'Overal waar mensen zijn, brandt het bos'

Kalimantan is een van de eilanden in de Indonesische archipel waar bosbranden een enorme rookoverlast geven. Vooral gebieden waar mensen wonen zijn aangetast.

BALIKPAPAN, 26 SEPT. Willie Smits (39) stopt de Isuzu Panther, half familieauto, half terreinwagen, abrupt langs de weg. “Wat doen die kerels nou weer?” roept hij uit. De Nederlandse bosbouwdeskundige, leider van het Wanariset Tropenbosproject vlak onder Balikpapan in Oost-Kalimantan (het Indonesische deel van Borneo), beent in zijn strakke blauwe overall op de berm af. Daar is een man bezig het dorre hout te bewerken met een lang kapmes. “Bapak Presiden heeft dit verboden en dat weet je best”, bijt Smits de man toe. Maar de man, een Boeginese boer uit Zuid-Sulawesi, zoals de meeste kleine landbouwers hier, wordt op zijn beurt woedend. “Met de president heb ik niets te maken! Ik heb toestemming van de camat (burgemeester).” “Dat zullen we zien”, antwoordt Smits. En via zijn radiozender spreekt hij met zijn mensen op het onderzoeksstation. “Bel de burgemeester en zeg dat ik hem wil spreken.”

De berm waar de man bezig is, behoort in feite tot het 'onderzoeksbos' van Smits project. “Deze mensen proberen brand te stichten. Vervolgens zetten ze een hutje neer en planten een paar bananenbomen. Als je ze van je land af wilt krijgen, moet je compensatie betalen. Zo zie je maar: het zijn niet alleen maar kleine boertjes die een eerlijke boterham willen verdienen die achter de talloze branden zitten op Kalimantan. Bovendien is er het risico dat ons onderzoeksbos brand vat. We zijn al 10 hectare kwijtgeraakt door dit soort grappen.”

De jaarlijks terugkerende branden in de Indonesische archipel zorgen telkens voor veel overlast door rook, niet alleen in eigen land maar ook in buurlanden als Maleisië en Singapore. Dit jaar echter wordt het effect van de branden verhevigd door een extreme droogte veroorzaakt door El Niño, een oceanografisch fenomeen genoemd naar een golfstroom afkomstig van de kust voor Zuid-Amerika.

Smits laat in zijn kantoor satellietbeelden zien van de branden. Hij maakt zich zorgen over berichten over de gevolgen van de droogte. Op Irian Jaya is het dodental ten gevolge van honger en cholera inmiddels opgelopen tot boven de 270. Maar ook in de nabije kustplaats Samarinda, noordoostelijk van Balikpapan, zijn 50 mensen aan de besmettelijke aandoening overleden.

Smits, afkomstig van het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek in Wageningen, is een van de adviseurs van de Indonesische minister van Bosbouw en hij beschikt over de laatste informatie. “Kijk, overal langs de rivieren, overal waar mensen wonen, daar zie je hot spots, branden. Centraal Kalimantan waar geen mensen wonen, is nauwelijks aangetast,” zegt Smits, “Op Sumatra zie je hetzelfde patroon.”

Hij klikt naar een volgende satellietfoto op zijn schootcomputer. Het zuidelijk deel van Sumatra is overdekt met rode spikkeltjes, alsof het halve eiland in brand staat. “Natuurlijk zijn er ook grote branden bij de bezittingen van de grote kapbedrijven en plantageondernemingen, maar de duizenden branden en brandjes op de foto's tonen aan dat vooral de hele kleine boertjes samen voor enorme rookontwikkeling zorgen”.

Pagina 5: 'De grond is hier een kruitvat'

Het wordt alleen politiek inopportuun gevonden om de schuld openlijk bij de kleine boeren te leggen. Al bestaande tegenstellingen tussen grootgrondbezitters en nomadische boeren wil men kennelijk niet verder aanwakkeren.

Aan de rand van het 'onderzoeksbos' van het Wanariset-project laat een dikke laag dorre bladeren bezoekers slechts luid krakend toe. Smits: “Dit droog materiaal op de grond is een kruitvat. Een vonk en dit bos gaat in vlammen op. Tot nu is van het tropische regenwoud op Kalimantan slechts naar schatting 6.000 hectare verloren gegaan. Maar als de regens echt uitblijven tot eind december, zoals wel wordt voorspeld, loopt het bos groot gevaar. Dat betekent dat de huidige droogte niet alleen voor de gezondheid van mensen een gevaar oplevert maar ook dat de droogte een ecologische ramp kan worden.”

Dit bos was tot 1982 nog maagdelijk oerwoud. De grote branden van dat jaar - onder vergelijkbare klimatolgische omstandigheden als op dit moment - legden een gebied ter grootte van België in as. Hier is dat nog duidelijk zichtbaar. Overal steken de zwartgeblakerde kale stammen van dode woudreuzen uit het loof omhoog.

Smits wil laten zien hoe een groep boeren net buiten het onderzoeksbos inmiddels een aardig bestaan heeft opgebouwd door het aanleggen van suikerpalmplantages. “Toen ik hier tien jaar geleden begon, ontdekte ik dat enkele heel grote bomen door houtdieven waren gekapt. Toen ik de houtdieven ontdekte, kwamen ze achter me aan. Het is dus niet helemaal uit menslievende overwegingen dat we met dit project zijn begonnen maar het werkt fantastisch.”

Smits organiseerde destijds de aanwezige boeren en leverde hen gekiemde suikerpalmplantjes. Die boompjes zijn inmiddels uitgegroeid tot metershoge stammen. De boeren winnen lucratief suiker terwijl de grond nauwelijks wordt uitgeput door deze plantages. “Inmiddels kloppen andere groepen boeren bij deze mensen aan om zaaigoed. Op die manier ze zorgen ze er zelf voor hun onderneming niet verloren gaat ten gevolge van brand. Aan deze kant van ons bos hebben we dus ook geen brandwachten nodig.” Smits hoopt dat de kleine boeren op grote schaal overstappen over suikerpalmplantages zodat de eeuwige kringloop van oogsten en branden doorbroken wordt.

's Middags in het station blijkt de burgemeester gearriveerd. Een nog jonge man in een kaki overheidsuniform. Smits is kort van stof. De burgemeester ook. “Hij heeft helemaal geen toestemming verleend aan de man die we vanmorgen in de berm vonden,” vertaalt Smits. De burgemeester neemt afscheid. “Nu gaat hij er op uit om die man te laten oppakken. We proberen zoveel mogelijk resultaten van ons onderzoek direct toepasbaar te maken voor de lokale bevolking, maar we stellen ook heel duidelijk onze grenzen. Zomaar brandstichten kan niet”.