Kritiek van Van Mierlo op artikel

DEN HAAG, 26 SEPT. Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) neemt afstand “van inhoud en toonzetting” van een artikel in deze krant waarin een van zijn ambtenaren over Israel schreef dat dit “meer en meer een extremistische religieuze staat wordt”. Volgens R.E. Bosch, ambassaderaad in Wenen, is Israel een land dat “mensenrechten niet meer serieus neemt en 'etnic cleansing' in de praktijk brengt, dat verdragen naast zich neerlegt en dat meent zich uit naam van de nationale veiligheid alles te kunnen veroorloven”.

Van Mierlo stelt nu dat het artikel, dat afgelopen woensdag verscheen op de pagina opinie van deze krant, “niet het beleid van de Nederlandse regering verwoordt”. Het is “gescheven op persoonlijke titel” en “door de auteur gepubliceerd zonder overleg en toestemming van het ministerie”.

In het artikel valt Bosch premier Netanyahu en diens regering aan door te stellen dat deze “de gewelddadigheden steeds weer uitbuit door nog harder tegen de Palestijnen op te treden en de vreselijke gebeurtenissen steeds weer benut door ze als excuus te gebruiken om zijn eigen verplichtingen in het kader van het vredesproces niet na te hoeven komen”. Volgens hem zou de Europese Unie de vrijhandelsovereenkomst met Israel “op ijs moeten zetten totdat Netanyahu de nederzettingenpolitiek stopt”. Na verschijning van het artikel hebben zowel VVD als CDA in de Tweede Kamer Van Mierlo schriftelijk vragen gesteld. Van Mierlo verblijft deze week in New York bij de Verenigde Naties. De reactie van de minister kwam gisteren nadat hij op de hoogte was gebracht van de strekking van het artikel. Kamerlid Weisglas (VVD) zegt dat het hem “verheugt” dat de “onduidelijkheid zo snel uit de wereld is geholpen”. “Maar dat neemt niet weg dat het niet de eerste keer is dat een ambtenaar van Buitenlandse Zaken zich publiekelijk afzet tegen het beleid. Terwijl men juist op dit terrein, waar je te maken hebt met buitenlandse regeringen, terughoudend zou moeten zijn. Buitenlandse ambassades maken geen onderscheid tussen een artikel op persoonlijke titel en ministeriële verantwoordelijkheid.”