Speel nooit met tijdmachines

De mensen zitten, liggen of staan ergens op een reusachtige secondewijzer waarmee ze door de tijd worden gedragen, of ze willen of niet. Ze kunnen proberen wat dichter bij de as te gaan staan, en dan lijkt het alsof de tijd langzamer gaat, of ze willen zo dicht mogelijk bij de punt en dan zeggen ze: het leek wel of de tijd vloog.

Maar in werkelijkheid gaan ze de tijd in over de weg der seconden, van nu, naar nu, naar nu, enzovoort. Aan deze tijd, die niets anders kan dan voorbij gaan, zijn we gewend. Deze tijdmachine is een gigantische bus met zes miljard passagiers. Die rijdt zijn eindeloze rit. Is iedereen altijd tevreden met dat vervoer? Natuurlijk niet. Maar wat doe je eraan?

Als je ergens aan gewend bent geraakt, en je merkt opeens dat je er niet tevreden mee bent, moet je iets anders bedenken. Zo komt het dat de mensen tijdmachines gaan verzinnen. Wie dat wil staat voor vier vragen: moet de tijd langzamer of sneller gaan, en wil je voor- of achteruit? Eigenlijk zijn het er meer. Wil je langzaam achteruit, of snel vooruit, enzovoort.

Om langzamer of sneller vooruit te gaan, moet je een nieuwe wijzerplaat maken. Dat is eenvoudig. Koop een wekker, sloop het glas eraf, neem met een passer de maat van de wijzerplaat, trek een cirkel van dezelfde straal op een stuk tekenpapier. Om langzamer te gaan, wordt de cirkel in 11 segmenten verdeeld; voor sneller in 13. Plak de nieuwe wijzerplaat over de oude met lijm die vlug loslaat, want als u niet tevreden bent wilt u de nieuwe plaat er weer afhalen. Ik voorspel dat u dit gaat doen.

U heeft de snelle wijzerplaat gekozen. Bij de mensen met de gewone wijzerplaat is het twaalf uur geworden; ze gaan aan hun boterhammetjes van tussen de middag beginnen. Die heeft u allang op. Of u hebt de langzame genomen. Iedereen houdt op met werken, gaat naar huis of naar buiten, maar u werkt kalm door want uw persoonlijke tijd wijst pas een uur of elf aan.

Zo gaat het met de persoonlijke tijdmachine dag in dag uit. Of u in de snelle of de langzame zit, u krijgt op den duur in ieder geval ruzie met degene die de gewone gebruiken. Ze worden boos omdat u teveel doet of te langzaam bent. Dat pikken ze niet. Daaruit valt al op te maken, hoe onverbiddellijk deze gewone machine is, en hoe braaf de meeste mensen eraan gehoorzamen.

De volgende vraag: in welke richting moet de tijdmachine draaien of rijden. Vooruit, de toekomst in, of achteruit, naar de geschiedenis? In het begin van deze eeuw woonde in Lapland een tweeling, Bien en Kien. Ze waren tussen 31 december en 1 januari geboren. Op hun twintigste verjaardag, precies om middernacht, kregen ze tegelijkertijd de gedachte dat ze niet meer vooruit wilden. Dat vertelden ze tegen elkaar, op hetzelfde moment.

Zolang ze leefden was het zo geweest. Altijd vertelden ze op hetzelfde ogenblik elkaar in dezelfde woorden hetzelfde. Er waren geen twee mensen op de wereld die elkaar zo goed begrepen als Bien en Kien. Ze werden het vlug eens: ze besloten om alles wat ze hun leven lang vooruit hadden gedaan, nu achteruit te gaan doen. Niet meer dan vijf minuten hadden ze er voor nodig gehad om dit plannetje te smeden, en meteen begonnen ze het uit te voeren.

Ze liepen achteruit, praatten en ademden achterstevoren tot ze weer aan het ogenblik van hun verjaardag kwamen. Daar smeedden ze hun plannetje van Z tot A, en toen gebeurde er iets merkwaardigs. Ze begonnen weer vooruit te praten, maakten hetzelfde plan om alles voortaan achteruit te doen, waren het binnen vijf minuten eens, gingen vijf minuten achteruit, toen weer vooruit, enzovoort.

Wie nu in Lapland komt, kan daar een kaartje kopen voor het glazen huis waarin ze wonen. Ze zijn intussen over de honderd maar na hun twintigste hebben ze niet langer geleefd dan de vijf minuten heen en de vijf minuten terug die ze aan het begin van de eeuw per ongeluk met elkaar hadden afgesproken. Zonder dat ze het wisten hebben ze toen een tijdspiegel gemaakt, een weerkaatsing in de tijd waar ze niet doorheen kunnen. Voor hun leeftijd zien ze er jong uit. Gelukkig hebben ze in hun laatste vijf minuten heen nog wat gegeten en gedronken, en dat is, met wat ze nog over hadden van hun laatste vorig jaar genoeg om ze in leven te houden.

Deze ervaring leert ons om nooit een tijdspiegel te maken.

Andere mensen hebben tijdmachines uitgevonden waarmee ze zich in het verleden of de toekomst kunnen verplaatsen. De beste tijdmachine is nog altijd het museum: dat van het verleden, en dat van de toekomst, waar alles wordt bewaard dat laat zien hoe de mensen vroeger dachten dat het later zou worden. Het mooiste onderdeel van het museum van hoe het geweest is vind ik de diorama's. In New York, in het American Museum of Natural History bevindt zich een schemerige hal met bijzonder grote diorama's die fel verlicht zijn. Je ziet de wilde bisons op je af stormen of indianen ten aanval gaan, om maar een paar voorbeelden te noemen. Het is zo echt dat sommige kleine kinderen ervan gaan huilen. Wel een bewijs dat die diorama's goed werkende tijdmachines zijn. In Jakarta heb je een museum dat zo'n zaal heeft, waar de Indonesische revolutie gediorameerd is. Ook leerzaam.

Maar een diorama is niet wat we met een echte tijdmachine bedoelen. Die stellen we ons voor als een enorm apparaat, hoofdzakelijk bestaande uit buizen en compressiemachines die de tijdpassagier naar het verleden of de toekomst blazen. Zo'n gigant staat ergens in de bossen, in een land waarvan ik de naam niet mag noemen. Het ding is bijna klaar, de vrijwilligers, de eerste temponauten hebben zich gemeld en de geleerden zijn aan hun laatste berekeningen bezig. Zoals de astronauten ruimtepakken hebben, zo krijgen de temponauten een tijdpak aangemeten. De machine staat gericht op een plaatsje ergens tussen Bussum en Muiden, aan de kust van de Zuiderzee. De tijd is nog grof ingesteld, op het jaar 1291. Dat moet nog preciezer. Als de tijdvaarder wordt afgeschoten moet hij een maliënkolder en een ijzeren helm met vizier dragen. Misschien, als de machine krachtig genoeg is, zal hij met paard en al worden gelanceerd. De bedoeling is dat hij Floris de Vijfde gaat redden.

Vooruitlopend op de resultaten stellen we ons voor dat het lukt. Floris V wordt niet door de edelen vermoord maar blijft nog jaren Der Keerlen God. Wat zijn de gevolgen? Ten eerste zijn met dit geslaagde tijdschot in één klap alle geschiedenisboekjes waardeloos geworden. Hoe zal Floris V aan zijn eind komen? Dat weet anno 1997 opeens niemand meer. De tijdvaarder moet voortdurend in de buurt van de graaf blijven en alles wat hij doet naar het heden doorseinen. Pas als hij dood is, bijvoorbeeld in 1311, kunnen de geschiedenisboekjes worden herschreven. En dat is nog maar het begin, want de keten van oorzaken en gevolgen die we de geschiedenis noemen valt al vlug door niemand meer te overzien. Deze tijdmachine heeft als het ware een dubbel heden veroorzaakt: dat van 706 jaar geleden en dat van nu. Zal het heden van het verleden het heden van het heden ooit inhalen? Of is dat al gebeurd? De regering en de internationale gemeenschap hebben de gevaren gezien. Morrelen aan het verleden kan onbecijferbare risico's voor het heden hebben. Vandaar dat deze tijdmachine waarschijnlijk zal worden verboden en gesloopt, net als de meeste intercontinentale raketten.