Knus huiveren; Tentoonstelling over griezelverhalen in Den Haag

Paul van Loon en andere griezels te kijk, tot 1/2 1998 in het Letterkundig Museum, Prins Willem Alexanderhof 5, Den Haag. Open: di t/m vr 10-17 u., za/zo 12-17 u. Prijs kinderen ƒ 3,-, volwassenen ƒ 5,-. Inl. 070-3471114.

Ter gelegenheid van de tentoonstelling verscheen Als de maan breekt, met gedichten van o.a. Karel Eykman, Bas Rompa en Johanna Kruit bij een tekening van Wim Hofman, ƒ 14,95.

De wind gierde om het huis van kinderboekenschrijver Jacques Vriens in Bakel. Knus binnen zat hij, samen met zijn vrienden en collega's Hans Hagen, Sjoerd Kuyper en Paul van Loon. Van Loon, zijn zonnebril natuurlijk op zoals altijd, vertelde van een brief die hij kreeg. Een jongen vroeg of hij òf Annie M.G. Schmidt op zijn school kon komen. Van Loon was verbaasd: zou die jongen niet weten dat Annie Schmidt dood is? Maar even verderop in de brief stond: 'Dan zie ik tenminste eens een zombie of een ondode.' Iedereen moest hard lachen. Op dat moment viel met een klap een boek over Annie Schmidt uit de boekenkast. Het was nog nooit eerder gevallen.

Met dit verhaal opende Paul van Loon afgelopen vrijdag de tentoonstelling 'Griezelig goed. Paul van Loon en andere griezels te kijk' in het Letterkundig Museum in Den Haag. Het is de engste en de leukste (dus de 'griezelligste', om met Van Loon te spreken) tentoonstelling die ooit in het museum te zien was. Van de beroemde schrijver mag griezelen immers nooit gruwelen worden. 'Knus huiveren', rillen en er toch ook nog om kunnen lachen, dát is de bedoeling, niet bijna moeten overgeven of flauwvallen van angst.

In de tentoonstellingsruimte zijn overal zwarte doeken gespannen, waar je net een beetje doorheen kunt kijken. Er zijn lage poortjes uitgesneden in de doeken, zodat donkere gangen ontstaan. Als je erdoor kruipt, verwacht je om de hoek steeds een geraamte of reuzenspin. Het licht is gedempt, overal flakkeren verdachte schaduwen. De lampen lijken op vlammen en dwaallichtjes.

In het holst van dit zwarte doolhof vind je de vergaderzaal van het Griezelgenootschap (GG). Hier vergaderen voorzitter Van Loon en zijn duistere companen zoals Bies van Ede, Eddy C. Bertin en Tais Teng aan een ronde tafel. Aan de muur hangen de statuten van het GG: liegen is verplicht en het is verboden littekens te tonen die tijdens de inwijding ontstaan zijn. De stoelen zijn bekleed met bloedrood fluweel. Als je op de grond durft te gaan liggen, zie je dat in de zittingen een geheim lampje brandt om een griezelobject te verlichten: een schattig klein skeletje, een afgehakt vingerkootje, een kaakbot vol scherpe slagtanden...

Er is een wandje gevuld met brieven zoals Van Loon die elke dag krijgt. Sommige kinderen sturen hem ideeën voor nieuwe boeken. Zou hij niet eens kunnen schrijven over een 'weermens'? Dat is een wolf die bij volle maan in een mens verandert en dieren verscheurt. Loky stuurt hem 'de griezelgroeten', haar brief is maar kort: 'er is een horrorfilm op tv.' Op de tentoonstelling hangen verder veel originele illustraties uit griezelboeken, zoals tekeningen van Camila Fialkowski, bijvoorbeeld uit Nooit de buren bijten, en van Walter Donker (uit De wortels van het woud).

Spullen die de schrijvers inspireren, kregen een ereplaats. De zwarte hoed van Bies van Ede ligt naast zijn aantekeningenschrift waarop in kleine kromme letters staat: 'Moge je veel lijden, liefste'. Paul van Loon torste de grafzerk van P. Onnoval mee, de schrijver uit De Griezelbus, en een vampierpop in een doodskistje gemaakt van schoolbankhout. Opschrift: 'Bloed is mijn leven, licht is mijn vijand' (maar dan in het Latijn).

Om ook je ouders of je meester bezig te houden, is in een hoek een kleine geschiedenis van het griezelboek voor kinderen in Nederland te zien. Boeken uit de jaren '30 over reuzentermieten en vleermuizen bijvoorbeeld. Zo'n boek kostte maar een kwartje. Spoken waren tot 1975 vaak verklede mensen, de boeken gingen over hoe dom het is bijgelovig te zijn. Wat helaas ontbreekt zijn de voorbeelden van Paul van Loon zelf. Toen hij klein was las hij het Limburgs Sagenboek, en Rozemarijntje en het zwarte bosmannetje, over een bosmannetje dat zijn hoofd tegen ramen duwde en voortdurend 'wéé, wéé' riep.