De wet van steeds meer

HOEVEEL MILJARDEN er ook in omgaan, de computerindustrie heeft nog altijd het wonderlijke imago van een speeltuin voor puisterige, brillende jongens met een flink gestoorde persoonlijkheidsstructuur. Geen van de grote helden van de consumentenmarkt zou in de verste verte voor de ideale schoonzoon kunnen doorgaan.

Ze zijn stuk voor stuk kinderachtig, jaloers, monomaan en behept met een overbemeten ego. Bill Gates stonk in zijn beginjaren menig bezoeker weg, evenals Steve Jobs. Jobs meende jarenlang te moeten overleven op een dieet van uitsluitend fruit. Gates is befaamd om zijn stuitende gierigheid. En bovenal zijn het allemaal oplichters en dieven.

Gates begon zijn zegetocht met aan IBM het besturingssysteem MS-DOS te slijten, dat hij voorgaf zelf ontwikkeld te hebben. In werkelijkheid ging het om QDOS, wat staat voor 'Quick and Dirty Operating System'. QDOS was een bedenksel van ene Tim Paterson uit Seattle, van wie Gates de rechten op QDOS een paar dagen eerder voor $50.000 gekocht had. Wat Gates er ook niet bij vertelde, was dat hele stukken code van QDOS alias MS-DOS regelrecht gestolen waren uit weer een ander, destijds populair besturingssysteem, CP/M.

Later raakte Microsoft betrokken in een eindeloze juridische oorlog met Apple, dat meende dat Windows grotendeels jatwerk was van het besturingssysteem van de Apple Macintosh, en dat daarbij patenten geschonden waren. Formeel had Apple misschien gelijk, al lukte het uiteindelijk niet om dat gelijk ook echt te halen, maar moreel had Apple minder recht van spreken. Immers, vrijwel alle ideeen waarop de gebruikersinterface gebaseerd was die de Macintosh zo revolutionair maakte, waren door Steve Jobs in eigen persoon gepikt van Xerox PARC in het Californische Palo Alto.

De ideeën achter de baanbrekende Internetbrowser Netscape, tenslotte, zijn ook al minder origineel dan ze lijken.

Eigenaar Mark Andreesen en zijn kornuiten hadden eerder te maken gehad met de ontwikkeling van de echte eerste grafische browser voor het World Wide Web: Mosaic, en begonnen vervolgens met de van daar meegenomen kennis opgewekt voor zichzelf.

Maar wat eenmaal verworven is, op welke manier dan ook, wordt daarna met hand en tand verdedigd. Voor Gates en Jobs (die twee hebben de langste staat van dienst, en daardoor als vanzelf de langste kerfstok) gold daarbij dat het altijd om alles of niets ging. Jobs hield eindeloos vast aan de onschendbare exclusiviteit van de technologie achter de Apples, in de hoop zo alle concurrentie in de kiem te smoren.

Daardoor miste hij de historische kans om van Apple de industriestandaard bij uitstek te maken. Die slag won IBM, op zijn sloffen, met hun betrekkelijk suffe PC, door juist niet moeilijk te doen over patenten. Daardoor werden er al gauw massa's goedkope kloontjes van de IBM-PC gemaakt, terwijl er maar één, dure Apple bleef. En in het kielzog van IBM won Bill Gates, die al die klonen van MS-DOS kon voorzien.

Apple had die slag in beginsel best kunnen winnen, op basis van de kwaliteit van zijn product. Immers, de computers die uit het bedrijf in Cupertino rolden, waren misschien niet altijd perfect, maar deden allerminst onder voor de concurrentie. Op belangrijke punten lag Apple zelfs vaak straatlengten voor, zowel qua techniek als qua gebruikersgemak. Maar juist de techniek gooide roet in het eten. Niemand had in de eerste jaren van het bestaan van de personal computer kunnen voorzien hoe ongelooflijk snel de ontwikkelingen zouden gaan, vooral op het gebied van chips en opslagmedia. Gordon Moore, één van de oprichters van Intel, de dominante fabrikant van processors van vandaag de dag, formuleerde het ooit zo: “Elke achttien maanden verdubbelt het aantal schakelingen dat we tegen dezelfde prijs op hetzelfde stukje silicium kunnen aanbrengen.” Die uitspraak is, met een veel bredere betekenis, bekend geworden als de Wet van Moore, die eigenlijk de Wet van Steeds Meer had moeten heten: elke achttien maanden verdubbelt de capaciteit van een standaard-computer, bij gelijkblijvende prijs.

Wie ooit nog trots een ZX-spectrum kocht, met wel 32Kb intern, en een cassetterecorder als opslagmedium, hoeft maar op zijn bureau te kijken om de geldigheid van die wet bevestigd te zien: de kilobytes van het werkgeheugen zijn even zovele megabytes geworden, het cassettebandje een gigabytes grote, onmetelijk snelle harde schijf, het iele schermpje een 17 inch kleurenbak, en achter het apparaat huist ook nog het complete Internet. Even zag het er de laatste tijd naar uit dat de grenzen voor wat de chiptechnologie betreft in zicht kwamen, maar juist deze week liet IBM weten een manier gevonden te hebben om de aluminiumverbindingen op chips te vervangen door het efficiëntere koper, zodat alles weer openligt.

Apple zag de computer in zijn begintijd als een kostbaar bezit, een duurzaam gebruiksartikel vergelijkbaar met een ijskast, een auto of een bankstel. Dat was toen niet erg, zo dacht iedereen er indertijd over. Maar de Wet van Moore besliste anders: machines waren en zijn al bij uitpakken verouderd, en daarmee lijken ze meer op regelmatig te vervangen wegwerpartikelen. De grote fout van Jobs en de zijnen was, dat ze dát niet inzagen. Apple had en hield het imago van duur en exclusief, eigenschappen die niet passen bij een wegwerpartikel. IBM-klonen heetten goedkoop, en doorsnee. De gevolgen waren ernaar. IBM-klonen veroverden de wereld, Apple hield alleen echt stand in het wereldje van grafisch ontwerpers, waar duur en exclusief niet opwogen tegen de specifieke superieure kwaliteiten van de Apples. Ondertussen bouwde Gates aan twee kanten aan zijn imperium: het succes van de IBM-achtige machines maakte MS-DOS groot, waarna het uit MS-DOS voortgekomen Windows de IBM-achtige opzet van PC's onontbeerlijk maakte.

Inmiddels is de strijd zo goed als gestreden. Apple is een appeltje geworden op de schaal die in huize Gates op tafel staat. Bill poetst het eens op, en laat het nog even liggen. Hij heeft andere zorgen, want hij moet nog steeds de grootste zijn, de enige als het kan.

Napoleon, Dzjengis Khan! Het gaat nu om de macht over de eindeloze steppen van het Internet.