Denken aan Henri Knap

In het gesprek, in de beschouwing van een socioloog over de veiligheid op straat, valt de uitdrukking 'sociale controle'.

De grootste sociale controleur van het naoorlogse Nederland is Henri, of H.A.A.R. Knap, die onder de naam Dagboekanier zijn Amsterdams Dagboek in Het Parool schreef. Zes maal per week schreef hij daar het proces-verbaal van de stad en als het zo uitkwam, ook van het land, het hele volk. Alles op het gebied van de openbare omgangsvormen viel onder het gezag van zijn pen. Van tijd tot tijd werden de verbalen gebundeld en dan verscheen er een boek met een titel als Rijdt u ook zo auto?

Hij spande zich in voor het beleefd gedrag van de ambtenaren aan de loketten.

Hij legde uit dat je een brief altijd hoffelijk moest beginnen. Was hem gemeld dat een Amsterdammer zich niet goed had gedragen, dan werd die genoteerd in de rubriek Foei! Had een meisje of jongen zich verdienstelijk gemaakt, bijvoorbeeld door een hond uit de gracht te redden, dan volgde de uitreiking van het Iepenloof met de Rupsen.

Hoe kwam hij op die naam? Het was een toespeling op een Duitse onderscheiding in de oorlog, het Eikenloof met de Zwaarden. Het Parool was een grote Amsterdamse krant, voor de gewone mens, de doorsnee en de elite. Dagboekanier schreef een van de populairste rubrieken. Henri Knap was dan ook niet zomaar een journalist met het talent voor wat hij deed; hij was een man met een missie. Had hij in deze tijd nog geleefd en geprobeerd op dezelfde manier te werken, dan was hij op straat gezet en een verbitterde kluizenaar geworden.

In de Volkskrant van 23 september staat een beschouwing van Pieter Hilhorst, werkzaam bij De Balie, het politiek en cultureel centrum aan het Klein Gartmanplantsoen, grenzend aan het Leidseplein. Hij legt uit dat demonstraties,minuten stilte en het dragen van speldjes tegen straatgeweld 'sympathiek maar weinig zinvol zijn' (waarom weinig? denk ik, als je niet bedoelt) en dan komt hij tot de conclusie die ook in de kop staat: 'Dit prille gemeenschapsgevoel en deze oprechte betrokkenheid zouden pas echt zoden aan de dijk zetten als de deelnemers elkaar zouden beloven veel en vaak 's nachts de straat op te gaan.

Want zinloos geweld ban je niet uit door het massaal te herdenken, maar door het te smoren in een gezellige drukte.' Henri Knap leeft voort.

Gezellige drukte. Er komt me een aquarel van Piet van der Hem voor de geest.

Was de kleurenreproductie een kerstcadeautje van de vooroorlogse Haagsche Post?Misschien is het in mijn geheugen mooier geworden dan het in werkelijkheid was. Het regent op het Leidseplein, glimmend asfalt weerspiegelt het Hirschgebouw, de schouwburg gaat uit, mensen onder papaplu's haasten zich naar Americain, Rienstra, het Lido, of wachten op de tram die ze naar Keyzer zal brengen. Als ik me een gezellige drukte wil voorstellen, komt me iets voor de geest waarvan dit aquarel de oorsprong is.

Pieter Hilhorst kent het Leidseplein bij dag en nacht. Het is de laatste jaren weer aardig opgeknapt. Wat vroeger het gebied van het Huis van bewaring was, is voorbeeldig herbouwd. Het ludieke ijsbaantje op het 'kleine Leidseplein', een vergissing van jaren, is opgeruimd en als het zomer is en mooi weer zitten de terrassen vol. Het is Piet van der Hem bij mooi weer. Maar nu wordt het later op de avond. De jungle van de horeca in de Lange en de Korte Leidsedwarsstraat raakt bevolkt. Het is daar wel druk; maar gezellig?

Wij, die elkaar hebben beloofd met ons allen eventueel geweld in onze gezellige drukte te smoren, lopen door de Leidsestraat, door de nauwe jungle van de Reguliersdwarsstraat naar de Reguliersbreestraat. Wat doen we? Eerst even wat harde porno kijken of meteen naar de peepshow? Ik waag een voorspelling: de Brigade van Henri Knap houdt het voor gezien en begint het gevecht om de taxi's.

Misschien zou je bij het bevorderen van de gezellige drukte nog iets kunnen bereiken aan de Amstel en de Weesperzijde, tussen Carré en de oude Berlagebrug. Dat gebied is onaangetast, nog niet veroverd door de shoarma, porno, patat, coffee, strip en sluikhandel in steekwapens. De rest van het centrum kun je, op het gebied van nachtelijke gezellige drukte, afschrijven, van de Wallen tot het Spui en van het Centraal Station tot het Leidseplein.

Dat is het gevolg van een jarenlang misverstand, wanbegrip van stadsbesturen die gedacht hebben dat het centrum van een metropool en kosmopolitisme synoniem is met een zwijnenpan. Wat je in twintig jaar op die manier hebt laten ontstaan, verander je niet in een paar maanden met het bevorderen van een gezellige drukte.