Gergjev tovenaar op eigen festival

Gergjev Festival. Gehoord: 25, 26/9 De Doelen Rotterdam.

Het tweede Gergjev Festival in Rotterdam heeft de afgelopen negen dagen zo'n 19.500 bezoekers getrokken, 2500 minder dan vorig jaar. De festivalleiding is toch tevreden over de publieke belangstelling, omdat het festival dit jaar een dag korter duurde dan vorig jaar.

Toen waren er ook meer concerten in de Grote Doelenzaal, waardoor de publiekscapaciteit groter was.

De sfeer van het Gergjev Festival overtrof met de gevarieerde, deel gratis programmering ruimschoots het hermetische Amsterdamse Holland Festival.

Het Gergjev Festival werd gisteravond beëindigd met twee grote evenementen. Jurjen Hempel, de Rotterdamse assistent-dirigent, leidde in de Rotterdamse Schouwburg de laatste van de vier voorstellingen van Strauss' opera Salome, die een week eerder met Gergjev als dirigent in première ging. Salome, goed voorbereid door Hempel, was niet alleen het hoogtepunt van het festival, maar ook voorspelbaar een van de belangrijkste gebeurtenissen van het nieuwe seizoen.

Gergjev dirigeerde ondertussen zijn Kirov Opera in De Doelen in een overweldigende concertuitvoering van de tweede acte van Wagners opera Lohengrin. Die werd nog voorafgegaan door Beethovens Eerste symfonie, geleid door Ilja Moesin (93), van wie Gergjev het dirigentenvak leerde.

Moesin dirigeerde het Festivalorkest van Rotterdamse conservatoriumleerlingen, bijgestaan door een enkel St. Petersburgs en Rotterdams orkestlid. Beethovens Eerste klonk punctueel, spits en licht, met levendige en onderhoudende retoriek: eerder Haydn dan de late Beethoven - en terecht.

De avond tevoren combineerde Gergjev koor en solisten van Kirov met zijn Rotterdams Philharmonisch Orkest in een meeslepende concertante uitvoering van Berlioz' La damnation de Faust.

Deze twee operaconcerten bewezen, naast Salome en zijn symfonische concerten, nog eens de sterk gegroeide stilistische veelzijdigheid van Gergjev, al blijkt telkens zijn Russische persoonlijkheid. Hij is niet alleen de dirigent van sterke ritmiek en snoeiharde volumes, hij is de meester van de golvende welluidendheid, een magiër met subtiliteiten, dramatische stiltes en pianissimi en de suggestieve schilder van ijzingwekkende, triomfalistische en demonische scènes.

La damnation de Faust begon als een winterdoek van Caspar David Friedrich en zo leek Berlioz' filmische opera wel de voorloper van Kagels Aus Deutschland. Het Ballet van de bosnimfen klonk toverachtig, de Hongaarse mars eindigde in een groteske carrousel en de rit naar de afgrond werd in een vaal, omheilspellend licht gezet. Uit verre verten nauw waarneembaar dreigend klonk het begin van de tweede acte van Lohengrin, die eindigde met een eindeloos tetterende finale.

Al kon Sergej Koenajev als Faust lyrischer klinken, voor het overige waren waren de twee Russische zangerscasts zoals gebruikelijk bij Gergjev uitstekend. Olga Borodina was een vervoerende Marguérite, die aan het slot ook 'de stem uit de hemel' zong en zo zichzelf naar boven riep. Viktor Loetsjoek was een Lohengrin die klonk als een echte ridder: standvastig en zorgzaam. Marina Sjagoetsj (Elsa) zong strak en stralend, Sergej Alexashkin maakte indruk als Méphistophélès en Heinrich, Fedor Mojajev was een krachtige Telramund. Makrala Kashrashvili spoog als de perfide Ortrud vuil en vuur. Als Rotterdam het geld er voor over heeft, is er volgend jaar weer een Gergjev Festival.