Het imaginaire kunstwerk

In kunst komt vaak andere kunst voor: een schrijver die schrijft over een schrijver, een schilder die schilderijen schildert. “Misschien ligt in een dergelijk Droste-perspectief ook wel de sleutel tot het geheim achter De Schepping.”

Wie de televisieserie The Bold And The Beautiful een beetje regelmatig volgt - over de zakelijke maar vooral de persoonlijke intriges rondom het modehuis van de familie Forrester in Los Angeles - kan zich tenminste tweemaal per jaar verheugen op de altijd met veel nerveuze opwinding omgeven presentatie van De Nieuwe Collectie - zowel die van de Forresters zelf als ook die van aartsvijand Spectra Fashions. Ik neem mijn soaps net zo serieus als ieder ander, maar tijdens de 'Big Showings' in de Bold (van de 'cruise line', de 'formal line' en, als eeuwige 'showstopper', de bruidsjurk) slaat de stemming geregeld om naar hilarisch. Vergeleken bij wat je daarin aan 'haute couture' over het plankier ziet schuiven, is wat er op een gemiddelde, hier door 'de bladen' breed gecoverde vernissage Glamourland op je afkomt het toppunt van kosmopolitische verfijning.

Niettemin is de internationale modepers elke keer weer laaiend enthousiast over de creaties van Ridge en Eric Forrester en stromen de bestellingen binnen. Op vergelijkbare manier is bijvoorbeeld Leslie Caron als tegenspeelster van Gene Kelly in de musical An American in Paris (elk jaar rond Kerstmis drie of vier keer op televisie te zien) diep onder de indruk van de stadsgezichten van het type 'twintig-ansichten-voor-een-tientje', die Kelly's gealpinopette personage al dansend en zingend op het doek slingert.

Het zijn karikaturale voorbeelden van een fenomeen - de verbeelding binnen de verbeelding, kunst-in-kunst - waar voor mij altijd een enorme fascinerende werking van blijft uitgaan, ongeacht of het nou gaat om een mode-collectie in een soap, de schilderijen die je op een zeventiende-eeuws doek achter een geportretteerde aan de muur ziet hangen, de opstand der personages in het toneelwerk van Pirandello of fragmenten uit het boek waar de schrijvende hoofdpersoon van een roman aan bezig is. Denk in het laatste geval aan La Peste van Albert Camus, The Journal Of Albion Moonlight van Kenneth Patchen of Pale Fire van Nabokov, maar ook aan de imaginaire bibliotheken van Borges en detective-verhalen waarin de sleutel tot de oplossing van een moordgeval verzegeld ligt in een manuscript van het slachtoffer.

Alter ego

Voor sommige schrijvers is het bovendien een beste truc gebleken om een writer's block te omzeilen: door bij een bepaald boek net te doen alsof dat wat er uit hun pen komt eigenlijk geschreven wordt door een door henzelf verzonnen personage, 'de schrijver', is de bewijslast voor hun creativiteit even op andermans schouder komen te liggen. Misschien doen schrijvers trouwens wel nooit iets anders dan deze truc uithalen, is de schrijver altijd eerder het alter ego van zijn hoofdpersoon dan andersom. En nu ik toch bezig ben: misschien ligt in een dergelijk Droste-perspectief ook wel de sleutel tot het geheim achter De Schepping.

Om zijn, vanuit een verlammend perfectionisme (hoe te scheppen zonder tegelijk te vernietigen?) voortgekomen Creator's block te omzeilen, boetseerde God zo goed en zo kwaad als het ging naar zijn evenbeeld de mens - die direct driftig aan het scheppen-en-vernietigen sloeg, en om beschutting te vinden voor de terugslag van de eigen onvolmaaktheid Hem weer verzon. Het kan trouwens ook andersom geweest zijn.

Er is een film die als geen ander kunstwerk dat ik ken laat zien wat er zo boeiend is aan imaginaire kunstwerken - kunstwerken die ontstaan zijn niet om creatieve uitdrukking te verlenen aan iets dat leeft bij een werkelijk bestaand persoon, maar om invulling te geven aan de creatieve impulsen van een verzonnen persoon, een personage.

In The Juror (1996, regie Brian Gibson) speelt Demi Moore een vrouw die als jurylid bij een mafia-proces door een huurmoordenaar onder druk wordt gezet om uit alle macht te proberen haar mede-juryleden ertoe over te halen een unaniem 'niet schuldig' uit te spreken. Van beroep is zij beeldend kunstenares en wat zij maakt is een soort 'tast-kunst': al haar sculpturen worden aan het zicht onttrokken door een doos die alleen van onderen open is, zodat 'de toeschouwer' als het ware zijn handen onder de rokken van het beeld moet stoppen om er achter te kunnen komen wat het voorstelt. Het enige zintuig dat je normaal zelden gebruikt bij het waarnemen van een kunstwerk (en dat je in een museum niet eens mág gebruiken) is hier dus het enige zintuig dat je kúnt gebruiken. Tasten als vorm van zien. De omkering is even snelgemaakt als freudiaans: kijken als een vorm van (onzedelijk) betasten.

Een briljante vondst vind ik dat, waarmee in één klap een hele zwerm vliegen wordt geslagen - waaronder een paar heel grote. Om te beginnen ontslaat het de filmmaker hier van de praktische verplichting om een groot aantal verschillende 'echte' kunstwerken te verzinnen en wel op een manier die niet alleen iets essentieels zegt over het karakter van een personage maar evenzeer over de appreciatie van kunst, zo u wilt over het wezen van kunst in het algemeen. In de verhulling onthult zich de waarheid - Heidegger voor beginners.

Aan barrels

De verpakte sculpturen in The Juror zijn in de eerste plaats bedoeld als metafoor voor de manier waarop het personage van Demi Moore haar gevoelens weggestopt heeft op een plek waar ze er ook zelf nauwelijks meer bij kan. En natuurlijk slaat zij op een gegeven moment - wanneer het verloop der gebeurtenissen mede door haar eigen emotionele geslaapwandel een fatale wending heeft genomen - in plotselinge woede alle dozen-met-inhoud in haar atelier aan barrels, om daarna ook in het werkelijke leven duchtig orde op zaken te gaan stellen.

Maar ze bevatten nog meer surprises, de kunstwerken die Demi 'compleet-in-doos' aanlevert. Met een beetje goede wil kun je er ook een metafoor in zien voor onze relatie tot kunst-objecten in het algemeen en tot het object van alle kunstwerken in het bijzonder. Waarbij de doos dan staat voor de manier waarop het rationele bewustzijn (inclusief vaste vooroordelen en conventionele vormen van waarnemen) de toeschouwer het zicht kan belemmeren op wat de uiteindelijke betekenis is van een kunstwerk, waar het over gáát. Die betekenis krijgt namelijk alleen handen en voeten in het interactieve schemergebied tussen wat de kunstenaar zo'n beetje heeft willen maken enerzijds en wat het zo'n beetje oproept bij de toeschouwer anderzijds - in de manier waarop je erdoor wordt geraakt.

Ondanks of misschien wel juist dankzij het feit dat zij niet uit een hoogwaardige artistieke drang naar individuele expressie, maar uit effectbejag in dienst van een heel ánder verhaal zijn voortgekomen, komen de 'voel-dozen' uit The Juror heel dicht in de buurt van het ultieme kunstwerk - als iets dat, zelf onzichtbaar, alleen gestalte kan krijgen in de verbeelding van de toeschouwer en daar in zekere zin mee samenvalt.

En misschien is dat ook wel wat er uiteindelijk van onszelf overblijft, wanneer je de doos, de laatste doos die daar tenslotte nog omheen zit, weghaalt. Zacht zoemend als een wesp onder een omgekeerd limonadeglas: puur een vermogen om geraakt te worden. Iets dat je 'ziel' zou kunnen noemen.