Vogels gevaarlijk op vliegtuigeiland

Een eiland voor de kust is de meest besproken optie voor een nieuw vliegveld. Technisch kan het, maar het vergt wel het weren van vogels en een visverbod.

DELFT, 26 SEPT. Het idee om Schiphol te verplaatsen naar een eiland voor de kust was nauwelijks geopperd, of baggeraars, ingenieursbureaus en Rijkswaterstaat lieten weten dat zo'n project technisch geen probleem zou zijn. Zand genoeg op de Noordzeebodem.

Onzeker zijn vooral de effecten van zo'n eiland op de rest van de kust. De studie naar zulke effecten is een specialiteit van het Waterloopkundig Laboratorium in Delft. De afgelopen maanden is daar druk gerekend aan modellen voor een eiland voor de kust.

Als uitgangspunt namen de onderzoekers de eerste voorkeur van de luchthaven Schiphol zelf: een eiland van 24 vierkante kilometer, met een terminal en vijf landingsbanen, maar zonder bedrijfsterreinen en dergelijke. In de visie van Schiphol zouden die op het vasteland blijven, evenals parkeerplaatsen, een station en incheckfaciliteiten. Een tunnel met een supersnelle trein- of magneetbaanverbinding zou het eiland met Schiphol moeten verbinden.

Waar het eiland in de tekeningen van Schiphol de vorm van een trapezium heeft, koos het Waterloopkundig Laboratorium voor een driehoek. Bij die vorm is de kustlijn korter en daardoor goedkoper, er zijn minder kilometers dijk nodig. Bovendien is de invloed op de stroming voor de kust minder ingrijpend.

De kustverdediging van zo'n eiland vergt nogal wat. In extreme, maar niet onrealistische omstandigheden moet rekening worden gehouden met hoogwater van vijf meter boven NAP met daarop golven van tien meter hoog. Om dan ook nog overslaand zeewater, met het voor vliegtuigaluminium zeer schadelijke zout, met voldoende zekerheid buiten te houden, zouden dijken van zo'n 25 meter hoog nodig zijn, zo is nu berekend. Die dijken kunnen wat lager worden als de golven eerder worden gebroken door een soort onderzeese terrassen aan te leggen voor het eiland.

Technisch is het ook denkbaar het hele eiland in zand uit te voeren - dus zonder dijken - maar dat vergt veel meer zand en is daardoor aanzienlijk duurder.

Een punt van zorg bij elke plaats voor een vliegveld in de buurt van water zijn de vogels. Vooral bij de start en de landing kan een vogel in een straalmotor terechtkomen. De ecologen van het Waterloopkundig Laboratorium geloven niet in de mogelijkheid vogels naar zogeheten lokeilanden weg te lokken, zodat ze van het vliegveldeiland wegblijven. Zo'n lokeiland trekt volgens de ecologen alleen maar meer vogels aan. Om te beginnen zouden er zo min mogelijk vogels in de buurt moeten zijn. Daarvoor zou er onder meer een verbod moeten komen voor vissersschepen om in de omgeving van het eiland visafval overboord te zetten of netten schoon te spoelen. Dat trekt namelijk veel vogels aan. Een visverbod in de wijde omtrek zou het beste zijn.

Desalniettemin zal een eiland toch vogels aantrekken. Het is dan zaak om ze daar te krijgen waar ze het minst kwaad kunnen. Te allen tijde moet worden voorkomen dat ze op de punten van het eiland gaan zitten, waar de kop van de banen ligt. Door op het eiland geen gras te laten groeien en geen duinpannetjes te laten ontstaan, zal het in elk geval voor de belangrijkste vogelsoorten - meeuwen - niet aantrekkelijk worden. Aanplant van duindoorn zou dit nog versterken.

Een eiland op tien tot twintig kilometer voor de kust heeft geen invloed op het slibtransport van zuid naar noord, waarmee onder meer de Waddenzee wordt gevoed, aldus de berekeningen van het Waterloopkundig Laboratorium. Het zou voor de Wadden dan ook niet schadelijk zijn.

Op grote schaal is de invloed van zo'n eiland in de Noordzee vrijwel nihil, maar er zijn er wel flinke plaatselijke effecten. Zo zal, gezien vanuit zee, in de 'schaduw' van het eiland extra zand worden afgezet op het strand, terwijl ten noorden en ten zuiden van die schaduw extra zand zal wegspoelen. Het gaat daarbij niet om schokkende hoeveelheden. Met een extra zandsuppletie van zo'n miljoen kubieke meter per jaar is de kustlijn geheel te handhaven. Ter vergelijking: op het ogenblik wordt elk jaar al acht miljoen kubieke meter zand op de kust aangebracht om afslag te compenseren.

Liever zouden de onderzoekers iets aanleggen dat uit zichzelf zorgt voor stabiliteit van de kust. Volgens hun berekeningen is dat mogelijk met een zogeheten strandhaak, een strook zand van zo'n vier kilometer lang die anderhalve kilometer de zee in steekt. De strandhaak moet voorkomen dat er zand wegspoelt van de kust.

Door zo'n strandhaak zou er juist een natuurlijke aanzanding plaatsvinden ten zuiden van die haak, op de plaatsen waar er door de aanleg van het eiland zand weg zou spoelen. Daardoor ontstaat een stabiele situatie. Alleen op de kop van de strandhaak zou eens in de paar jaar zand bijgestort moeten worden. De aanzanding in de 'schaduw' van het eiland gaat wel door, en dat biedt perspectieven voor natuur en recreatie. Is dat niet gewenst, dan is het een kleine moeite om dat zand weg te baggeren.

De meest zuidelijk gelegen locatie die in aanmerking komt voor een vliegveldeiland als het nog met een snelle verbinding in een kwartier te bereiken is vanuit Schiphol, is bij Noordwijk. De meest noordelijke locatie ligt bij Zandvoort.

Om te voorkomen dat op langere termijn aanzanding ten noorden van het eiland ertoe zou leiden dat de IJgeul (de vaargeul vanuit IJmuiden de zee op) dichtslibt, zou het eiland op meer dan vijf kilometer ten zuiden van de IJgeul moeten komen. Het benodigde zand voor het eiland zou allemaal uit de IJgeul kunnen komen. Die wordt dan wat breder en drie meter dieper. Als het vliegveldeiland helemaal bedijkt is, zou met zo'n zeshonderd miljoen kubieke meter zand kunnen worden volstaan.

De ingenieurs van het Waterloopkundig Laboratorium zien de aanleg van een eiland als een uitgelezen mogelijkheid om de verdediging van de kust een wat dynamischer en natuurlijker karakter te geven dan door jaarlijks zand bij te spuiten.