Nieuwe orde

IN HET NIEUWE RUSLAND heeft de vrije markt gezegevierd. 'Onomkeerbaar' zelfs. En daarom is de tijd nu rijp voor de staat om weer terrein te heroveren. Een paradox? Volgens president Boris Jeltsin niet. In een opmerkelijke toespraak voor de Federatieraad, de senaat van het Russische parlement, heeft hij eergisteren een nieuwe economische politiek geproclameerd.

De “markt alleen is geen wondermiddel voor alle problemen” meer. Na vijf jaar economisch oog-om-oog-tand-om-tand zijn nu “staat en samenleving” aan de orde. Er is daarom behoefte aan een “sterke regering”, die zich centrale macht kan toeëigenen en alom geldende wetten kan uitvaardigen, aldus Jeltsin. Het volk moet weer op de overheid kunnen vertrouwen.

Weliswaar had de president politieke redenen om zo'n rede te houden - door tal van regionale verkiezingen is zijn steun in de Federatieraad afgekalfd en bovendien zijn de Verenigde Staten steeds kritischer over Rusland geworden - maar ook dit motief laat onverlet dat Jeltsin niet teveel heeft gezegd. Want als de 'shock-therapie' in Rusland de afgelopen jaren één ding heeft geïllustreerd, dan is het wel dat een maatschappij die na driekwart eeuw sovjet-socialisme en vele eeuwen tsaristische horigheid op de vrije markt wordt gegooid, 'wild' wordt.

HET RUSLAND VAN NA het socialisme lijkt in die zin enigszins op de Verenigde Staten na de burgeroorlog. Waren de VS na de overwinning op het Zuiden in de greep van de 'robber barons', Rusland ligt nu aan de voeten van 'nouveaux riches' die hun rijkdom evenmin volgens de regels der juridische kunst hebben vergaard. Net als destijds in Amerika strekt hun macht zich over de hele maatschappij uit. Zo beheert de Most-groep niet alleen banken, maar ook een televisiestation en kranten, bezit de oliefirma Loekoil het prestigieuze dagblad Izvestija en heeft de baas van het automobielbedrijf LogoVaz behalve in de Nationale Veiligheidsraad ook nog eens bij de staatsomroep de vinger aan de pols.

Voor de goede orde. Dat zijn in Rusland geen symbolische posities, zoals in Nederland waar de ING ook een substiantieel aandeel heeft in een der grootste krantenconcerns. Nee, de ene hand wast er daadwerkelijk de andere. Politiek en economie lopen in Rusland volledig door elkaar. Als vice-premier Boris Nemtsov - een jonge vernieuwer die zegt te streven naar recht en orde - de laatste fase van de privatisering der staatsbedrijven wil afronden conform het idee dat de hoogste bieder er met de buit vandoor mag, dan is het televisiestation van de verliezende tycoon er als de kippen bij om de journaallezer teksten te laten voorlezen die Nemtsov in diskrediet moeten brengen. 'De oorlog der banken' heet dat in Rusland.

Nu zijn ze er in de voormalige Sovjet-Unie nogal snel bij om een conflict meteen ook maar 'oorlog' te noemen. Maar in dit geval raakt het begrip toch vrij goed de kern van de maatschappelijke verhoudingen. Zeker nu de slotfase van het privatiseringsproces is ingetreden en de laatste en niet minst belangrijke kroonjuwelen van de nationale rijkdom aan de beurt zijn, is de slag om de ruif letterlijk een gevecht op leven en dood geworden. De gemengde berichten in de Westerse media weerspiegelen het.

ALS DIT ZO DOORGAAT, kan de Russische economie straks fluiten naar die externe investeerders die juist broodnodig zijn. Want weliswaar is het land nu volgens de officiële cijfers door het dal heen - er worden groeipercentages gemeld van circa drie procent, hetgeen gelet op de diepe val in het afgelopen decennium niet vreselijk veel is maar toch een begin kan zijn - een werkelijk stabiele groei is onmogelijk zonder nieuw kapitaal. Tot nu toe hebben eigenlijk alleen de cowboys uit het Westen zich in Rusland gemengd. De heren in driedelig pak kijken daarentegen de kat uit de boom of hebben zich zelfs teruggetrokken, om nog maar te zwijgen van de nieuwe Russische rijken die hun vermogens massaal in Zwitserland en andere contreien in veiligheid hebben gebracht.

Om hen te interesseren moet Rusland nu eindelijk een juridisch fundament krijgen, met civielrechtelijke procedures die zekerheid bieden aan investeerders en ondernemers. Dat mes snijdt zelfs aan twee kanten. Als de corruptie, de basis voor het huidige Russische 'wonder', wordt beteugeld, kan het immense land zich niet alleen openen voor minder speculatief kapitaal, maar zou de regering ook de bevolking kunnen verzoenen met de onvermijdelijke sociale tegenstellingen. De burgers hebben zich vorig jaar bij de presidentsverkiezingen ternauwernood uitgesproken tegen een terugkeer naar communistische bestuurders. Maar deze negatieve keuze is nog altijd niet omgebogen in een positief oordeel over de zittende president, die altijd meer belangstelling heeft getoond voor politiek worstelen dan voor noeste bestuursarbeid.

ER IS ÉÉN groot 'maar'. In zijn speech voor de Federatieraad heeft Jeltsin ook duidelijk gemaakt dat een sterke staat niet alleen de tycoons maar ook het zelfbestuur van de 88 regio's in Rusland aan banden zal leggen. De autonome republieken en regio's moeten meer belasting gaan afdragen en mogen minder eigen regels opstellen. En daarop zitten de plaatselijke bestuurders nou net niet te wachten. De decentralisatie die Jeltsin vanaf 1991 om politieke redenenen heeft gestimuleerd, is hun levenselixer geworden, zoals het 'wilde kapitalisme' dat was voor de Most-groep en die andere conglomoraten.

President Jeltsin, die al heeft aangekondigd over vier jaar met pensioen te gaan en daarmee de strijd der kroonprinsen heeft doen ontbranden, heeft met zijn koerswending duidelijk gemaakt dat hij begrijpt dat je zonder het buitenland en het eigen volk geen stabiele maatschappij opbouwt. Maar de vraag is of hij daarmee niet te laat is. De 'oorlog der banken' is nog niet voorbij. De belangen zijn inmiddels zo groot, dat één toespraak onvoldoende is.