Myra

Ik ging vooral naar Londen om Myra te zien, het portret op de tentoonstelling Sensation in de Royal Academy waarover volkswoede was ontstaan. De woede betrof het model dat de schilder had gebruikt: de in Engeland kennelijk overbekende politiefoto van Myra Hindley, die levenslang kreeg voor de moord op vijf kinderen, nu 33 jaar geleden.

Ik had het schilderij al in de krant gezien, maar die politiefoto van Hindley kende ik niet, ik herkende niemand in dit zeker niet lelijke vrouwengezicht, dat helemaal was opgebouwd uit witte, zwarte en grijze kinderhandjes.

Ik wandelde naar Piccadilly en mijn opwinding nam alleen maar toe toen ik in een van de kiosken het laatste nieuws zag. Het portret van Hindley was beschadigd! Twee belagers waren het te lijf gegaan, de een met inkt, de ander met eieren. De Royal Academy had er op het hoogste niveau lang en breed over vergaderd, enkele leden hadden hun lidmaatschap opgezegd, maar de vertoning zou worden doorgezet. Ik hoefde dus niet om te keren.

Eenmaal binnen op de tentoonstelling stond ik plotseling oog in oog met het omstreden kunstwerk. Ik schrok. De in de kranten afgedrukte foto van het schilderij had mij nog niet de vaagste hint gegeven in de richting van wat ik nu met eigen ogen waarnam: het was een portret van prinses Diana!

Ik deed mijn ogen dicht en weer open, ging even de blik zuiveren in een ander zaaltje en probeerde het opnieuw. Maar er viel niet aan te ontkomen, wie ik zag bleef ik zien: Lady Di. Even dacht ik: in je ogen zit natuurlijk nog het nabeeld van al die foto's, ansichtkaarten, tijdschriftcovers en T-shirts met het hoofd van de prinses die je zojuist nog bij honderden in de kiosken hebt gezien. Die overvloed heeft je voor even een Diana-bril gegeven.

Maar dat was het niet. Nader onderzoek wees uit dat de door Marcus Harvey geschilderde Myra juist door de bekladding op Diana was gaan lijken. Dat het oorspronkelijke portret niet op haar leek zat 'm vooral in de onderste helft van het gezicht. Zo waren Diana's lippen veel minder geprononceerd dan die op het schilderij.

Vooral de door Peter Fisher tegen het kunstwerk gegooide inkt had gezorgd voor de verandering. De kleinere blauwe inktvlek op de bovenste gezichtshelft verstoorde het totaalbeeld nauwelijks, maar de grotere roodbruine vlek op de onderste helft des te meer. De aandacht werd erdoor afgeleid van het ondergezicht, en verplaatst naar het gedeelte rond de ogen. Daar kwam Diana tevoorschijn, met dat voor haar zo typerende vanonder die blonde haren uit kijken.

Ik dacht aan de uitvinder van het woord Übermalung, de Oostenrijkse kunstenaar Arnulf Rainer. Die maakte portretten van bijvoorbeeld Van Gogh nog geladener dan ze al waren door er wild overheen te schilderen. Zo werd ook het schilderij van Harvey geladener door de actie van Fisher, die mij er weer eens op gewezen had dat diep in een moordenares altijd ook ergens een prinses schuilt. Nu ook drong tot me door dat er, los van iets in hun uiterlijk, een nog veel fundamentelere overeenkomst was tussen de twee vrouwen: hun gave om collectieve emotie op te roepen. De een riep de collectieve woede op, de ander de collectieve adoratie.

Ik besloot om de volgende dag terug te keren.

Nog even langs de kiosken gelopen voor de avondkranten. Ik hoopte op wat mij het meest logische en bemoedigende bericht leek: dat Marcus Harvey had verklaard dat hij de inktvlekken van Fisher meesterlijk vond en ze graag als de finishing touch van zijn schilderij beschouwde.

Maar zoiets las ik niet.

De volgende dag wachtte mij op de tentoonstelling een grote teleurstelling: Myra bleek te zijn verdwenen. 'Verwijderd voor restauratie' stond er op het briefje aan de muur. Restauratie. Het domste besluit dat de Academie had kunnen nemen.

Want wat heeft Harvey anders gewild dan met zijn schilderij reacties uitlokken? Kunst is allang geen eerbetoon meer aan de schoonheid, kunstenaars willen ráken. Maar wat als dat ook lukt, en de mensen werkelijk emotioneel gaan reageren? Moeten dan de sporen die ze in hun opwinding trekken weer zo gauw mogelijk worden uitgewist?

Natuurlijk, je kunt een briefje naar de kunstenaar schrijven of in een café over zijn werk gaan discussiëren. Het museum is geen openbare executieplaats en vandalen zijn geen kunstenaars, dat zou een mooie boel worden. Nee, regels ('Niet aanraken!') zijn er om gehandhaafd te worden, anders is het hek van de dam.

Maar het zou er zeer droevig voor staan met de kunst als alle illegale en gewelddadige acties die haar vooruit hebben gebrand, alsnog zouden worden uitgewist. Zelfs bij de keurige Londense boekhandel Waterstone's hadden ze dat begrepen: ik kreeg daar een bladwijzer cadeau met de uitspraak van Majakovsky dat kunst geen spiegel is maar een hamer.