De Jantjes nu al te modern

Voorstelling: De Jantjes, van Herman Bouber, Louis Davids, Margie Morris, e.a. door Joop van den Ende Theaterprodukties. Spelers: Bart Oomen, Danny de Munk, René Vernout, Peter Faber, Carry Tefsen, Ryan van den Akker, Mariska van Kolck, Johnny Kraaykamp jr, e.a. Muziek o.l.v. Ruud Bos. Decor: Jan Klatter. Regie: Eddy Habbema. Gezien: 26/9 in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 6/5. Inl. 0900-3005000.

De laatste keer dat De Jantjes werd gespeeld, in 1982 in een pittoreske versie van Nooy's Volkstheater, vielen mij twee dingen op: hoe levendig de liedjes waren gebleven, en hoe gammel het script was geworden. Maar dat laatste deed er nauwelijks iets toe; de voorstelling had een onweerstaanbare charme omdat alle spelers niets anders beoogden dan het hooggeëerde publiek een avond te bezorgen van een lach en een traan, van inhaken en meedeinen.

Voor de nieuwste versie van de uit 1920 daterende 'volksschets in vijf bedrijven', die gisteravond in première ging, is door Ivo de Wijs en Ruud Bos een ingrijpende opknapbeurt verricht. Het oude script van Herman Bouber is, met behoud van diens schilderachtige Jordaan-taal, ontdaan van de omhaal van woorden en aan de evergreens van Louis Davids en Margie Morris (Dat zijn onze Jantjes, Als de tros wordt losgesmeten, Nou tabeh dan) zijn veel nummers toegevoegd. Deels uit andere producties van Bouber, Davids en Morris (In de Jordaan, Wordt nooit verliefd, de Radijswals), deels uit de verfilming van 1934 (Omdat ik zoveel van je hou, Draaien) en deels ook gloednieuw, omdat er volgens de huidige musical-opvattingen meer te zingen moet zijn.

Het resultaat van die renovatie is echter nogal hybride. Sommige liedjes komen plompverloren uit de lucht vallen, sommige zijn volstrekt overbodig en het nieuwe liefdesduet Een zee van tijd, hoe mooi geschreven ook, is veel te modern om te passen tussen de vertrouwde refreintjes. Er wringt iets.

En dat geldt, vind ik, ook voor de voorstelling. Mij dunkt dat regisseur Eddy Habbema niet precies heeft geweten wat hij zou maken: smeuïg volkstoneel, psychologisch drama of een feestavond - met als gevolg dat De Jantjes geen van drieën is geworden. Af en toe koddig (waardoor Danny de Munk als 'de Schele' een achterlijke zot te spelen krijgt en Johnny Kraaykamp jr het haantjesgedrag van 'mooie Leendert' veel te letterlijk staat uit te beelden), soms met heftig doorleefde pathetiek (zodat René Vernout een lied moet zingen met de getergde gelaatsuitdrukking van een stomme-film-acteur die wanhoop speelt) en veel te weinig momenten van eerlijk sentiment en ware vreugde. Ook het monumentale, en dus afstand scheppende toneelbeeld werkt niet mee.

Op een aantal individuele prestaties valt weinig valt af te dingen, maar dat neemt niet weg dat hier allerlei spelers uit zeer uiteenlopende richtingen zijn samengebracht die lang niet allemaal de nestwarmte van het traditionele volkstoneel kennen. Carry Tefsen wel, en dat is te merken aan de passende eenvoud waarmee ze zo'n liedje als Ode aan 't IJ zingt. Spijtig alleen dat nu juist op dat moment de aandacht wordt weggetrokken door een changement.

Habbema wilde ons, heeft hij verklaard, meer van De Jantjes laten zien dan “de oppervlakkige gezelligheid”. Misschien slaagt hij daarin voor wie het stuk nooit eerder heeft gezien en denkt kennis te maken met een authentieke theaterhit van vroeger.

Maar ik miste in deze overgeproduceerde voorstelling de ziel die ooit in het stuk heeft gezeten, en de zorgeloosheid van een ensemble dat niet wordt gehinderd door vragen over het wat, waarom en hoe.