Pionierende handbalsters schieten al veel harder

De handbalcompetitie bij de vrouwen is afgelopen weekeinde begonnen zonder de internationals. In navolging van de volleyballers ontbreken zij in de eredivisie. Ze trainen en spelen alleen nog bij de nationale ploeg. “Hier kan niets anders uitkomen dan tophandbal.”

ZEIST, 26 SEPT. Het was voor de tophandbalsters een rare gewaarwording dat de competitie zonder hen is begonnen. Aanvoerster Nicole Vaassen vond het zelfs “vreselijk” om zaterdagavond OSC te zien spelen. “Ik voel me er nog steeds heel erg bij betrokken. Het is wel mijn cluppie. Mijn hart sloeg soms over van spanning.”

Toch heeft Vaassen geen spijt dat ze voor het 'Oranjeplan' heeft gekozen. Ze wil nu eenmaal weten hoe ver ze kan komen in haar sport. Daarvoor zet ze samen met vijftien andere handbalsters twee jaar lang alles opzij. Zeven speelsters zijn dichter bij het KNVB-sportcentrum in Zeist komen wonen, waar de selectie van bondscoach Bert Bouwer vijf dagen in de week zo'n twintig uur traint.

Ex-international Bouwer is de geestelijke vader van het ambitieuze plan. De bedoeling is dat de Nederlandse vrouwenploeg door veel meer training internationaal een flinke stap voorwaarts gaat maken. Van niets naar iets en graag naar nog meer, is het streven. De handbalbond steunde het idee en de clubs die de internationals leverden reageerden furieus. Topclub E en O zag bijna zijn complete eerste team weglopen en moest zich uit de eredivisie terugtrekken. Bouwer kan de commotie die dat teweegbracht goed begrijpen. “Alleen het niveau van de kritiek is me tegengevallen. Ik ben voor rotte vis uitgemaakt.”

“Ze noemen me een zakkenvuller”, vervolgt de coach, “maar iedereen die me een beetje kent weet dat ik een handbalhart heb.” Hij las “die vuiligheid” over hem in de kranten. “Want er is niemand geweest die me heeft gebeld met zijn kritiek. En op een enkeling na komt er in Zeist ook nooit een kip kijken. Als dat wel zou gebeuren, kan men zien hoe hard er wordt getraind. Je ruikt als het ware de energie. Hier kan niets anders uit voortkomen dan tophandbal.”

Daarom haalt Bouwer zijn schouders op over de negatieve reacties. Hij werkt met zijn meiden op een manier die hij altijd heeft nagestreefd. Bij de ingang van de sporthal in Zeist is Bouwer er toevallig bij als een collega-coach uit het voetbal voor een oefenpartij op obligate wijze een jeugdselectie toespreekt. “Een heel enerverende bespreking”, zegt de handballer cynisch. “Zo gaat dat blijkbaar in het voetbal.” Even later leidt Bouwer zelf gedreven de training. Een fluit heeft hij niet nodig, hij gebruikt gewoon zijn vingers. “Dit is kicken, man”, zegt de enthousiaste coach.

Ruim tien jaar geleden zorgden de volleyballers voor een revolutie in de Nederlandse sport door onder aanvoering van de bezeten Amerikaan Arie Selinger uit de competitie te stappen. Het was het begin van de bestorming van de wereldranglijst, die uitmondde in de olympische titel in 1996. Zoveel succes zal de handbalsters waarschijnlijk niet ten deel vallen. Ze missen aspecten, zoals lengte, die de volleybaltalenten wel hadden. De handbalsters staan er internationaal nóg slechter voor dan de volleyballers in hun beginperiode.

Bouwer zou bij het Europees kampioenschap van volgend jaar in eigen land heel tevreden zijn met een achtste plaats. Hij beseft echter dat zo'n klassering het publiek niet zal aanspreken. En menigeen zal zich dan afvragen of de handbalsters daar nou zo veel voor moesten trainen. Bouwer: “Het grote effect is pas over drie, vier jaar te zien. Ik weet niet of ik wel zoveel tijd krijg. Misschien word ik na het EK wel afgerekend. Nou, dat moet dan maar. Ik heb straks wel het gevoel dat ik er alles aan heb gedaan. Je moet keuzes durven maken wil je wat bereiken. De handbalmannen schreeuwen nu om een zelfde model als het onze. Maar als ze op stage zijn, klimmen ze uit het raam en gaan ze stappen.” Bij de vrouwen gebeuren die dingen niet. “Daar durf ik mijn hand voor in het vuur te steken”, zegt Bouwer.

De handbalsters leven voor hun sport en Bouwer ziet bijna dagelijks progressie. “Er wordt al veel harder geschoten”, beaamt Laura Robben. Zij kan het weten want de 35-jarige veterane (258 interlands) is keepster. In de nadagen van haar carrière heeft Robben zich achter het Oranjeplan geschaard. Dat was geen makkelijke keuze, want ze kon naar een Duitse topclub. “Van zo'n aanbieding had ik altijd gedroomd.” Robben koos voor de ambitieuze plannen met de nationale ploeg.

Bouwer was dolblij met het besluit van Robben. Toch zullen niet alle tegenslagen kunnen worden afgewend. Dat ondervonden de volleyballers ook. Tegen de afspraken in verlieten vier topspelers destijds het trainingscentrum en was er sprake van een grote breuk. Bij de handbalsters vertrok de talentvolle Saskia Mulder, nog voordat het Oranjeplan was gestart, naar de Duitse Bundesligaclub Herrentrup. Ze had er haar ploeggenoten en Bouwer niets over verteld. De teleurgestelde bondscoach verbande haar uit de selectie, maar volgende maand doet Mulder toch weer mee aan het Holland Toernooi. “We hebben haar nodig”, verklaart Bouwer zonder gêne.

Mulder maakte haar rentree in overleg met alle internationals. “De groep vindt dat Saskia genoeg gestraft is”, zegt Bouwer. Hij zegt dat hij Mulder wel móest straffen. “Meer speelsters hadden aanbiedingen. Als we het van Saskia hadden geaccepteerd, was het einde zoek geweest.” Volgens Bouwer was Mulder slechts ten dele schuldig aan haar eigen vertrek. Ze zou ertoe zijn aangespoord door haar ex-coach Harrie Weerman. “Die wilde op deze manier ons plan naar de kloten helpen”, aldus Bouwer.

Voor Mulder wordt een uitzondering gemaakt. Maar wie nu nog voor een club kiest, kan Oranje definitief vergeten. Bouwer: “De hele kwestie heeft wel voor duidelijkheid gezorgd.” Het is nog even afwachten of Mulder weer volledig wordt geaccepteerd door de andere internationals. “Als mens heeft ze een beetje afgedaan voor me”, zegt aanvoerster Vaassen. “Maar het handbal staat voorop. Je hoeft ook niet allemaal vriendinnen van elkaar te zijn. Wel vind ik dat Saskia moet tonen dat ze echt met ons wil spelen. Dat zal ook best. En wie weet worden we straks toch nog de beste vriendinnen.”

Overigens komen ook de andere internationals toch nog voor een club uit. Onder de vlag van derdeklasser Attila uit Nieuwegein zal de nationale ploeg dit seizoen uitkomen in het toernooi om de City Cup, de Europa Cup 4. Dat zorgde voor de ludieke situatie dat de aanstaande opponent uit Oostenrijk bij de handbalbond naar het competitieprogramma van het team informeerde en te horen kreeg dat het niet mogelijk was de tegenstanders vooraf aan het werk te zien, gewoonweg omdat ze niet in competitieverband uitkomen.