen zijn dat de voormalige topatlete alleen maar is binnengehaald als PvdA-antwoord op Erica Terpstra? Dus bij wijze van schijnvertoning? Zou het, om de parallel maar aan te houden, kunnen zijn dat Houda moest dienen als modern pronkstuk van een echte ondernemer in de PvdA-bankjes, nogmaals: als een schijnfiguur?

Was, om een voorzichtige conclusie te opperen, dat hele offensief vier jaar geleden tegen zogenaamde apparatsjiks en beroepspolitici een cosmetische, in essentie anti-politieke aangelegenheid?

Mijn gratis advies aan Adelmund luidt: zoek behalve naar kwaliteit ook naar authenticiteit en neem voor het politieke handwerk geen zakenmannetjes, kampioenen zaklopen, popartiesten, sportidolen, dichters, schilders, columnisten, cabaretiers, couponknippers, leeuwentemmers, token niggers, zakkenvullers, excuustruzen, leden van het Republikeins Genootschap, interim-managers en kanjers. Neem sociaal-democratische politici.