Allemaal kapitalisten

HONGKONG VORMT een aanstekelijk voorbeeld van de dynamiek van de vrije markt. De voormalige Britse Kroonkolonie, die drie maanden geleden werd overgedragen aan de Volksrepubliek China, zindert van de bedrijvigheid. De afgelopen week vond in deze etalage van het kapitalisme de jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank plaats.

Dit festival van internationale bankiers die zich laven aan elkaars aanwezigheid, en van de financiële autoriteiten die zichzelf feliciteren met hun beleid, is uitgegroeid tot een collectieve belijdenis van het geloof in de markt.

Gesterkt door gunstige vooruitzichten van de wereldeconomie - vijf goede jaren stelde het IMF in het vooruitzicht - kon zelfs de financiële crisis die Zuidoost-Azië op dit moment teistert de opgewekte stemming niet bederven. Integendeel. De vrije val van de munten in Thailand, Maleisië, Indonesië en de Filippijnen fungeerde als een brandglas om de aandacht te richten op de knelpunten van de financiële sector in de wereldeconomie.

De uitdaging is om het proces van liberalisatie van het kapitaalverkeer in goede banen te leiden. Het gaat om de bewegingsvrijheid van geld, investeringen en beleggingen plus daarvan afgeleide financiële producten. In West-Europa is dat proces pas eind jaren tachtig voltooid en sindsdien heeft het zich met razende snelheid over de wereld verspreid. Volledige vrijheid van kapitaal om 'in' en 'uit' landen te gaan, brengt evenwel ook risico's met zich mee, zoals de periodieke uitbarstingen van financiële crises aantonen.

Dit vraagstuk raakt de kern van het marktkapitalisme in opkomende landen: hoe kan internationaal beschikbaar kapitaal het beste worden aangewend voor economische ontwikkeling en hoe kan er een evenwicht tussen risico en resultaat worden bereikt. De Tinbergiaanse gedachte die ten grondslag heeft gelegen aan ontwikkelingshulp, namelijk dat overheden van de rijke landen moeten inspringen om in het tekort aan kapitaal in ontwikkelingslanden te voorzien, is om verschillende redenen achterhaald.

SINDS BEGIN JAREN negentig verstrekken de internationale kapitaalmarkten een veelvoud van de bedragen die beschikbaar zijn voor officiële hulp. De particuliere sector blijkt een betere motor voor ontwikkeling te zijn dan de staat. Op de derde plaats zijn andere factoren dan het vermeende tekort aan kapitaal van tenminste even grote betekenis voor economische ontwikkeling.

Hoe groot het belang is van een gezonde financiële sector is op het ogenblik zichtbaar in de Aziatische 'tijgers'. In Maleisië doet zich een ouderwetse run op een bank voor omdat rekeninghouders voor hun spaartegoeden vrezen. In Thailand is de helft van de financieringsmaatschappijen op last van de overheid gesloten. In Indonesië en de Filippijnen doen geruchten de ronde over dreigende bankfaillissementen. Het kaartenhuis van ongecontroleerde financiële instellingen, effectenspeculaties, leningen voor onrendabele onroerend-goedprojecten en megalomane investeringen in een systeem van politiek en zakelijk nepotisme, is in elkaar gestort.

UIT DE CRISIS in Zuidoost-Azië vallen de nodige lessen te trekken. De eerste les is dat een evenwichtig macro-economisch en monetair beleid onontbeerlijk is. Maar dit standaardrecept van het IMF en de Wereldbank is niet voldoende om het uitbreken van een financiële crisis te voorkomen. De tweede les is dat behoorlijk bestuur en bestrijding van corruptie tenminste even belangrijk zijn. Terecht krijgen deze thema's eindelijk grotere aandacht in de beleidsaanbevelingen van de internationale instellingen. De derde les is dat een goed functionerende financiële sector essentieel is voor een gezonde economische ontwikkeling. Direct hiermee verbonden is de noodzaak van onafhankelijk toezicht van de autoriteiten op de financiële sector. De vijfde les is dat de deelnemers aan het kapitaalverkeer een risico moeten lopen als het mis gaat. Want hoewel niemand een epidemische uitbreiding van een crisis wenst, is het evenmin de bedoeling dat lokale speculanten of internationale bankiers een vrijkaart voor risicovol gedrag krijgen en de rekening voor de crash kunnen indienen bij het IMF of de Westerse centrale banken. Als een vangnet te hoog hangt, lokt het risicovol gedrag uit.

Dit decennium hebben vrijwel alle landen van de wereld zich bekeerd tot een vorm van deelname aan het wereldkapitalisme, met China als de meest recente bekeerling. Daarbij hoort vroeg of laat de liberalisate van het kapitaalverkeer, ook al brengt dit het risico van financiële instabiliteit met zich mee. Maar de negatieve gevolgen van afscherming zijn groter dan de gevaren van geleidelijke liberalisatie, mits uit de genoemde lessen lering wordt getrokken. Vrij kapitaalverkeer is iets anders dan een financieel sprookjesland. Dat leidt slechts tot 'Thaise toestanden'.

BIJ HET UITBREKEN van de Latijns-Amerikaanse schuldencrisis vijftien jaar geleden was de stabiliteit van het internationale financiële stelsel in gevaar. Dat is bij de huidige Azië-crisis niet het geval. Althans, voorlopig niet. Het is van het grootste belang om landen te begeleiden op de ingeslagen weg van liberalisatie en, waar nodig, klaar te staan voor internationaal gecoördineerde crisisbeheersing. Het IMF en de Wereldbank hebben in Hongkong de afgelopen week duidelijk gemaakt dat ze uitstekend op die uitdagingen zijn voorbereid.