Aardse broeikas wellicht warmer door krachtiger zon

Er zijn aanwijzingen dat de gemiddelde intensiteit van de zonnestraling de afgelopen 10,5 jaar met ongeveer 0,036 procent is gestegen (Science, 26 september). Als de trend reëel is en zou voortduren zou dat leiden tot een extra aardse opwarming van 0,4 graad celsius aan het eind van de volgende eeuw.

Sinds 1978, toen de met een gevoelige radiometer (stralingsmeter) uitgeruste Nimbus-7 satelliet in een baan om de aarde kwam kan de zogenoemde zonneconstante rechtstreeks worden gemeten. Onder de zonneconstante - die niet echt 'constant' is - verstaat men het energetisch vermogen dat per vierkante meter oppervlak (dwars op de zonnestralen) aan de buitenzijde van de aardse atmosfeer van het totale zonnespectrum kan worden opgevangen. Meestal wordt een waarde van 1368 watt per vierkante meter opgegeven, daarin is rekening gehouden met de wisselende afstand tussen zon en aarde.

Al eerder is gebleken dat de zonneconstante zo'n 0,15 procent varieert in samenhang met de verandering van het aantal zonnevlekken binnen een zonnecyclus (die gemiddeld 11 jaar duurt.) Zonnevlekken worden al ruim twee eeuwen secuur geteld en sinds 1750 krijgen de cycli een rangnummer. Met het huidige minimum aan zonnevlekken loopt cyclus 22 ten einde.

Sinds de lancering van de Nimbus-7 (die in 1993 uitviel) zijn in totaal door vier radiometers aan boord van vier verschillende satellieten min of meer continu metingen verricht aan de intensiteit van de zonnestraling. Daarbij zijn cyclus 21 en 22 vrijwel volledig beschreven. Het probleem is dat er niet de gewenste overlap is tussen de metingen van de verschillende instrumenten, dat er met verschillende regelmaat is gemeten ('gemonsterd') en dat de sensors van de radiometers elk op hun eigen wijze achteruitgingen onder invloed van de agressieve zonnestraling. De twee beste radiometers hadden daarvoor een speciale calibratie, de twee andere niet.

Met kunst en vliegwerk heeft de Amerikaanse onderzoeker R.C. Willson de vier afzonderlijke meetreeksen gecombineerd en is de langjarige trend in de intensiteit van de zonnestraling gemeten. Het lijkt erop dat de intensiteit tussen het minimum aan het eind van cyclus 21 (1987) en het huidige minimum met ongeveer 0,036 procent is toegenomen. Als dat zo doorgaat, noteert Willson, kan de gemiddelde aardse temperatuur de komende eeuw met 0,4 graad celsius stijgen. (Hij had eraan toe kunnen voegen dat dat ongeveer evenveel is als er de afgelopen 120 jaar aan feitelijke opwarming is geregistreerd. Als de trend al een eeuw heeft bestaan valt een belangrijk fundament onder de broeikastheorie weg.)

Een journalistiek commentaar van de Science-redactie spreekt grote twijfels uit over de kracht van Willsons conclusie. Er bestaat veel verschil van mening over de wijze waarop metingen van verschillende instrumenten gecombineerd kunnen worden.