Aanval op Zwitsers drugsbeleid

De Zwitsers spreken zich morgen uit over verharding van het drugsbeleid. Wordt het experiment Lifeline voortijdig beëindigd?

ROTTERDAM, 27 SEPT. 'Jeugd zonder drugs' - de inzet van het referendum waarover de Zwitsers zich morgen kunnen uitspreken is verraderlijk simpel. De praktijk van het drugsbeleid is veel gecompliceerder, zoals de Zwitserse autoriteiten al jaren ondervinden.

Meer dan 30.000 heroïneverslaafden telde het land aan het begin van de jaren negentig, op een bevolking van ruim 7 miljoen mensen. Nergens in Europa werd de drugsspuit een jaar of vijf geleden door verslaafden openlijker gehanteerd.

En nergens in Zwitserland gebeurde dat zichbaarder dan in Zürich. In het Platzspitzpark, dat ook wel bekend stond als Needle Park, zaten dagelijks honderden verslaafden bij elkaar - internationale tv-camera's registreerden de sombere beelden. Zeer tot ongenoegen van de Zwitsers, die hun imago van zuiverheid ernstig zagen aangetast.

In 1992 besloot de politie het park te ontruimen. Maar de junks vonden elkaar al gauw terug op een andere plek, deze keer het station Letten. Begin 1995 werd ook daar grote schoonmaak gehouden. En die bleek effectiever. Vooral ook omdat de overheid in de tussentijd een heel scala aan maatregelen heeft genomen om de overlast te beperken. Met spuitinwisselprojecten, afkickklinieken, dagopvang voor junks, Fixerstübli (openbare ruimtes waar verslaafden onder medisch toezicht door henzelf meegebrachte heroïne mogen spuiten), methadonklinieken en een ziekenhuis waar drugsverslaafden behandeld worden voor ziektes als tbc en hepatitis, wist de overheid de junks met succes uit het straatbeeld te weren.

Een van de belangrijkste projecten, dat door de ministers Borst (Gezondheidszorg) en Sorgdrager (Justitie) met belangstelling is bekeken en in Nederland navolging zal vinden, is Lifeline. Aan ruim 1.100 verslaafden wordt onder medisch toezicht heroïne verstrekt. Het doel is niet zozeer de junks van hun verslaving af te helpen, maar om hun leefomstandigheden te verbeteren.

Doordat hun leven niet meer volledig wordt beheerst door het bemachtigen van heroïne, krijgen ze de gelegenheid een 'gewoon' leven op te bouwen.

Het succes van Lifeline - dat in 1998 geëvalueerd moet worden en als er geen roet in het eten gegooid wordt, wel zal worden voortgezet - is opmerkelijk.

Niet dat het aantal verslaafden drastisch is verminderd. Maar het is volgens het Bundesgesundheitsamt in Bern sinds enkele jaren wel stabiel gebleven.

Bovendien is het aantal doden gedaald van 396 in 1994 tot 312 vorig jaar. En - voor veel Zwitsers een doorslaggevend argument - openlijke confrontatie met verslaafden is sterk verminderd.

Desondanks is Lifeline veel Zwitsers nog steeds een doorn in het oog. Vooral omdat het project niet is bedoeld om junks van hun verslaving af te helpen.

Vandaar dat verschillende Zwitserse organisaties een gezamenlijke actie begonnen om de honderdduizend handtekeningen te verzamelen waarmee een referendum kan worden afgedwongen. De actie wordt gesteund door uiteenlopende groepen als de Zwitserse Volkspartij van de rechtse populist Christoph Blocher,de Vereniging van Katholieke Artsen en de Verein für Förderung der Psychologischen Menschenkenntnis, een sektarische organisatie die eigen behandelmethodes heeft ontwikkeld.

In hun ogen is Zwitserland nog steeds het “drugseiland” van Europa. Ze beschouwen het verstrekken van heroïne als “vergissing, uniek in de wereld”.En ze eisen het referendum dat de regering voortaan “een restrictief, op onthouding gericht drugsbeleid” voert. De tegenstanders van het liberale beleid zijn wel zo verstandig om niet de enorme kosten van alle projecten als argument te gebruiken, jaarlijks ruim 1 miljard gulden. Want ze weten dat, bij een terugkeer naar de oude situatie, de bestrijding van de overlast en de toenemende criminaliteit ongeveer 1,3 miljard gaat kosten. Voorstanders van een restrictief drugsbeleid pleiten voor “echte hulp” door artsen, waarmee voornamelijk gedwongen afkicken wordt bedoeld.

De Zwitserse regering kijkt met enige spanning uit naar de uitslag van het (bindende) referendum, ook al lijkt een meerderheid het liberale beleid te steunen. Als de Zwitsers voor stemmen, betekent dat het einde van projecten als Lifeline.

Voor de zekerheid hebben politici zich daarom massaal in het debat gestort.

Volgens de regering geloven de voorstanders in “wonderen”, terwijl de methode die zij voorstellen voor de meeste verslaafden geen soelaas biedt.

Ruth Dreifuss, minister van Volksgezondheid, noemt het initiatief daarom “onrealistisch, onbruikbaar en onefficiënt”. Een gemeenteraadslid in Zürich ging nog veel verder. Volgens haar is het referendum “liefdeloos, meedogenloos en voor sommigen dodelijk”.

Wat de uitslag van het referendum ook zal worden, komend jaar volgt een nieuwe Urnengang, zoals de Zwitsers hun referenda noemen. Dan mogen ze zich uitspreken over het andere uiterste: algehele liberalisering van drugs.