Natuur op commerciële leest

In hartje Amsterdam ging gisteren Nature & découvertes open. Natuurmonumenten werkt samen met deze commerciële winkel.

AMSTERDAM, 26 SEPT. Op het bord midden in de winkel staat met krijt gekalkt: 'zaterdag, excursie in 's Graveland'. Een vier uur durende wandeling door de natuur op een half uur rijden van Amsterdam. Georganiseerd door Natuurmonumenten en bekendgemaakt in een winkel op een dure A-locatie in het nieuwe hoofdstedelijke winkelcentrum De Kalvertoren.

Tussen de trendy kledingzaken van Oilily en DNKY moet Nature & découvertes een oase van natuurlijke rust bieden in de drukke binnenstad. Het is de eerste buitenlandse vestiging van de Franse winkelketen (34 filialen, waarvan vijftien in Parijs) die sinds 1990 bestaat en een groot succes is. Het assortiment moet de klanten aanzetten de natuur te ontdekken, er naar te leren kijken: vogelfluitjes en cd's met vogelgeluiden, sterrenkijkers en barometers, edelstenen en geurende oliën, houten speelgoed en papier van bananenbomen.

De Vereniging Natuurmonumenten (870.000 leden) werd door Jan Oosterwijk, eigenaar van Bodyshop Benelux, gevraagd mee te doen. Als de winkels (er volgen vestigingen in de andere grote steden) winst maken, wordt 5 procent daarvan besteed aan educatieve projecten in de natuur. “Dat geld is voor ons niet het belangrijkste”, zegt Frans Evers, hoofddirecteur van Natuurmonumenten. “Wij willen in de binnenstad, waar we honderdduizenden leden hebben, over een plek beschikken om onze boodschap uit te dragen. Er is het meeste behoefte aan natuur waar die niet is. En onze leden krijgen in de winkels aanbiedingen.”

De vereniging heeft vorig jaar de eigen winkels bij bezoekerscentra fors ingekrompen. Het postorderbedrijf is vorig jaar opgedoekt. “Wij kunnen die winkels niet runnen. Ze waren zeer verliesgevend”, zegt Evers. “Maar onze leden reageerden heel negatief op de sluiting. Ze willen wel producten kunnen kopen die zijn gemaakt van verantwoorde materialen; en producten waar geen kinderarbeid aan te pas is gekomen.”

Natuurmonumenten overweegt de winkelketen een lening te verstrekken, mits het bestuur daarmee instemt. Evers is zich bewust van het keurmerk dat de niet-winstgerichte vereniging daarmee geeft aan Nature & découvertes. “We hebben ook zeer zorgvuldig uitgezocht wie achter dit project zitten. De aandeelhouders zijn commercieel ingesteld, ze willen geld verdienen. Maar hun motieven, hun idealisme strookt met dat van onze leden en onze medewerkers.” Oosterwijk (zelf vogelkenner) heeft vijf jaar geprobeerd de Franse winkels naar Nederland te halen en gebruikt graag grote woorden voor de introductie. “Het is niet alleen een winkel, maar een manier van leven, een droom”, zegt Oosterwijk. Hij heeft ook bewust bij Natuurmonumenten aangeklopt om als partner te fungeren - wat eenvoudig kon want zijn kantoor ligt naast dat van Natuurmonumenten. “Grenzen tussen maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven vervagen”, zegt Oosterwijk. “Want de doelstellingen kunnen parallel lopen.”

De Fransman François Lemarchand begon de natuurwinkels in 1990, nadat hij een keten van zestig eigen winkels met importartikelen had verkocht en twee jaar de natuur had verkend. “We hebben onze mond vol van milieubeleid, maar de kinderen van tegenwoordig weten niet meer hoe de natuur werkt”, vertelt Lemarchand, die voor de opening naar Nederland was gekomen. “Ik moest als een soort oom met alle kinderen uit de straat op pad naar het platteland. Daarom wilde ik een winkel die gezinnen de voorwerpen aanbiedt om zelf de natuur te ontdekken.”

Lemarchand maakte bij de inrichting gebruik van zijn commerciële ervaring. “Winkels horen volgens de kenners lawaai te maken en goed verlicht te zijn. Van de stress gaan mensen dan spullen kopen. Maar bij natuur hoort rust. Wij hebben vogelgeluiden als achtergrond. De winkel ruikt naar cederhout, de geur die iedereen kent die als kind op potloden kauwde.” En er is een eigen taal.

Ook het personeel wordt met zorg geselecteerd. “De helft is natuurliefhebber of astroloog. Die kunnen de verhalen bij de producten vertellen. De ander helft heeft kennis van winkels - er moet toch iemand 's ochtends het rolluik openzetten en de kassa aansluiten. Ze dragen die kennis aan elkaar over. We besteden 12 procent van de omzet aan opleiding, in onze branche is dat gemiddeld 1,5 procent.”

De Fransman vertelt geestdriftig over zijn artikelen als hij ze één voor één van het schap plukt. Hij heeft het liefst producten van handwerkslieden, hij wil traditionele bedrijfstakken in leven houden. De vogelfluitjes worden bijvoorbeeld gemaakt door een man die de hele dag door het veld loopt en iedere vogel die hij hoort probeert na te doen. De vogelhuisjes komen van een Engelsman.

“De eerste klanten in Parijs die vogelhuisjes kochten kwamen een dag later weer terug”, zegt Lemarchand. “Er waren geen vogels. Ik heb ze beloofd dat ze na twee weken hun geld terug zouden krijgen als er dan nog geen vogels zouden zijn. Ze kwamen inderdaad terug - om extra vogelzaad te kopen.”