'De grootste schade sinds de dertiende eeuw'

Twee aardbevingen in Italië hebben gisteren aan elf mensen het leven gekost en vele historische gebouwen beschadigd. Assisi en zijn basiliek zijn het zwaarst getroffen.

ASSISI, 27 SEPT. Vier mannen komen in een stofwolk door de kerkdeur naar buiten. Morsige groene en witte jassen, vuile stofmaskertjes voor hun mond. Hun schouders hangen, hun ogen staan leeg.

Met afwerende gebaren wuiven ze vragenstellers weg.

Er is niets meer te zeggen. De laatste dode in de kerk, de vierde, is net geborgen. Ook de snuffelhonden zijn uit de basiliek gekomen.

Hun werk zit erop. Op het grasveld voor de hoofdingang staan wat geverfde stenen opgestapeld, de resten van een prachtig fresco. Het lijkt een puzzel. Maar niemand kan hem meer oplossen. Delen ervan liggen tussen de hoop witte stenen naast de ingang of zijn weer stof geworden en hangen tussen de miljoenen andere stofdeeltjes in de basiliek van St. Franciscus.

De aardbevingen die het bergachtige midden van Italië gisteren twee keer deden schudden, hebben zeker elf levens geëist, honderden huizen doen instorten, en schade aangericht aan tientallen historische gebouwen in de regio Umbrië, het groene hart van Italië. Maar hier in Assisi is de ramp het grootst, in deze kerk met het graf van Sint Franciscus en prachtige dertiende- en veertiende-eeuwse fresco's. Honderdduizenden toeristen en pelgrims komen er jaarlijks op af.

Bij de eerste beving, om half drie 's nachts, met een kracht van 5,5 op de schaal van Richter, raakt een fresco van de dertiende-eeuwse schilder Cimabue onherstelbaar beschadigd. Ook komen er scheurtjes en barstjes in de wereldberoemde frescocyclus waarin Cimabues leerling Giotto de hoogtepunten uit het leven van Franciscus heeft afgebeeld. Als een groep Franciscaner fraters, kunstexperts en lokale bestuurders 's ochtends de schade komt opnemen, worden zij om half twaalf verrast door een nieuwe beving, ongeveer even sterk. Met donderend geraas komen delen van het dak naar beneden, bovenop het altaar en vlak bij de ingang. Twee monniken en twee restaurateurs raken bedolven onder het puin.

Burgemeester Giorgio Bartolini overleeft de ramp. Onder het stof komt hij naar buiten, met scheuren in zijn broek en twee stukken fresco in zijn handen. “Dit is de grootste schade aan de kathedraal sinds die is gebouwd in de dertiende eeuw”, zegt de burgemeester ontredderd.

“Alles begon hier te rammelen, de flesjes, de kopjes, alles”, zegt de man achter de kassa van bar San Francesco, recht tegenover de kerk, ruim vier uur later. “Het is een ramp. Vier mensen dood. Die prachtige fresco's. Er is niets meer van over. Alles is weg.” Zo erg is het niet, maar dat kan bijna niemand met eigen ogen bekijken. De politie vreest een nieuwe instorting en houdt iedereen buiten de kerk.

Pagina 7: Minderbroeders staren ontredderd naar de voorgevel

De enige tv-beelden worden gemaakt door een brandweerman die een camera op zijn schouder mee naar binnen neemt. Maar als de directeur culturele zaken van de regio Umbrië, Costantino Centroni, aan het eind van de middag uit de kerk stapt, probeert hij de onrust te bezweren. Een paar fresco's van Cimabue en fresco's op het dak zijn verloren gegaan. Maar de fresco's van Giotto lijken bij de instorting van het dak geen nieuwe schade te hebben opgelopen.

“Ik heb naar binnen gekeken en ik denk niet dat er grote schade is aangericht aan de fresco's van Giotto”, vertelt Centroni wat gewichtig. “Er hing nog heel wat stof door het puinruimen, en daarom was het moeilijk om alles goed in te schatten. Maar van wat ik vanaf de deur kon zien, is er geen schade die onherstelbaar is.”

Het is een schrale troost voor de vier franciscaner minderbroeders, drie in een zwarte pij en een in burger, die in het gras voor de kerk ontredderd naar de ongeschonden voorgevel zitten te staren. Waarom hun kerk, de belangrijkste kerk van hun orde? Waarom hun medebroeders, leden van de nederigste kloosterorde, monniken die naar hun stichter armoede en eenvoud preken? “Dit past in een schema dat ons begripsvermogen te boven gaat”, zegt een franciscaan verslagen.

Op een afstand staan wat ramptoeristen en nieuwsgierigen. Een Nederlands echtpaar vertelt dat het uit de camping in het dal komt en achter de ambulances aan is gereden, naar Assisi, halverwege de berg. Vier oudere Amerikanen vragen bezorgd of dit wereldnieuws is en of ze naar huis moeten bellen dat alles goed is. Of ze ergens anders gaan slapen, uit angst voor nieuwe bevingen, zoals andere hotelgasten doen? “Welnee, waarom zouden we? Wij zijn wel wat gewend. Wij komen uit San Francisco.”

Van de twaalde-eeuwse basiliek is alleen de zogeheten bovenkerk getroffen, niet de onderkerk, die half in de rots is ingebouwd en waar het graf van Franciscus is. Elders in Assisi vertonen drie andere gebouwen uit de twaalfde en dertiende eeuw scheuren na de aardbevingen. In Foligno, hemelsbreed twintig kilometer verder, is de twaalfde-eeuwse klokkentoren ingestort. Ook in veel andere stadjes van Umbrië en de aangrenzende regio Marche, de gebieden die het zwaarst zijn getroffen, zijn historische gebouwen beschadigd. De beving overdag was voelbaar tot in Rome, 150 kilometer verder: daar viel in de Senaat een zware kroonluchter van het plafond.

Temidden van alle ontzetting vraagt Italië zich vertwijfeld af of het mogelijk is om al zijn kunstschatten tegen dergelijke rampen te beschermen. Minister van Cultuur Walter Veltroni heeft gisteren herhaald dat het kabinet werkt aan maatregelen hiervoor, net zoals hij dat deed na de brand in de kapel in Turijn waar de zogeheten lijkwade van Christus wordt bewaard.

Volgens sommigen had de ramp in Assisi in ieder geval voorkomen kunnen worden. De voorgevel staat in de steigers, een bewijs dat bekend was dat het gebouw gebreken vertoond. Volgens kunstcriticus Federico Zeri is het fout gegaan bij een restauratie in de jaren vijftig. Toen zijn houten balken in het dak van de kathedraal vervangen door gewapend beton. Daardoor is het dak zwaarder geworden en minder elastisch.

Aan het einde van een zonovergoten maar trieste dag verdwijnt om zeven uur de zon gloeiend achter de heuvels aan de overkant van het brede dal dat de rivier de Tiber hier heeft uitgeslepen. Het wordt snel kouder. De schemering wordt doorbroken door zwaailichten die in kolonnes door het dal glijden, op weg naar de zwaarst-getroffen gebieden in het rampgebied: blauw voor de versterkingen van politie en brandweer, geel voor de hulpautos die caravans komen brengen voor de zeker tweeduizend daklozen. Het kabinet heeft zestig miljoen gulden uitgetrokken voor eerste hulp en zou vandaag vergaderen of de noodtoestand moet worden uitgeroepen.

In Assisi zetten EHBO'ers op het grasveld voor de basiliek een ruime groene tent op. Ook verder de helling af, bij kloosters en openbare gebouwen, staan hier en daar groene en bruine tenten klaar, net als op veel plaatsen elders in het gebied. Ze zijn bedoeld voor mensen die zich niet veilig voelen in hun huis, die bang zijn voor nog een schok, die vrezen om, net als de meeste slachtoffers van gisteren, bedolven te worden onder instortende muren en plafonds. Aan het begin van de avond staan de tenten allemaal nog leeg. “De mensen denken dat het voorbij is, zegt een hulpverlener. “Ze hopen dat er geen nieuwe schokken meer komen. Maar deze ramp had ook niemand verwacht. De natuur laat zich niet voorspellen.”