Oerfilosofie van Empedokles; De tong en het tuitend gehoor

Empedokles: Aarde, lucht, water en vuur. Vertaald en toegelicht door Rein Ferwerda. Uitg. Athenaeum - Polak & Van Gennep, 143 blz. ƒ 55,-

Een mythe is taaier dan de waarheid. In de aan mythen overdadig rijke klassieke oudheid vind ik er één over de filosoof Empedokles (492-432 v. Chr.) telkens weer fascinerend. Empedokles leefde op Sicilië, in Agrigento. Zijn leven lang heeft de vulkaan de Etna in zijn blikveld gestaan, een stoere kegel met verweerde flanken waaruit vuurspranken laaiden. Op dat eiland werd Empedokles omringd door de elementen: het water van de zee, de lucht van het uitspansel, het vuur van de vulkaan en de vruchtbare aarde om hem heen. Over die elementen schreef hij een leerdicht dat hij Over de natuur noemde. Omsloten door zoveel natuur, waar hij ook keek, waarheen hij ook ging, moest hij die natuur wel proberen te doorgronden. Hoe onstaat water? Waar komen de sterren in het uitspansel vandaan?

Empedokles werd moe aan het eind van zijn leven. Omdat hij wilde bewijzen dat hij een god was, in een hemelvaart aan de aarde ontstegen, besloot hij zich in de vlammende Etna te werpen. Helemaal spoorloos verdwijnen kon hij niet, want de vulkaan spuugde zijn ijzeren sandaal weer uit. Dit is de mooiste variant op Empedokles' door fabels omweven dood. In een ander verhaal hoorde zijn vriend Pausanias 's nachts een stem de naam 'Empedokles, Empedokles!' roepen, waarop hij naar buiten ging. Aan de hemel zag hij een licht en een glans van fakkels, en dat was voor Pausanias het bewijs dat Empedokles god was geworden. Maar god of geen god, Empedokles wilde terugkeren tot de elementen, die hem zijn filosofie hadden ingegeven. Hij wilde één worden met al het hem omringende.

Behalve filosoof was Empedokles arts en magiër. Zijn werk is slechts in fragmenten overgeleverd, en sommige fragmenten mogen zelfs de naam brokstuk niet eens dragen, zo kort zijn ze. Drie woorden bijvoorbeeld. Behalve het leerdicht Over de natuur schreef hij het religieuze werk Zuiveringen. Die boeken moeten een omvang hebben gehad van vijfduizend regels; slechts 150 fragmenten zijn bewaard gebleven, een tiende deel. Onlangs nog, in 1990, ontdekte een Belgische hoogleraar dat tot dan toe verwaarloosde papyrusrollen teksten van Empedokles bevatten. Nu zijn in een voorbeeldige, tweetalige uitgave de fragmenten door Rein Ferwerda opnieuw vertaald (de eerste Nederlandse editie dateert uit 1953) en van een uitvoerig commentaar voorzien.

Helder brengt Ferwerda Empedokles' leer en leven in kaart, geeft hij de met elkaar strijdende opvattingen weer en gaat hij in op de invloed van Empedokles op de literatuur, ook de Nederlandse. Natuurlijk zijn Nietzsche en Hölderlin in het buitenland de onvermijdelijke fakkeldragers van de Griek. Hier in Nederland geldt dat voor Hans Andreus en voor Jan Engelman, deze laatste vermeldt Ferwerda overigens niet.

Empedokles' leer is van een tintelende eenvoud, althans in essentie. In tegenstelling tot zijn voorgangers, zoals Xenofanes en Parmenides, ontwaart Empedokles geen hiërarchie in het bestaande. Hij ziet niet vuur als het oerelement of water of aarde, maar juist die vier in hun samenhang. Naast deze elementen bestaan er twee machten die hij Liefde en Haat noemt. Onder druk van de Haat worden de elementen van elkaar gescheiden en vormen ze het uitspansel (de lucht), de hemellichamen (het vuur), de zee en de aarde. Zo is het de Haat die als een wig de aarde loswrikt van de zee. Tegenover de Haat als een scheidende kracht staat de Liefde als een verenigende kracht. Waar de elementen door de Liefde tot elkaar komen en harmonie bereiken, ontstaan de wezens der schepping. Als de Liefde regeert, is het leven paradijselijk; regeert de Haat, dan leeft de mens in de ballingschap van het tranendal.

Hoewel de Metamorphosen van Ovidius veel later zijn geschreven, 8 na Chr., vinden we overeenkomsten tussen zijn idee van de eeuwige wederkeer der dingen - niets gaat verloren, alles neemt slechts een andere gedaante aan - en Empedokles' leer van de elementen. De menselijke èn ook goddelijke wezens van de schepping mogen dan sterfelijk zijn, de elementen als aarde, vuur, water en lucht bezitten het eeuwige leven. Hetzelfde geldt voor Haat en Liefde; deze krachten zijn onvergankelijk. Mooi zijn Empedokles' benamingen voor de Liefde: vasthoudend en levenschenkend. Komen twee verschillende elementen te zamen, verbonden door de liefdeskracht, dan is er sprake van geboren worden.

Het lezen van de fragmenten levert intrigerende ontdekkingen op, waaruit blijkt hoe ver Empedokles' filosofie is doorgedrongen in de westerse cultuur. In fragment 24 stelt hij dat niets verdwijnt en dat niets uit niets kan voortkomen. In Shakespeare's King Lear zegt de oude, verdwaasde koning, dwalend over de heide, feitelijk hetzelfde: 'Nothing can come from nothing.'

En ook in dit fragment klinken Ovidius' gedaanteverwisselingen door: 'Nooit komt er een einde aan de voortdurende wisseling van de elementen,/ die nu eens door Liefde allemaal tot één samenkomen/ en dan weer, stuk voor stuk, door de vijandschap van Haat van elkaar wegvliegen.'

Lezend in deze filosofische poëzie beseffen we hoe vol raadsels de wereld toen voor de mensheid geweest moet zijn. Geboorte, dood, vergankelijkheid of zielsverhuizing, vruchtbaarheid, de oorsprong der dingen - het werd allemaal overdacht, er werd gewikt en gewogen, gedachten ontsponnen zich. Voor Empedokles begon het allemaal met de waarneming. Nadenken is waarnemen. Hij schrijft: '(...) Bekijk met al je zintuigen hoe elk ding duidelijk is:/ stel niet meer vertrouwen in een blik van je ogen dan in wat via het gehoor tot je komt,/ en schat het tuitend gehoor niet hoger dan wat je tong je vertelt./ Ontzeg je vertrouwen ook niet aan een van de andere zintuigen/ waarlangs je tot inzicht kunt komen, maar versta elk ding zoals het duidelijk is.'