Paul en Menno de Nooijer, samen filmregisseur; Vroeger leken we nog meer op elkaar

Vader Paul en zoon Menno zijn samen Theo in de film 'Exit'. Samen zijn ze ook de regisseur van deze speel- en animatiefilm. 'Exit' gaat morgen in première op het Nederlands Film Festival in Utrecht. “Paul heeft meer ervaring”, zegt Menno. “Menno houdt altijd overzicht”, zegt Paul.

Exit. Nederlands Film Festival, Utrecht, 27 sept., Filmfestival Zeeland, Vlissingen, 2 okt. Vanaf 16 okt. is Exit te zien in Kriterion Amsterdam, Haags Filmhuis, Plaza Futura Eindhoven, en 't Hoogt, Utrecht.

De een is dol op de in- en ingoede tuinman die Peter Sellers speelt in Being There, de ander schrok van het onnavolgbare verhaal van L'Année dernière à Marienbad. De een vergelijkt kunstenaars met bakkers, de ander houdt het op timmermannen, en allebei zijn ze er trots op dat ze niet schreeuwen en zelf de vloer schoonmaken. De vader, Paul de Nooijer, is 54 en was vroeger fotograaf, de zoon, Menno, is 30 en werd opgeleid tot leraar handvaardigheid. De een maakte zijn eerste film in 1972, de ander in 1989. In datzelfde jaar maakten ze ook samen hun eerste film, Nobody Had Informed Me. Daarna volgden in snel tempo een armvol korte films. Daarin acteren ze vaak zelf, zoals in de films van de vader al de gewoonte was, en maken ze gebruik van animatietechnieken, de inbreng van de zoon. Ze houden van groothoeklenzen en kleine ruimtes, van knallende kleuren en ouderwetse kostuums.

In At One View (1989) zitten ze samen voor de open haard en houden foto's voor hun gezicht, en wat er op die foto staat, gaat bewegen. In Stop Action Faces (1993) zitten een jongen en een meisje op een bank en het is duidelijk dat ze elkaar zo dadelijk voor het eerst gaan aanraken. Dan vraagt een vrouwenstem zich af wie die jongen eerder niet allemaal heeft gevoeld, en op de plaats van het hoofd van de jongen verschijnen allerlei andere hoofden. De stem vraagt met wie die dan wel niet allemaal geslapen hebben en de jongens- en meisjesgezichten volgen elkaar steeds sneller op - iets wat iedereen zich wel eens heeft afgevraagd, wordt opeens in hoog tempo zichtbaar.

Rrrring (1991) is een hommage aan cartoonmaker Tex Avery, waarin wordt gekeken of een echte man en echte vrouw net zo grappig van vorm kunnen veranderen als getekende eenden en varkens. A Fortified City (1990) gaat ook over film. In een kamertje staat een televisie waarop Atom Egoyan, Patrizia Rozema en een paar andere regisseurs over hun vak praten. Naast de tv houdt een man de ondertitels vast, die soms op een klein bord staan en dan weer op een onmogelijk groot (vooral als het woord onmogelijk erop staat).

Het duo maakte ook nog een wilde waarschuwing tegen het broeikaseffect, vol wriemelende spermatozoïden en een koele studie over patronen van voetstappen in de sneeuw en het verstoren van die patronen. Ze werkten voor MTV, de Vpro en zichzelf, ze wonnen prijzen in Zeeland en Seoul.

Toen werd het even stil: vijf jaar lang werd er gewerkt aan Exit, de eerste speelfilm van Paul en Menno de Nooijer.

Naakte vrouwen

In Exit herinnert fotograaf Theo zich beelden en geluiden van toen hij zeven en 28 was. Pas aan het eind van de film begrijpt hij voorgoed het vervelende verband daartussen. Op zijn 28ste werkt Theo samen met vriendin Lisa (Rickey Koole) en assistent Mark (de Belgische acteur Peter van den Eede) aan een reeks op beroemde schilderijen geïnspireerde foto's van naakte vrouwen, als kind fietst hij met zijn zusje op een landweg een ongeluk tegemoet.

De duivel speelt in Exit een dubbelrol: hij geeft Theo vanuit Amerika de opdracht een videoclip voor een beroemde popster te maken (gespeeld door Barry Hay) én hij bestuurt een wagen vol vis op een landweggetje.

Exit is een film die anders dan anders wil zijn. Theo bewoont een wereld waarin op televisie steeds hetzelfde pornografische praatprogramma te zien is, waarin mollige meisjes strakke jurkjes dragen, de muren barok behangen zijn en vissen kunnen zwemmen in de lucht rondom een meisjesbeen. Alles is zoals de oude Theo het voor zich ziet, als hij in de donkere kamer die zijn brein is de luikjes opent waarachter zijn herinneringen zijn opgeslagen. Aan het begin van de film ontwikkelt hij woorden, in zijn donkere kamer: uit de bakjes ontwikkelaar en fixeer komen de titels tevoorschijn van de film. Die is dan al begonnen met de sleutelzin: 'Jij kijkt eigenlijk alleen naar me als je me fotografeert'.

Exit is opgenomen in een lege discotheek in Middelburg, de Zeeuwse stad waar Paul, Menno, en Françoise de Nooijer (vrouw van Paul, moeder van Menno en producente van Exit) en nog meer meewerkende familie sinds 1983 wonen.

Waarom zegt Theo niets als hij 28 is?

“Ons werk wordt vaak als een puzzel ervaren”, zegt Menno de Nooijer in de foyer van bioscoop Alhambra in Vlissingen, waar Exit op 2 oktober het Filmfestival Zeeland zal openen. “In de eerste tien minuten is nog lang niet duidelijk wat voor soort film Exit gaat worden. Iedereen kan naar Exit anders kijken. Iemand zei al dat Theo zo geschrokken was dat hij nooit meer wilde praten. Een ander had het over te hevige druk van buitenaf. Ik denk dat Theo niets zegt omdat de fotograaf zichzelf later niet sprekend herinnert. Wat hij toen zei, is voor hem nu niet van belang. Omgekeerd ziet Theo wel waar de Amerikaanse agent is die hij alleen van de telefoon kent. Hij stelt hem zich voor op een golfbaan, in een grote auto, op de wc, en dus krijg je dat in de film te zien.”

Wat is het verschil tussen fotografie en film?

“Fotografie is herinnering”, zegt Paul de Nooijer een paar dagen later in Middelburg door de telefoon. “Film is nu. Als je naar een film kijkt, zit je in het verhaal. Je kunt ook niet wegkijken in het donker van de bioscoop, het doek zuigt je op. Een foto is nooit zo dwingend. Het is een document, een afdruk van het verleden.

“Ik maakte begin jaren zeventig al veel fotosequenties die filmisch van aard waren. Toen kreeg ik ideeën die alleen als film te verwezenlijken waren. In 1976 maakte ik bijvoorbeeld Transformation in Time. Daarop zie je een naakte vrouw voor een polaroidcamera zitten. De foto's die de camera van haar gezicht maakt, worden één voor één voor de filmcamera gehangen, zodat de vrouw zelf langzaam uit beeld verdwijnt.

In Exit gebeurt dat weer als Theo zijn slapende vriendin fotografeert. Er zitten meer verwijzingen naar ouder werk in de film. Is Exit een autobiografie?

“Wij hebben onze korte films altijd gezien als schetsen voor een groter geheel”, zegt Menno. “Maar het verhaal waarin ze nu zijn ondergebracht is fictief”, zegt Paul, “al waren mijn voorvaders toevallig wel vissers. Het personage dat het dichtst bij de werkelijkheid staat is de Amerikaanse agent. Na de vertoning van Stop the Greenhouse Effect op MTV hing iedereen hier aan de telefoon. Of we mee wilden werken aan een show van U2, aan videoclips van Peter Gabriel, aan een clip voor Duran Duran. Dan gingen wij aan de slag, maar als er dan geen geld voor bleek te zijn, moesten we toch 'nee' zeggen. En dan zagen we later bijvoorbeeld ons idee voor een clip voor Duran Duran terug in een video van Paul McCartney, die toen ook onder contract stond bij platenmaatschappij EMI. We hebben de werkelijkheid erg moeten afzwakken om de agent in de film nog een beetje geloofwaardig te maken.”

Veel geld

“Exit gaat over keuzes maken”, zegt Menno. “Kies je voor opdrachten en veel geld verdienen of blijf je integer en maak je alleen wat je zelf wilt maken? In ons vak kunnen die twee dingen niet samengaan. Wij houden met niemand rekening. Exit hebben we voor 1,2 miljoen gulden gemaakt. We deden zelf het licht en de camera.”

In Exit zit minder opvallende animatie dan je op grond van jullie voorgeschiedenis zou verwachten.

“Mensen haken bij voorbaat af als ze het woord animatie horen”, zegt Paul. “Animatie schrikt mensen af”, zegt Menno. “En animatie kan gevaarlijk zijn. Het wordt snel een truc. Een theekopje wordt een auto wordt een man wordt een vrouw. Maar waarom? We hebben animatie in Exit alleen gebruikt als het van belang is voor Theo's herinneringen.”

“Oorspronkelijk wilden we voor het vervreemdende effect de hele film opnemen met 2 in plaats van de gebruikelijke 24 beelden per seconde”, zegt Paul. Dan moet je dus 12 keer langzamer bewegen dan gebruikelijk, om het toch weer een beetje gewoon te laten lijken. Zo hebben we At One View opgenomen. Maar geen andere acteur dan wijzelf houdt zoiets veertig draaidagen vol. Nu zit er nog maar één scène in Exit die zo gefilmd is.”

De foto's die Theo in de film maakt, zijn knallende imitaties van beroemde schilderijen als de Venus van Urbino van Titiaan en Prima Vera van Botticelli. Om welke eigenschap hebben jullie juist deze schilderijen gekozen?

“Je kunt als kind iets meemaken en dan pas veel later bedenken: o, daarom was dat zo indrukwekkend”, zegt Paul. “Dan pas besef je dat het een erotische ervaring was. Theo ziet als jongetje na het ongeluk niet alleen zijn zusje liggen, maar ook een jonge vrouw. Als volwassene denkt hij dat hij met kunst bezig is. Hij maakt beelden van vrouwen die voor het oog van de schilder en de toeschouwer in een verleidelijke houding liggen en zich daar zeer bewust van zijn. Ze vinden het niet gênant.”

“Voor de montage van Exit hebben we Susana Rossberg gevraagd, die ook Le Huitième Jour en Toto le Héros heeft gemonteerd”, vertelt Menno. “Zij bleek nogal geëmancipeerd te zijn. Toen ze ons materiaal zag, wilde ze eerst niet meewerken. Pas toen ze de scène zag waarin een als gipsen beeld vermomde vrouw een gipsen kopie van zichzelf stuk slaat, besefte ze dat onze film niet voyeuristisch is, maar over voyeurisme gaat. De opzet van de film is dat je in het begin sympathie hebt voor Theo, maar hem gaandeweg een steeds grotere lul gaat vinden.”

Hoe is het voor een vader en zoon om zo intensief samen te werken?

“Paul heeft meer ervaring”, zegt Menno. “Menno behoudt altijd overzicht”, zegt Paul. “Ik weet meer van licht”, zegt Paul. “Ik kan beter monteren”, zegt Menno.

“Ik wilde nooit fotograaf of filmer worden”, zegt de zoon. “Ik wilde naar de landbouwschool. Maar ik zakte voor natuurkunde en toen ging ik maar naar de kunstacademie. Daar maakte ik een animatiefilm en meteen daarna zijn we samen gaan werken. In het begin was het lastig omdat Paul veel bekender is dan ik. Soms werd mijn naam niet eens genoemd.”

“Samenwerken met een zoon heeft twee voordelen: je hebt vaak aan een woord voldoende”, zegt de vader. “En er is een volslagen gebrek aan wantrouwen. Als Menno iets doet, hoef ik me nooit af te vragen wat daar nou weer achter zou zitten.”

“Vroeger leken we nog meer op elkaar dan nu”, zegt Menno. Mensen vroegen vaak of we broers waren. Voor Paul was dat wel een compliment.” “Ik maak niets meer zonder Menno”, zegt Paul. “Ook mijn foto's staan in dienst van onze projecten. Menno maakt nog wel dingen waar ik niets mee te maken heb. Beeldhouwwerk.”

De vormgeving van Exit is nogal opvallend. Alles is dik aangezet. Zochten jullie naar een bepaalde sfeer?

“De film moest in de toekomst spelen”, zegt Paul. “Maar dat bleek heel duur te zijn. Tijdens het bouwen van de decors dachten we ook vaak: nee, leuk bedacht, maar het ziet er niet uit. Dan pasten we onze ideeën aan. Ook wat dat betreft is onze manier van werken niet te vergelijken met die van andere filmers. De film is ontstaan tijdens het maken. Voor ons was een draaidag niet zo duur. We deden toch bijna alles zelf.”

Waarom vergelijken jullie kunstenaars met bakkers en timmermannen?

Menno: “Er hangt een heilige geur om kunstenaars heen. Maar ik voel me erg gewoon.” Paul: “Het kunstenaarsschap is gewoon een vak.”

Menno: “Theo komt er in de film achter dat hij geen kunstenaar is. Paul: “Zijn foto's waren een vorm van therapie.” Menno: “Maar het is nooit te laat om te veranderen.” Paul: “Exit is uiteindelijk een optimistische film.” Menno: “Theo weet nu welk trauma hem heeft dwarsgezeten. Paul: “Hij kan weer opnieuw beginnen.”