Thriller over atoombom; Intrigerende liefde in de woestijn

Joseph Kanon: Los Alamos. Abacus, 408 blz. ƒ 35,-. Vertaling Gerard Grasman. Meulenhoff, 487 blz. ƒ 39,90

In de lente van 1945 was het de meest geheime plek op aarde, die heuvel zo'n veertig kilometer buiten Santa Fe in New Mexico. Vierduizend mensen werkten er aan wat het Manhattan Project genoemd werd: de ontwikkeling van de atoombom. Maar officieel is er geen Los Alamos. De hard werkende wetenschappers die de pre-fab huisjes op het terrein bevolken, zijn schimmen met nummers in plaats van paspoorten.

Het zijn omstandigheden die het onderzoek naar de moord op Karl Bruner, een beveiligingsambtenaar die met ingeslagen schedel en de broek op de knieën is gevonden, compliceren. Pers en plaatselijke politie moeten zoveel mogelijk buiten de zaak blijven: als de moord op Bruner inderdaad een afrekening is in het homoseksuele circuit, zoals aanvankelijk wordt gedacht, kan dat een schandaal veroorzaken. Want hoewel het aftuigen van homo's in New Mexico net zo gangbaar is als het jagen op klein wild, bestaan er officieel natuurlijk geen homo's en al helemaal niet in het leger.

Dus moet hoofdpersoon Michael Connolly, door de legerleiding naar The Hill gehaald om het onderzoek te leiden, niet alleen de identiteit van de moordenaar achterhalen, het is ook zijn taak om eventueel de toedracht van de moord te 'herschrijven'. Een Orwelliaanse praktijk, waartoe het leger zich gemachtigd ziet om de voortgang van het Project te garanderen.In Los Alamos, het debuut van voormalig uitgever Joseph Kanon, vormt het gevecht van het Amerikaanse wetenschapsteam om als eerste de atoombom te realiseren de intrigerende achtergrond waartegen zich de zaak Karl Bruner afspeelt. In die lente van 1945 loopt de oorlog weliswaar op zijn eind, maar de capitulatie van Duitsland is voor de Amerikanen geen enkele aanleiding om het Manhattan Project minder prioriteit toe te kennen. De bom kan immers altijd nog worden gebruikt tegen Japan. En als blijkt, dat het geheim van The Hill, zoals Los Alamos in de wandelgangen heet, niet zo veilig is als men dacht - er blijkt sprake van spionage, van communistische infiltratie en van corrupte wetenschappers - vergroot dat de tijdsdruk alleen maar.

Ook Connolly zelf, aanvankelijk slechts een neutrale buitenstaander, gecompromitteerd zich als hij een verhouding begint met Emma, de knappe, brutale en non-conformistische echtgenote van een Poolse wetenschapper. De romance lijkt een onbeduidend zijspoor, maar is, dankzij de geestige dialogen, noir zoals in een Raymond Chandler-roman en meer dan een verplicht nummer.

Het is ongewoon voor een thriller, maar de beschrijving van de liedesgeschiedenis is eigenlijk aantrekkelijker dan de intrige zelf. Die komt uiterst traag op gang. Pas ongeveer op de helft van het bijna vijfhonderd pagina's tellende boek tekent de plot zich helder af, culminerend in een klassieke auto-achtervolging die de spanning op de laatste pagina's doet stijgen. Tot die tijd moet Kanon het vooral hebben van zijn minutieuze reconstructie van het eigenaardige milieu van The Hill. Daarin is hij het best geslaagd en daaraan is ook het hoge literaire gehalte van het boek te danken.

Door de ogen van Connolly raakt de lezer nauw betrokken bij het intense leven op The Hill, waar ernstige en toegewijde wetenschappers tropenuren maken onder de bezielende leiding van Robert Oppenheimer. De schoonheid van de woestijn, een desolaat landschap dat het vacuüm waarin de bewoners van Los Alamos zich bevinden nog onderstreept, de muzikale avondjes die dienen ter vermaak, het effect van rantsoenering op het dagelijks leven in de oorlog en het vanzelfsprekende patriottisme, dat alles is door Kanon indringend beschreven.

Historische figuren zoals Robert Oppenheimer, generaal Leslie Groves en Friedrich Eisler zijn naar het leven getekende figuren, alsof Kanon ze persoonlijk heeft gekend. Hij schetst Oppenheimer als de godheid die hij was in de ogen van zijn medewerkers, een charismatische en charmante man, en vastbesloten zijn doel te verwezenlijken. Maar de beschrijving van de avond, ergens halverwege het boek, waarop enkele vooraanstaande wetenschappers zich samen buigen over foto's in Life Magazine van nazi-concentratiekampen, laat zien voor welke morele dilemma's Openheimer en de zijnen zich geplaatst zagen. 'Ze hebben iedereen vermoord', fluistert Eisler. 'Het is te laat, zie je dat niet? Al dat werk. We zijn te laat.' Het is de beschrijving van dit soort dilemma's, die Los Alamos uittillen boven de doorsnee historische thriller.

Tot slot zijn we met Connolly, getuige van de ontploffing van de eerste proefbom in de woestijn. Het beeld van de daar verzamelde wetenschappers die opgewonden en met zonnebrillen op in de verte staren naar een uitvinding die de geschiedenis zo ingrijpend zou veranderen, maakt grote indruk.