'Meer patiënten helpen voor hetzelfde geld'

Medisch specialisten, verzekeraars en ziekenhuizen tekenden deze week een convenant om te gaan samenwerken in een 'ziekenhuis-nieuwe-stijl'. Een overwinning voor de patiënt, vindt voorzitter W.G.C. Kok van de Vereniging van Ziekenhuizen.

DEN HAAG, 26 SEPT. “De komende jaren verandert er veel in de ziekenhuizen, al zal de patiënt daarvan voorlopig niet meer merken dan dat hij één rekening krijgt in plaats van afzonderlijke nota's van ziekenhuis en specialisten.” “Maar”, zo voegt voorzitter W.G.C. Kok van de Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) er aan toe: “We krijgen een 'ziekenhuis-nieuwe-stijl' waarin medisch specialisten en directie veel meer dan tot dusver op elkaar zijn aangewezen. Een ziekenhuis dat geleidelijk een gewoon bedrijf wordt waarvan de specialisten net als verpleging of paramedici een integraal onderdeel vormen. Het gevolg kan zijn dat we doelmatiger gaan werken, zodat we voor hetzelfde geld meer patiënten kunnen helpen.”

Dit is volgens Kok het resultaat van het convenant dat de NVZ maandag samen met de Orde van Medisch Specialisten en Zorgverzekeraars Nederland tekende en waarmee de zeggenschap in de ziekenhuizen wordt verdeeld over directies (eindverantwoordelijkheid) en specialisten (verantwoordelijkheid voor eigen praktijk). Volgens Kok wordt met het convenant ook een verbetering van de patiëntenzorg mogelijk. “Het wordt gemakkelijker verschillende specialismen rond een ziektebeeld te organiseren”, zegt hij. “Nu gebeurt dat bijvoorbeeld al in Delft, waar de verschillende specialisten in de polikliniek samenwerken zodat vrouwen bij wie borstkanker wordt vermoed in een paar uur en tijdens één bezoek uitsluitsel krijgen”, aldus Kok, die erop wijst dat in veel ziekenhuizen al gebeurt wat in het convenant is afgesproken.

Het 'ziekenhuis-nieuwe-stijl' vraagt volgens Kok in veel ziekenhuizen om een andere manier van leidinggeven. “Al bestaat er natuurlijk niet dè manier. Het ene ziekenhuis heeft een directie die alleen maar beheert, in een ander is de directie zeer behoudend, in een derde juist uitdagend. Wat ze gemeen hebben is dat ze het onder de huidige omstandigheden - waarin de formele relaties tussen bijvoorbeeld specialisten en ziekenhuis matig of in het geheel niet zijn geregeld - het vaak toch nog zo goed doen. Daar heb ik groot respect voor.”

Kok vermoedt dat veel directies moeite zullen hebben met het ziekenhuis-nieuwe-stijl. Hij ziet hierin een extra reden om iets te veranderen aan de manier waarop ziekenhuisdirecties worden benoemd. In het algemeen gebeurt dat door de raad van toezicht - in veel ziekenhuizen bemand met regionale notabelen. “Natuurlijk is er inspraak, maar medische staf en ondernemingsraad krijgen meestal alleen iets te zeggen over de twee kandidaten waar de raad van toezicht mee komt. Dat kan wel, maar dan moet je er van op aan kunnen dat die raad voldoende kennis en ervaring in huis heeft om een betrouwbare voorselectie te plegen. Je kunt je dus afvragen of het misschien niet beter is ook buitenstaanders met kennis van zaken en ervaring met ondernemingsgerichte organisaties in die raad op te nemen.”

Op dit moment hebben de partijen die het convenant ondertekenden er volgens Kok “zin in”. Dinsdag bleken medisch specialisten en ziekenhuizen het ook eens over twee andere onderwerpen die aan de top van de agenda thuis horen. Een daarvan is het voorziene tekort aan specialisten. Voor een deel is dat te wijten aan het groeiende aantal specialisten dat in deeltijd wil gaan werken, iets waarmee bij het vaststellen van het aantal toe te laten medische studenten aan de universiteiten nog te weinig rekening wordt gehouden. Daarnaast neemt het aantal opleidingsplaatsen voor specialisten af doordat het voor de opleiders in de ziekenhuizen financieel minder aantrekkelijk wordt om arts-assistenten op te leiden. “Dat wordt een levensgroot probleem”, aldus Kok. “Je ziet nu al dat er ziekenhuizen zijn waar ze vacatures niet vervuld krijgen.”

“Het is ongelooflijk dat de beroepsgroep tot nu toe zelf de capaciteit van de opleiding heeft kunnen bepalen. Daar komt hopelijk verandering in. Vorige maand hebben we het ministerie een voorstel gedaan voor de bemanning van een 'capaciteitsorgaan'. Het lijkt me logisch dat de ziekenhuizen, net zoals verzekeraars en ministerie mee gaan praten over het aantal specialisten dat nodig is”, aldus Kok.

Drie andere onderwerpen op de agenda vragen eveneens snel om een oplossing, maar liggen ook aanzienlijk gevoeliger, constateert Kok. De eerste is het wegwerken van niet door werkdruk, onregelmatige diensten en verantwoordelijkheid te verklaren (en volgens Kok vaak zeer grote) inkomensverschillen tussen specialisten. Ten tweede is er de noodzaak om het contract dat specialist en ziekenhuis tot dusver sloten te herzien. “Veel van die contracten zijn al decennia oud en worden nooit herzien. Ze regelen in feite alleen de leveringsvoorwaarden over en weer. Zo'n contract kan niet meer, de specialist, ook de vrijgevestigde, gaat immers integraal deel uitmaken van het ziekenhuis. Dat vergt een overeenkomst waarin niet alleen de rechten en plichten anders worden geregeld, maar ook de positie van de specialist in het ziekenhuis zelf wordt vastgelegd.”

Een groot probleem is ten slotte de goodwill, het bedrag waarmee een beginnend specialist zich nog in veel maatschappen moet inkopen. Daar moet nu snel een einde aan komen, vindt Kok, omdat veel jonge mensen dat eigenlijk helemaal niet willen. “Steeds vaker zie je specialisten die er geen zin in hebben zich voor tonnen in de schuld te steken in de wetenschap dat ze vervolgens jaren keihard moeten bikkelen om die af te lossen. Zo lang het 'goodwill-probleem' niet is opgelost kunnen de meeste beginnende specialisten in feite helemaal niet kiezen voor het werken in dienstverband. In een ziekenhuis waar de collega's in hetzelfde specialisme 'vrije beroepers' zijn, zijn zij immers gedwongen zich ook in te kopen: hun'goodwill' dient immers als pensioen voor zijn voorganger.”