Tandenpoetsen moet je leren

In 'veelkleurig' Nederland ontmoet de schooltandarts heel verschillende kinderen. 'Hier is niet tegenop te vullen'.

AMSTERDAM, 26 SEPT. In de tandartsstoel in de aula van de Amsterdamse Dapperschool ligt Mohammed, bijgenaamd 'de gatenkoning'. Op zijn hoofd staat een papieren kroon. Vandaag is hij vijf jaar geworden. Zijn gebit is in die korte tijd zwaar aangetast. Een kies is getrokken en drie tanden zijn gevuld, net als zijn resterende melkkiezen. Sommige hebben alweer een nieuw gat.

“Gefeliciteerd, knul”, zegt tandarts Pieko. “Ik ga even kijken.” Met haar spiegeltje gaat ze langs het melkgebit van het jongetje. “Hier zit een nieuw gat, daar zie ik een gaatje komen, daar nog een gat.” Ze geeft de score door aan haar assistent. “Wat moet ik hier nou mee?”, zegt ze. “Hier is niet meer tegenop te vullen. Dit betekent nog meer kiezen trekken. Maar dan verstoor je wel het wisselgedrag van het kind en creëer je een beugelbehoefte.”

Met een stickertje op de palm van zijn hand vertrekt Mohammed weer naar zijn klas. Hij heeft geen woord gezegd.

In Nederland hebben 5-jarige Turkse en Marokkaanse kinderen meer dan twee keer zo vaak gaatjes als hun Nederlandse leeftijdsgenootjes. Dat stelde dr. G. Verrips van TNO Preventie en Gezondheid vast in zijn promotie-onderzoek uit 1993 naar de gebitsgezondheid van etnische groepen in Nederland.

Dat resultaat komt steeds opnieuw uit diverse onderzoeken naar voren. Ook komt bij Turkse en Marokkaanse kinderen vaker tandplak voor. En hoewel in de meeste gezinnen een kindertandenborstel aanwezig is, is tandenpoetsen met fluoridetandpasta over het algemeen geen dagelijkse gewoonte. Door de gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal komt voorlichting over gebitsverzorging bovendien niet goed over bij de ouders. “Gezien de lage prevalentie van het gebruik van fluoridetabletten en de verwarring over het correcte gebruik ervan is het de vraag of Turkse en Marokkaanse ouders moet worden aanbevolen hun kinderen deze tabletten te geven”, schrijft Verrips.

Drie jaar lang werkte de Turkse tandarts N. Tugcu Mendes in een praktijk op het platteland in de buurt van Izmir. Nu probeert ze in Nederland haar tandartsdiploma te halen. In Turkije zag ze nauwelijks kinderen als patiënt. “Ouders trekken liever zelf”, zegt Tugcu. “Dat is goedkoper.” Kinderen kwamen alleen bij haar als ze zich ellendig voelden van de pijn en hun gezicht inmiddels dik geworden was van de ontsteking. “De meeste plattelandsmensen wachten tot alle tanden los zitten en komen dan langs voor een kunstgebit.” Over de prijs wordt nog in de stoel onderhandeld. Vaak is de hele familie meegekomen.

“Deze mensen hebben geen opleiding genoten en nemen gezondheidszorg niet erg serieus”, zegt Tugcu. Het is vooral dit type Turk dat ze hier in Amsterdam weer tegenkomt. Voor Nederlandse tandartsen is het volgens Tugcu moeilijk om het vertrouwen van deze mensen te winnen. “Plattelandsmensen zijn kwetsbaar. Ze zijn altijd bang dat ze verkeerd begrepen worden. Je moet dichtbij komen. Spontaan doen. Naar de hele familie informeren.” Afspraken maken heeft volgens haar geen zin. “Je kunt niet zeggen: 'Tot maandag twee uur'. Je moet zeggen: 'Kom, als je in de buurt bent een dezer dagen, maar een langs'.” Nederlandse tandartsen kunnen zich daar volgens haar moeilijk in verplaatsen.

“Ga je mee?”, zegt tandarts Pieko in de aula van de Dapperschool. “Dan gaan we een paar gatenkazen halen.” Om de drempel voor het bezoek aan de tandarts zo laag mogelijk te houden, is de tandartsstoel van de Regionale Instelling Jeugdtandverzorging Amsterdam pontificaal in de aula geplaatst. Bij pauzes en op weg naar de gymles komt iedereen er langs. “Het is op en top exhibitionisme”, zegt Pieko. “Iedereen mag kijken.” Bij het afwassen van de instrumenten, maar ook bij het leggen van een verdoving. Regelmatig staat een groepje leerlingen zich voor de stoel te verdringen. Al te “abattoir-achtige scènes” probeert Pieko dan wel te vermijden.

Naar tandheelkundige maatstaven is de Dapperschool een 'risicoschool'. Dat betekent dat de GG en GD elke week met fluor op school komt om klassikaal te spoelen. Nederlandse kinderen gaan meestal naar een huistandarts, maar Turkse en Marokaanse kinderen zijn voor hun tandverzorging vooral aangewezen op de school. “Dit zijn geen kinderen die normaal gesproken met hun ouders bij de tandarts komen”, zegt Pieko. “Maar als je nu maar heel open en bloot gaat zitten, gaan die ouders misschien op den duur wel denken: 'Goh, die tandarts zit daar toch maar. Ik heb er eigenlijk geen werk aan als ik mijn kind stuur'.”

Pieko probeert de hele basisschool lang “vriendjes” met haar patiënten te zijn. Dus doet ze haar werk in december geschminkt als Zwarte Piet, laat ze zich interviewen voor de schoolkrant, sleept ze haar patiënten weg bij de snoepbakken van de Jamin en gaat ze de klas in voor “boterhammeninspectie” - “Wat? Wit brood met chocopasta en een flesje Fristi. En je bent al een gatenkoning van het eerste uur!”

Het is iedere keer weer schrikken als de broodtrommels opengaan, zegt Pieko. “Zoet, zoet, zoet en nog eens zoet. Turks en Marokaans eten bevat heel veel suiker. Denk alleen maar aan hun baklava.”

“Geen tanden eruit halen, hè?”, zegt een 12-jarig Marokkaans meisje in spijkerkleren, terwijl ze dreigend een vinger naar Pieko opsteekt. Het meisje grossiert volgens de tandarts in vullingen. “Ik zie dagen achterstallig onderhoud”, zegt Pieko als ze zich over het gebit van het meisje buigt. “Hier, hou die spiegel eens vast. Dan kun je zien wat ik doe. Ik ga je tanden schoonmaken.” Het bezoek raadt ze aan “een stapje achteruit te doen”.

Met een elektrisch borsteltje gaat de tandarts over de tanden en langs het tandvlees. Meteen kleurt de mond van het meisje rood van het bloed. “Als zij dit niet rigoureus verandert, gaat het regelrecht richting tandkundige ellende. Dan vallen ze er allemaal uit”, zegt Pieko. “En het verandert niet. Al zes jaar niet. Deze dame heeft een harde kop.”

Met de meeste kinderen is het bar en boos gesteld, zegt de schooltandarts. Veel gaatjes, veel tandvleesproblemen, veel glazuurafwijkingen, slechte eetgewoonten en een slechte mondhygiëne. Maar het gebit is volgens Pieko niet het enige waar in de lagere sociale klasse gaten in zitten.

“Die feeks van daarnet”, zegt ze, “die voert een ware struggle for life. Ze is brutaal en bijdehand. Zo houdt ze zich namelijk staande. Tandverzorging heeft ze niet op haar prioriteitenlijst opgenomen. Wie ben ik om daar wat van te zeggen?”

Pieko maakt haar instrumenten schoon met alchohol. “Kom”, zegt ze dan. “Ik ga even een rondje maken. Misschien dat ik er nog een paar kan vangen.”