Gesprek met kinderboekenschrijfster Veronica Hazelhoff; Deed jouw moeder ook zo raar?

Veronica Hazelhoff schrijft psychologische romans voor kinderen, bevolkt met personages waar ze wel eens jaloers op is, vanwege hun rust of dapperheid. Aardig zijn haar 'extra mensen' niet allemaal. Maar wel met zorg geschreven. “Ik zit tegenwoordig uren te pielen op een zin.”

Vrouwen en meisjes bevolken haar boeken. Als zussen, als moeder en dochter, als oude vriendinnen die een geheim delen of juist als elkaar nog aftastende vreemden. Veronica Hazelhoff (50) beschrijft sinds 1981 in haar kinder-en jeugdboeken trefzeker grote gevoelens, maar ook de kleinste nuances van vriendschap en verwantschap. Ze draait rollen om en keert verhoudingen binnenste buiten. Fenna uit het gelijknamige boek (1986) mompelt tegen haar Marilyn Monroe-poster: “Deed jouw moeder ook zo raar? (-) Je kan ook met haar lachen, maar de laatste tijd is ze zo somber en dan heb ik alsmaar het gevoel dat zij de jongste is en ik de oudste.”

Mannen komen in Hazelhoffs boeken ook wel voor, maar vaak meer zijdelings of gezien door de ogen van vrouwen. In Ster! (1989) wordt Leen verliefd op de vriend van haar zus, in Elmo (1993) raakt Vera in de ban van haar nieuwe, bloedmooie maar vage buurjongen. “Soms kies ik nuchter voor alleen maar jongens. Voor de afwisseling,” zegt Veronica Hazelhoff. Aan haar ex-man vroeg ze wat hij als klein jongetje meemaakte. “Hij had met een vriendje de Noordpool ontdekt, een barre expeditie gemaakt door de sneeuw naar een zandafgraving in de buurt.” Zelf was ze met haar beste vriendinnetje eens midden in de winter uit de bus gezet omdat ze een stuiver tekort kwamen, en maakte een vergelijkbare dramatische tocht. Uit deze herinneringen kwam een van haar beste boeken voort, De sneeuwstorm (1995) over de broze vriendschap tussen Ollie en zijn neef Arthur.

Sinds haar debuut Nou moe! verschijnt van Hazelhoff gemiddeld een boek per jaar. Ze kwam destijds, in 1981, met vliegende vaart de kinderboekenwereld binnendenderen. Nou moe! werd meteen bekroond met een Zilveren Griffel en het Gouden Ezelsoor, de prijs voor het best verkochte debuut. Haar derde boek Auww! (1983) kreeg de Gouden Griffel. Daarna bleef het wat prijzen betreft lange tijd stil, tot in 1994 de sober geschreven, gevoelige novelle Veren bekroond werd met zowel de Nienke van Hichtumprijs als een Zilveren Griffel.

Veronica Hazelhoff woont al haar hele leven in hetzelfde huis in een dorp bij Utrecht, middenin een zwarte kousengemeente. In haar boeken duiken dan ook vaak streng religieuze bijfiguren op. Vroeger deelde zij het huis met haar moeder, tegenwoordig woont haar volwassen dochter Eva boven haar. De benedenverdieping is aangepast aan de reuma die Hazelhoff al vijfentwintig jaar heeft. Haar boeken schrijft ze op een computer, door een soort potloodje in haar vergroeide handen te klemmen. “Reuma heeft er niets mee te maken dat ik schrijf,” zegt ze. “Ik wilde al mijn leven lang schrijfster worden, al was dat een groot geheim. Misschien had het zonder reuma wel ellenlang geduurd voordat ik ermee begonnen was. Ik wilde namelijk ook maatschappelijk werkster worden.”

Lappendeken

Zelf beschouwt Hazelhoff, een energieke vrouw met kort haar en bijna stoute ogen achter een merkwaardig brilmontuur, haar oeuvre als een lappendeken: “met als risico dat men mij nu ziet als een degelijke mevrouw in een rok met stroken.” Een deken met een eigenzinnig, grillig patroon, “het ene lapje wat mooier en beter geslaagd dan het andere, maar mijn boeken horen bij elkaar.”

Nou moe! en haar laatste boeken, waaronder het recentelijk verschenen Niks gehoord, niks gezien, zijn zeer verschillend van stijl. Het is bijna alsof ze niet door een en dezelfde persoon geschreven kunnen zijn. Nou moe!, het eerste deel van de trilogie over het dikkige, bijdehandte meisje Maartje, staat vol dialogen; korte zinnetjes, eindigend met uitroeptekens. Vlot, humoristisch en eigentijds werden 'de Maartjes' (zoals ze bij Hazelhoff thuis liefkozend worden genoemd) destijds door recensenten gevonden. Ze werden vergeleken met de Madelief-boeken van Guus Kuijer. Ook tegenwoordig lezen veel tienjarigen 'de Maartjes' nog heel graag.

“Na Auww! ben ik expres iets anders gaan doen. Anders was ik voorgoed 'de moeder van Maartje' gebleven. En ik was klaar met dat meisje, met die toon,” vertelt de schrijfster. “Toen gebruikte ik hedendaagse woorden, was het: doe maar gewoon, dat is gek genoeg. Nu zoek ik het meer in het vreemde.” Hazelhoff verkent gebeurtenissen, onderzoekt confrontaties tussen haar personages, gaat als een naturalistisch schrijver op zoek naar hun gevoelens. Ze schrijft psychologische romans voor kinderen.

Haar stijl is minder 'aards' geworden, de taal lijkt ingedikt, alsof ze met minder woorden meer weet te zeggen. Zelf noemt ze het 'scheve dialogen': de gesprekken tussen de personages zijn in de realiteit geworteld, maar onderhuids is iets heel anders aan de orde dan het alledaagse gespreksonderwerp. Tijdens een workshop toneelschrijven in 1993, bij het festival 'Stuklezen', heeft ze zich deze nieuwe manier van schrijven eigen gemaakt. Ze kon op het podium haar personages niet eindeloos weg laten mijmeren. “Ik zit nu uren te pielen op een zin. Vroeger kon de schoonheid van de taal me niet zoveel schelen, nu gaat het me om de emotie én om een mooie zin.”

Momenteel werkt zij samen met regisseur Jan-Eric Hulsman van de Utrechtse Paardenkathedraal aan een toneelversie van De Sneeuwstorm. Hazelhoff: “Hij wilde iets met Hans en Grietje. Na een avond praten zei ik: ik heb eigenlijk een ongelooflijke hekel aan Hans en Grietje. Altijd gehad. Hulsman wilde iets met een tocht. Nou, dat had ik al geschreven. Hij was meteen gegrepen door die twee jongetjes in de sneeuw. Het wordt een stuk met veel sneeuw, en veel storm.” Inmiddels maakte zij twee versies, waaruit na intensieve gesprekken met Hulsman en de acteurs het uiteindelijke toneelstuk moet groeien.

Zo gaat het ook bij haar boeken. Querido-redacteur Jacques Dohmen leest verschillende, steeds wel geheel afgeronde versies voordat het echte boek er ligt. De schrijfster is graag de baas over de wereld die zij bedenkt, maar soms vindt ze het leuk om samen te werken. “Wij tegen de wereld, hier komt het artiestenvolk... ik houd daarvan.” Met haar illustratoren overlegt ze zelden. “Peter van Poppel krijgt het manuscript, maakt er zelf zijn kunst bij. Alleen met Sylvia Weve heb ik samen, gelijktijdig een boek gemaakt. Met de slappe lach op de bank.” Dat werd Oma, waar blijft de taart (1983), een van haar meligste boeken.

Schaap Veronica

Hazelhoff gebruikt bewust geen jongerenjargon en kiest als onderwerp iets wat ze zich zelf afvraagt. “Niet iets waar kinderen of jongeren expliciet om vragen. Dan zou ik nu griezelverhalen maken, druipend van het bloed, wel leuk misschien, maar dat kan ik helemaal niet. Ik hoef ook niet voor àlle kinderen te schrijven.” Ze had voor haar debuut nooit gedacht kinderboekenschrijfster te worden. “Dromen de tweede Annie M.G. Schmidt te zijn, het kwam niet in me op. Terwijl we leefden met het schaap Veronica, tja, als je zo heet.” Haar vader was vertegenwoordiger bij uitgeverij Het Spectrum. Hazelhoff verslond de vele boeken die via hem het huis binnenkwamen, vooral de psychologische detectives. Toen ze zelf moeder was, raakte zij geïnspireerd door de toon van 'De Blauwgeruite Kiel', de kinderrubriek van Vrij Nederland en door de stijl van Guus Kuijer. Tweemaal stuurde zij voor haar debuut in voor de Lezersoproep in VN, tweemaal ging het over kinderen. “Blijkbaar bén ik een kinderboekenschrijfster,” zegt ze laconiek. Alleen voor kleuters kan ze naar eigen zeggen niet schrijven. Het merendeel van haar oeuvre is voor kinderen vanaf tien jaar.

Sommige boeken zijn echt voor pubers, zoals Elmo (1993). Het speelt zich af tegen de voor de meeste mensen onbekende achtergrond van country & western, square dancing en cowboyhoeden. Het idee voor In Sara's huis (1989) kreeg Hazelhoff tijdens een vakantie met haar echtgenoot. “Onze zestienjarige dochter was niet mee. Er woedde thuis een puberoorlog. Wij reden bijna in een ravijn, dus vroeg ik me af: hoe is het om in zo'n periode je ouders te verliezen?” Het is wrang te lezen hoe Mette zich in bochten wringt om de talloze ruzies met haar moeder te vergeten. Ze woont na het ongeluk van haar ouders bij haar moeders tweelingzus Sara in huis, op wie ze jaloers en kwaad is. Uiteindelijk bereikt ze een zekere verzoening. Hazelhoff houdt niet van slechte eindes. Ze benadrukt dat dat niet is omdat ze voor kinderen schrijft, maar omdat ze er zelf niet tegen kan.

Haar eerste en haar tot nu toe laatste boek hebben een autobiografische inslag, duidelijker dan haar andere boeken. Net als Maartje was Hazelhoff vroeger te dik. En net als River die eigenlijk Linde heet, de hoofdpersoon uit haar nieuwe boek, is zij enig kind. “Ze is voor een deel een zelfportret, haar ouders zijn precies de mijne. Mijn moeder herkende zinnetjes van zichzelf.” Net als Rivers ouders moesten de hare zeven lange jaren op haar komst wachten en wilde ze als kind graag wat minder exclusief zijn. Over haar ziekte heeft Hazelhoff nooit willen schrijven. Alleen het lange ziekenhuisverblijf van Maartje in Auww! is gebaseerd op eigen ervaringen.

Op haar verzonnen personages is Veronica Hazelhoff weleens jaloers. “Ze zijn soms zoals ik zou willen zijn, rustig of dapper... af en toe blijkt dat mijn idee over zo'n figuur niet klopt, dan wordt zo iemand tijdens het schrijven ineens veel aardiger dan ik dacht.” Ze hecht zich aan de figuren die ze verzint. 'Extra mensen' noemt ze hen, naast de échte mensen. Eenmaal verzonnen raakt ze ze nooit meer kwijt. “Van Maartje kan ik me helemaal voorstellen hoe ze nu is. Ze heeft in haar eentje een kind. Haar vriendin Bella heeft heel hard gestudeerd en is nu dokter.” De personages vertederen haar, al vindt ze ze niet allemaal even aardig. Ze groeien met haar mee, worden ouder. Ze giechelt: “Dat klinkt idioot, hè? Terwijl ik verder toch heel normaal ben.”

De boeken van Veronica Hazelhoff worden sinds 1988 uitgegeven door Querido, daarvoor door Sjaloom. Bijna al haar titels zijn nog verkrijgbaar. Het toneelstuk Sneeuwstorm van theatergezelschap De Paardenkathedraal gaat 19 december in Utrecht in première.