De Trust organiseert festival rond Nietzsche van Widner

Voorstelling: Nietzsche van Alexander Widner door De Trust.Regie: Hans Gratzer. Gezien: 26/9, Trusttheater, Amsterdam.T/m 8/9. Inl. 020-520.5320.

Het wekt geen verwondering dat toneelgroep De Trust rondom de enscenering van het stuk Nietzsche van de Oostenrijkse schrijver Alexander Widner het festival Nietzsche Nu organiseert. In al het Duitstalige toneelwerk - van Rainald Goetz, Gustav Ernst en Werner Schwab - dat de groep in de loop der jaren heeft uitgevoerd, resoneert het gedachtengoed van de grote filosoof. Gefascineerd door geweld en de mechanismen die daaraan ten grondslag liggen stelden artistiek leider Theu Boermans en zijn spelers met hun repertoirekeuze keer op keer het bestaan van normen en waarden ter discussie: het kwam hen naar aanleiding van de voorstelling Faust (van Goetz) zelfs te staan op de beschuldiging te zwelgen in negativisme.

Die Faust ensceneert Boermans nu bij het Weense Schauspielhaus, terwijl de leider daarvan, Hans Gratzer, tekent voor de regie van Nietzsche. Het driedaagse festivalprogramma begint op 3 oktober en voorziet in lezingen over Nietzsche-thema's, workshops, forumdiscussies en voordrachten van door de filosoof geïnspireerde dichters. In het Trust-theater is op dit moment al, naast de voorstelling, de tentoonstelling Ecce...en Nietzsche te zien met werk van acht beeldende kunstenaars.

Widner situeert zijn stuk in Jena, drie à vier jaar voor de dood van de filosoof. Hoewel de historische waarheid wil dat Nietzsche de laatste elf jaar van zijn leven in waanzin versleet, toont Widner alleen zijn lichamelijke uitputting. Zijn geest is nog steeds springlevend en alert, maar hij is de gevangene van de zorgzame opofferingsgezindheid van zijn zuster Elisabeth. Zoals zij in werkelijkheid zijn werk na zijn dood zal perverteren tot nationaal-socialistische propaganda, zo ziet zij er in het toneelstuk op toe dat de denker die voortdurend de lof zingt van de zinnelijkheid - gesymboliseerd door het 'knoflookland' Italië waarnaar hij wil afreizen maar dat hij nooit meer bereiken zal - niet ontsnapt aan zijn 'Duitsheid'.

Behalve met zijn verstikkende bloedverwanten omringt Widner Nietzsche met de schrijfster Lou Salomé, mogelijk ooit zijn minnares, met Peter Gast, een historische vriend die als zwijgend klankbord fungeert en met de magische verschijning van Cosima, de weduwe van de componist Richard Wagner met wie hij in 1878 een intense vriendschap verbrak vanwege diens anti-semitisme en de opera Parsifal, in de ogen van de anti-christ Nietzsche een onuitstaanbaar christelijk werk. Zij zijn de bij-figuren, in het leven geroepen om Nietzsche zijn ideeën te laten ventileren en om hem - rijkelijk overbodig misschien - te zuiveren van de blaam Hitlers hoogstpersoonlijke ideoloog te zijn geweest.

Afgezien van de replieken van het personage Salomé die Nietzsches zinnelijke kant blootleggen en van die van Elisabeth die de geschiedvervalsing belichaamt, is Widners stuk een monoloog. Het publiek heeft van twee zijden zicht op een vrijwel leeg speelvlak dat diagonaal begrensd wordt door een achterdoek met rondtuimelende mensfiguren van vormgever Christopher Speich. Een kast en een sokkel met de buste van Wagner enerzijds en een eettafel anderzijds maken van de bank waarop Elisabeth haar broer voortdurend als in een dwangbuis met een deken omwikkelt, het middelpunt.

Op die bank spreekt titelrolspeler Jappe Claes zijn tekst - waarvan helaas grote delen vanwege de akoestiek of vanwege zijn Vlaamse accent verloren gaan. Omdat het stuk ook bij lezing niet tot de gemakkelijkste behoort is dat tamelijk onvergeeflijk. Jammer is ook, dat de braaf-expressionistische enscenering van Gratzer nauwelijks iets van doen heeft met de zorgvuldig opgebouwde Trust-traditie van, laten we zeggen, het extreem-groteske.