De luitenant van een groot veldheer

Van de dagelijkse opwinding bij Camp Nou naar de serene rust van De Herdgang is een wereld van verschil. Tonny Bruins Slot (50), de voormalige rechterhand van Johan Cruijff, maakte vorig jaar de overgang van FC Barcelona naar PSV, waar hij manager opleiding is. Volgende week speelt zijn oude club in de Champions League tegen zijn nieuwe werkgever.

Nu hij zo nadrukkelijk in de luwte vertoeft, dwalen de gedachten van Tonny Bruins Slot onvermijdelijk naar vervlogen tijden, de periode van elf jaar waarin hij met Johan Cruijff “lief en leed” deelde bij Ajax en FC Barcelona. Soms doemt er een déjà vu op. Deze week las hij op teletekst dat Hristo Stoitsjkov kritiek heeft geuit op Louis van Gaal. “Daar kan ik een uur over nadenken. Dan vermoed ik wat Stoitsjkov bedoelt en dat Van Gaal zo en zo zal reageren. Hristo is gewend aan en verwend door het hoogste niveau. Het blijft moeilijk te accepteren dat een nieuwe trainer voor een andere aanpak kiest.”

Ruim een decennium was hij luitenant van een legendarische veldheer. Bruins Slot draait er niet om heen. “Ik ben een Cruijff-fan, dat kan niemand me afnemen.” Dat Cruijff de confrontatie aanging met de estrellas, de sterren, vindt Bruins Slot een van zijn grote kwaliteiten als coach. “Als trainer moet je de vedette op de bank durven zetten. Cruijff deed dat altijd met maar één doel: de speler naar een hoger niveau tillen. Dat lukte hem bijna al tijd en die gave is weinig coaches gegeven.”

Met het aantrekken van Romario voerde Cruijff bij Barcelona bewust de spanning op binnen het elftal. “Dat was een wereldbeslissing. We hadden met Laudrup, Koeman en Stoitsjkov drie buitenlanders in de gelederen en meer mocht je er voor het Bosman-arrest niet opstellen. Johan zei echter: 'Ik moet iets nieuws doen om meer scherpte te krijgen binnen het elftal'.

's Maandags begonnen de kranten al te speculeren wie de komende wedstrijd op de bank zou zitten. Die vier spelers kostten tezamen minder dan Anderson da Silva (waarvoor Barca in totaal veertig miljoen gulden betaalde, red.). Als het slecht ging adviseerde Cruijff de spelers de sportpagina's over te slaan. Anders gingen ze nog meer aan zichzelf twijfelen.''

Anderhalf jaar geleden gingen Cruijff en Bruins Slot uit elkaar. Kort voor het gedwongen vertrek van Cruijff besloot de voormalige speler van DWS en trainer van FC Amsterdam de Spaanse hectiek in te ruilen voor de rust van De Herdgang, het trainingscomplex van PSV. “De rek was eruit. Ik had ook rekening te houden met mijn gezin. In de elf jaar dat ik samenwerk te met Cruijff hebben we vijf keer in een Europa-Cupfinale gestaan. Dat betekende dat ik ook doordeweeks vaak weg was. Een vrije dag had ik eigenlijk nooit.”

Bruins Slot assisteerde op het trainingsveld, bereidde de wedstrijdbesprekingen voor, maar bleek vooral bedreven in het analyseren van een tegenstander. “Direct na een Europa-Cuploting beet ik me vast in onze volgende opponent. Ik probeerde me in te leven in de werk- en denkwijze van de trainer. Ik las alle interviews met die man. Ik keek niet alleen hoe zijn elftal speelde, ik vroeg me ook altijd af wanneer hij wisselde en met welke spelers.”

Bruins Slot kan uren praten over de verschillen tussen Cruijff, Robson en Van Gaal, de laatste drie trainers van Barcelona. Ter illustratie schuift hij fanatiek op een bord met genummerde schijven. “Ik denk dat Van Gaal nog zoekende is. In de voorbereiding koos hij voor het Ajax-systeem met drie spitsen en drie verdedigers.

Tegen Real Madrid thuis heeft die tactiek nog redelijk gefunctioneerd. Maar in de uitwedstrijden tegen Real en Newcastle United, toen topspitsen als Raul, Mijatovic, Suker en Asprilla moesten worden opgevangen, liep dat mis.

“De verdedigers konden niet omgaan met de ruimte in hun rug. Daarvoor moeten ze worden bijgeschoold en dat kost tijd. Van Gaal heeft nu voor een tussenoplossing gekozen met een viermans-verdediging. De backs Reiziger en Sergi moeten ook opbouwen. In sommige wedstrijden assisteert linkshalf Ivan de la Peña achterin. Dan kom je natuurlijk op het middenveld een mannetje te kort en moet je gaan schipperen met je spelers om dat terrein verlies weer goed te maken. Cruijff had dat nooit gedaan.”

Bruins Slot merkt op dat assistent-trainer Carlos Rexach niet langer op kantoor zit, zoals onder Robson, maar als vanouds op de bank plaatsneemt. “Hij zit naast Van Gaal. Ik kan in de wedstrijd duidelijk de hand van Rexach ontdekken. Hij kiest graag voor de eigen jeugd, zoals Amor en De la Peña, die nu weer een vaste plaats hebben gekregen. De eindbeslissing ligt natuurlijk bij Van Gaal, maar ik denk dat de voorstellen die Rexach doet doorslaggevend zijn.

“Hij kan Van Gaal alles vertellen over het Catalaanse gebeuren, de club, de cultuur. Cruijff was een god bij Barcelona, Rexach is een half-god. Een hero met zijn eigen persoonlijkheid en inbreng. Daarom moet het nog blijken of het verstandig is dat Van Gaal hem erbij heeft gehaald.

Toen Johan ontslagen werd, nam Rexach het elftal over. President Nuñez vroeg mij ook te blijven, maar ik was dezelfde mening toegedaan als mijn vrouw. Die zei: 'We zijn met Johan gekomen, we zullen ook weer met hem vertrekken'. Rexach sprak altijd woorden van dezelfde strekking: 'Als we gaan, dan gaan we met z'n drieën'. Daar heeft hij zich niet aan gehouden.''

Het doet Bruins Slot deugd dat de spelers uit de eigen kweek weer een kans krijgen in de selectie van Barcelona. Bobby Robson gaf voorrang aan de aankopen, hij verwaarloosde het tweede team dat prompt degradeerde. “Als je de eigen jeugd niet meer laat doorstromen, is dat een scheiding van moeder en kind. In je cuerpo (lichaam) ligt toch je kracht? Dat is vorig seizoen ook gebleken. Gedurende de moeilijke fase in het seizoen gaf Robson de voorkeur aan de opgeleide speler Oscar boven de aankoop Giovanni.”

De doorstroming van eigen jeugd is altijd een stokpaardje geweest van Cruijff en Bruins Slot. “We hebben bij Barcelona structuur gebracht in de opleiding. Toen we begonnen zei Cruijff: 'Zestig procent van het eerste elftal moet straks voortkomen uit eigen kweek'. De Spaanse bondscoach Clemente verkondigde dat hem dat nooit zou lukken. Maar zoals altijd hield Cruijff woord. Spelers als Ferrer, Guardiola, Sergi, Roger, Celades, Oscar en Amor zijn door Barcelona opgeleid.”

De wijze waarop voorzitter Joseph-Lluis Nuñez coach Robson liet vervangen door Van Gaal, heeft Bruins Slot niet verbaasd. “Johan is op dezelfde wijze behandeld als Robson. Waarom kon er na zo'n staat van dienst niet tegen hem gezegd worden: 'Het spijt ons, we willen een ander'? Een week voordat Johan de wacht werd aangezegd vloog Nuñez naar Portugal om Robson te benaderen. Ver voor de presentatie stond het voor mij vast dat Van Gaal geen hoofd jeugdopleiding zou worden. Want daarvoor was Serra Ferrer, de trainer van Betis Sevilla, aangetrokken.

Dat geeft tevens aan dat Barcelona een peperdure technische staf moet hebben.

Want als de trainer van de nummer vier van vorig seizoen genoegen neemt met zo'n baan, zal hij dat niet voor niets doen.''

Van Gaal heeft inmiddels ontdekt dat hij in een andere voetbalwereld is beland.

De Spaanse beleving, en de stress die dat met zich meebrengt, valt niet met de Nederlandse situatie te vergelijken. “Als je in Barcelona even buiten loopt word je voortdurend met voetbal geconfronteerd. De bakker reed mijn buitenhuis op zondag altijd met een rotgang voorbij als we de avond daarvoor verloren hadden. Dan was hij boos, want dan verkocht hij geen meter. Bij een overwinning namen de mensen al tijd een taartje of cake bij de koffie.”

Van Spaanse journalisten weet Bruins Slot dat Van Gaal de media op een afstand probeert te houden. “Er zijn Spaanse kranten die continu zes man op Barcelona zetten. Na een half jaar wordt deze ploeg afgelost door een half dozijn frisse krachten en moeten ze op adem komen achter een bureau. Bij een uitwedstrijd gaf Cruijff eerst in Barcelona een persconferentie en vervolgens deed hij dat weer na de landing in de stad waar we de volgende dag moesten spelen. Dan rende hij in het hotel naar zijn kamer, zette z'n tassie neer, deed z'n dassie goed en ging weer naar de pers.

Want Cruijff wilde overal goodwill kweken, was een ambassadeur van de club, ook buiten Catalonië. 's Nachts gingen de lokale radiozenders in de lucht en dan werd je om half één gebeld of het vliegtuig nog getrild had. Ik heb begrepen dat Van Gaal de media weert uit het spelershotel en met een voorlichter naar de journalisten gaat om daar de vragen te beantwoorden.''

In de wedstrijd tegen Newcastle United ontdekte Bruins Slot dat Van Gaal met enkele omzettingen in z'n elftal een wedstrijd ten goede kan keren. Barcelona kwam achter met 3-0, maar wist de schade enigszins te beperkten tot 3-2. “Newcastle zette ontzettend veel druk in het eerste uur.

Daarna was het elftal uitgeblust. Nadal had moeite met de snelheid van Asprilla. Later in de wedstrijd ging Reiziger op hem spelen. Dat liep beter. Cruijff had van tevoren op die situatie geanticipeerd.''

Bruins Slot gaat volgende week op eigen gelegenheid naar Barcelona-PSV. Hij maakt immers geen deel uit van de directe begeleiding. “Ik ga wat vrienden opzoeken. Dit wordt voor mij een wedstrijd van een andere planeet. Een troefkaart voor PSV is mogelijk het half lege stadion. Ik denk dat er ten hoogste zestigduizend mensen op dit duel afkomen, hoewel 108.000 mensen een seizoenkaart hebben.

De wedstrijd begint te vroeg. Zeker voor de socios die op drie, vierhonderd kilometer afstand wonen en tot acht uur moeten werken. Barcelona speelt in eigen stadion altijd onder enorme druk. Als een speler na een misser wordt uitgefloten, dan zal hij de volgende bal al gauw een tikje breed geven. PSV moet daarom eerst de wedstrijd zien te controleren. Daarna moet het op de goede momenten het initatief nemen en toeslaan.''

Bij thuiskomst in Nederland kan Bruins Slot zich weer storten op zijn dagelijkse werk bij de jeugdopleiding van PSV. Het eerste juniorenteam verloor twee weken geleden met 9-1 van Vitesse en staat vrijwel onderaan. “Dat elftal bestaat uit spelers van zestien jaar. De categorie zeventien en achttienjarigen is in de loop der jaren afgevallen en niet meer aangevuld. Maar we hebben nu fantastische elftallen onder veertien jaar. De mensen staan bij deze teams te genieten langs de lijn.

“We hebben een geweldige achttienjarige spits rondlopen van Turks-Belgische afkomst: Ismail Ayaz, die door de trainers is gekozen tot de beste jeugdspeler van het jaar. Ajax zou hem al gepresenteerd hebben aan het publiek. Zoals Cruijff en ik Bergkamp op zeventienjarige leeftijd tegen Malmö voor het eerst lieten ruiken aan het grote werk. Voor de wedstrijd moest ik hem nog van school halen. En zoals wij in Frank Verlaat hebben laten debuteren in de Europa Cup 2-finale. Toen ik opmerkte dat het postuur van Verlaat geschikt was om de spits van Leipzig te schaduwen, zei Cruijff achteloos: 'Goed, dat is dan opgelost. Verlaat speelt'.”