Foliumzuur (1)

Meijer van Putten schrijft in W&O van 20 september over de heilzame werking van foliumzuur in het voorkomen van open ruggetje bij pasgeborenen.

Hij bespreekt een Nederlands onderzoek dat een verhoogd homocysteïnegehalte vond bij 15,7% van de moeders van deze patiëntjes terwijl dit maar bij 8,4% van de bevolking voorkomt. Foliumzuur is een cofactor bij de omzetting van homocysteïne. Wellicht een sterk verband, maar een zwakke verklaring voor de werking van foliumzuur bij de rest.

In The Lancet van 16 augustus staat een interessant zogenoemd Viewpoint artikel over de werking van foliumzuur; het heeft er alle schijn van dat het werkt als een terathanaticum, dat wil zeggen een stof die het aantal geboortedefecten vermindert omdat het op selectieve wijze abortus induceert bij aangetaste foetussen. Hook e.a. halen een Hongaars onderzoek aan waaruit blijkt dat vrouwen die foliumzuur slikken significant vaker een spontane abortus hebben, maar als de baby's voldragen worden hebben ze minder geboortedefecten. Wellicht beëindigt foliumzuur dus op selectieve wijze de zwangerschap van een afwijkende vrucht.

Een selectief abortivum dus, waarvan de werking niet te rijmen valt met de door Meijer van Putten beschreven werking op de homcysteïne-methionine cyclus.

Met potentiële implicaties op het ethische vlak omdat er een zekere overshoot is. De vrouwen op foliumzuur hebben meer spontane abortussen dan er geboortedefecten voorkomen worden. Dus ook gezonde foetussen worden mogelijk geaborteerd.