Steven Spielberg (1946); Een jongetje in Hollywood

Joseph McBride: Steven Spielberg, A Biography. Faber & Faber, ƒ 70,50

Gevraagd naar het beeld dat zijn films het meest samenvatte, koos Steven Spielberg voor het moment uit Close Encounters of the Third Kind (1977) waarop het kleine jongetje de deur opendoet en het felle oranje licht ziet van de UFO: 'dat prachtige maar verschrikkelijke licht, dat als een vuur door de deur komt. En het jongetje is heel klein, de deur is groot, en de buitenwereld is vol belofte en vol gevaar.' Het beeld is een typisch voorbeeld van Spielbergs grootste kracht: het oproepen van een archetypische, non-verbale emotie. Geen enkele filmmaker heeft de fantasieën en angsten uit zijn eigen jeugd zo vergaand en met zoveel commercieel succes gebruikt als Spielberg, die erkent een idee voor een scène altijd te kunnen herleiden tot zijn kindertijd. Het is dan ook niet vreemd dat Variety-journalist Joseph McBride in zijn Spielberg-biografie de meeste ruimte reserveert voor een portret van de kunstenaar als kind: van het nieuwsgierige jongetje dat altijd creatieve manieren vond om zijn zusjes te pesten tot de introverte adolescent met een monomane passie voor film.

Zoals veel veteranen in de jaren na de oorlog maakte ook Spielbergs vader, Arnold, die in de Tweede Wereldoorlog bij de luchtmacht diende, gebruik van de GI Bill of Rights, die hem in staat stelde te studeren. Voor de zoon van een arme Russisch-joodse emigrant was het een ticket naar een ander leven. Arnold werd een pionier op het gebied van computertechnologie. Hij is een rationele, intelligente workaholic; afstandelijk maar ook degene die zijn oudste zoon Steven de liefde voor filmen en science fiction heeft meegegeven. Spielbergs moeder, Leah Posner, kwam eveneens uit een familie van Russische joden. Ze wordt omschreven als levendig, artistiek aangelegd, muzikaal en eigenlijk te hip voor het leven in de WASP-buitenwijken waar de familie in terecht kwam. Zij was het die Steven aanmoedigde en steunde, in andere woorden, hem alles liet doen wat hij wilde.

Buitenaards wezen

Hun huwelijk liep echter op de klippen zodra Steven van highschool was, een trauma dat in vele gedaantes in Spielbergs films terug keert, het nadrukkelijkst in zijn meest persoonlijke film, E.T. The Extra Terrestrial. De Franse regisseur Truffaut, die in Close Encounters had geacteerd, had hem aangeraden een film te maken over zijn jeugd. Truffaut moest onbedaarlijk lachen toen hij hoorde dat Spielbergs jeugdfilm over een buitenaards wezen zou gaan.

Opgroeiend in de suburbs van de xenofobe jaren vijftig probeerde Spielberg naar eigen zeggen wanhopig zijn joodse wortels te ontkennen. Op highschool in Phoenix, Arizona en in Saratoga, Californië was de blekige, introverte en wat iele Steve zo nu en dan het slachtoffer van pesterijen van meer atletische types. Pas in de publiciteit rond Schindler's List vertelde hij over de antisemitische aard van veel van die pesterijen. Een aantal van zijn oude vrienden beschouwt dat als een poging alsnog slachtoffer te worden, om daarmee een rechtvaardiging te vinden voor het maken van een film over de Holocaust. Hoewel McBride Spielbergs verhalen over antisemitisme deels bevestigt, lijkt het verschil tussen groot en klein in Suburbia belangrijker dan dat tussen jood en niet-jood.

Achter de camera veranderde de jonge Spielberg in een ander mens. Daar slaagt hij erin iedereen, ook zijn plaaggeesten, te laten doen wat hij wil. Al op zijn twaalfde realiseerde hij zijn eerste film met acteurs en een heus scenario. Een jaar later won hij de hoofdprijs op het amateurfestival in Arizona. In 1964, Spielberg is dan zeventien, vertoont hij zijn amateurepos Firelights, een 135 minuten lange science fictionfilm, op een schoolfeest.

Hij had intussen al kennis gemaakt met Chuck Silvers, verantwoordelijk voor het archief van de Universal Studio's, die het enorme talent herkende. Hij bezorgde Steven een zomerbaantje bij Universal. Ondanks druk van Silvers werd Spielberg echter wegens slechte cijfers niet toegelaten tot UCLA of USC Filmschool, de toonaangevende scholen waar destijds generatiegenoten Francis Ford Coppola, Martin Scorsese, George Lucas en Paul Schrader studeerden. Om toch dichtbij Hollywood te zijn, besloot hij naar Long Beach College te gaan, een uurtje rijden van de Universal Studio's. Wanneer zijn eerste op 35mm gedraaide film Amblin hem een contract bij Universal bezorgt, stopt het 21-jarige wonderkind met de studie. De hippiejaren lijken langs Spielberg heen te glijden. Het linkse engagement waarmee veel generatiegenoten de wereld wilden veranderen, kwam bij hem nooit op de eerste plaats. Ook vrouwen niet. Een zich verwaarloosd voelend vriendinnetje krijgt te horen: 'Can't you understand, I'm fucking this film.'

De studio laat hem aanvankelijk televisiefilms regisseren, waaronder het in Europa in de bioscoop uitgebrachte Duel. Dennis 'McCloud' Weaver speelt een automobilist die achtervolgd wordt door een grote vrachtwagen. In de strijd op leven en dood die volgt, groeit de 'every day regular fellah' langzaam maar zeker uit tot een echte held. Na het succes van zijn debuutfilm The Sugarland Express, wordt hij door de studio praktisch gedwongen een goedkope actiefilm te maken. Jaws werd veel duurder dan gepland: 8,5 miljoen dollar. Wereldwijd bracht de film 458 miljoen dollar op. Sindsdien werkt Spielberg aan een oeuvre dat vooral wat betreft inkomsten ontzagwekkend is en altijd blijk geeft van een groot visueel verhalend talent. Het leverde hem bijnamen op als King Midas of Candyland en Poet of the Suburbs.

Blockbusters

Het enorme succes van Spielbergs films in de jaren zeventig en ook George Lucas' Star Wars (1977) deed de rekenwonders in Hollywood beseffen dat een bepaald soort films hoe duur ze ook waren, de kosten veelvoudig terugverdienden. Tegenwoordig bepalen dit soort blockbusters - gedicteerd door de esthetiek van de verbijstering - de Hollywood-economie, en kleinere, vernieuwende en riskantere projecten zijn naar de marge verdrongen. Tegelijkertijd hebben deze op de jeugd gerichte blockbusters het volwassen bioscooppubliek de zalen uitgejaagd, zoals Pauline Kael, de invloedrijke critica van The New Yorker, in 1986 klaagde: 'Het is niet zozeer wat Spielberg gedaan heeft, maar wat hij heeft aangemoedigd. Iedereen heeft zijn fantasieën geïmiteerd, en het resultaat is een infantilisering van de cultuur.'

Spielbergs oeuvre bestaat inderdaad voor een groot gedeelte uit jongensavonturen waarin angst de overheersende emotie is: van Jaws en de Indiana Jones trilogie tot Jurassic Park en de opvolger daarvan, die volgende week in de Nederlandse bioscopen te zien zal zijn, The Lost World: Jurassic Park II.

Tot nu toe maakte Spielberg drie films die beschouwd kunnen worden als een antwoord op Kaels kritiek. In 1986 The Color Purple, een verfilming van een boek van de zwarte en feministische schrijfster Alice Walker en Empire of the Sun naar de jeugdherinneringen van science-fictionschrijver J.G. Ballard, die als kind in een Jappenkamp in China zat.

Spielbergs pièce de résistance is Schindler's List. De film die hem eindelijk de langverwachte Oscars bracht, is een briljante evocatie van de horror van de jodenvervolging. Maar elke film over de Holocaust, elke representatie ervan, roept tegenstanders op. Het zal de inmiddels tot de orthodoxie bekeerde Spielberg, voor wie de opnames in Polen emotioneel nauwelijks verdragelijk waren, pijn hebben gedaan dat de kritiek vooral uit joodse kringen kwam. Het zou een veramerikanisering van de Holocaust zijn; het verhaal van de overlevenden, en niet van de doden; het is verraad, want de held van het verhaal is een goede nazi; de joden zijn gezichtsloos. Wellicht terechte kritiek, maar tegelijk is Schindler's List wel de definitieve Holocaustfilm.

Autobiografie

Joseph McBride weet Spielbergs oeuvre fraai te illustreren aan de hand van diens persoonlijke geschiedenis. Een complete biografie van Spielberg is het niet. Ongeautoriseerde biografieën, zo betoogt McBride in het nawoord, staan ten onrechte in een kwaad daglicht. Eerder zou de lezer wantrouwig moeten worden wanneer de biograaf zijn of haar goedkeuring verleent. McBride schreef Spielberg over zijn voornemen een biografie te schrijven, en vroeg om een interview en een screening van zijn vroegste amateurfilms. Hij kreeg antwoord van Spielbergs woordvoerder dat de regisseur van plan was een autobiografie te schrijven. Hoewel McBride niet de indruk had dat hij werd tegengewerkt, mocht of wilde een aantal mensen niet praten. Hieronder niet de minsten: moeder Leah, Sid Sheinberg (studio-executive en sinds begin jaren zeventig de grote man achter Spielberg), Steve Ross (een inmiddels overleden studiobaas, door Spielberg bewonderd om zijn generositeit, maar - zo weet ook McBride - een keiharde manipulant), Frank Marshall en Kathleen Kennedy (producenten en mede-eigenaars van Spielbergs productiebedrijf Amblin), maar ook regisseur Robert Zemeckis (Spielbergs succesvolste protégé) en acteurs Richard Dreyfuss (Spielbergs alter ego) en Robin Williams (zegt al snel te veel). Zo blijven de jaren tachtig en negentig, waarin Spielberg uitgroeide tot een van Hollywoods machtigste mannen, deels in nevelen gehuld.

McBride is aan zijn biografie begonnen toen Spielberg Schindler's List ging verfilmen, en de premisse van het boek is dat the billion dollar kid met deze film zijn joodse wortels aanvaard heeft en volwassen is geworden. Men kan ook aanvoeren dat Schindler's List nog steeds over Spielbergs jeugd handelt: hij hoorde als kind vele verhalen over de grote moord. Voor de filmauteur Spielberg lijkt zijn volwassen leven nauwelijks van belang: hij is nog steeds dat kleine jongetje dat door die deur naar het licht staart. Tenzij Jurassic Park gezien moet worden als een metafoor voor Hollywood, waarin Spielberg zichzelf schuldbewust portretteert als de professor die per ongeluk de blockbuster Tyrannosaurus rex creëerde, die alle kleinere films verscheurt.