'Extreem fatsoen eisen van soldaten is hypocriet'

DEN HAAG, 26 SEPT. Tijdens het debat in de Tweede Kamer over de de misdragingen van Nederlandse VN-militairen in Angola bracht pas het optreden van de CDA-woordvoerder H. Hillen wat leven in de brouwerij. “De Nederlandse samenleving is niet fatsoenlijk. Als ik zie hoeveel onfatsoen in Nederland getoleerd wordt, op de tv en elders, dan vind ik het hypocriet om van soldaten te eisen dat zij extreem fatsoenlijk zijn”, zei Hillen: “Ik geef in dit geval dan ook de voorkeur aan de term professionaliteit.”

Waar de Kamerleden elkaar tot op dat moment nogal plichtmatig hadden geïnterrumpeerd, waren de microfoons na de woorden van Hillen meteen bezet. Volgens PvdA, VVD, D66 en Groen Links was in Angola sprake van onfatsoenlijk gedrag in díensttijd en dat, zo zij PvdA-woordvoerder G. Valk “zou geen enkele werkgever in Nederland accepteren”. M. de Koning (D66) voegde eraan toe: “Het naar bed gaan met kleine meisjes zou ik op zijn minst lichtelijk onfatsoenlijk willen noemen.” Op de opmerking van Hillen dat “van D66 jointjes roken in het leger mag”, reageerde De Koning woedend met de opmerking dat dit “van een heel andere orde is dan seksuele omgang met kinderen”.

De aanvaring met Hillen zorgde voor het enige vuurwerk in het debat, waarin minister Voorhoeve (Defensie) moeiteloos van de hele Kamer steun kreeg voor zijn optreden. Voorhoeve heeft volgens de Kamer snel en adequaat opgetreden in de kwestie, die er volgens PvdA'er G. Valk toe heeft geleid “dat Nederland zijn onschuld heeft verloren” in Angola: “Tot nu toe waren het militairen van andere landen van wie misdragingen bij VN-missies bekend werden”. De Kamer heeft ook vertrouwen in de maatregelen van Voorhoeve om de kans op nieuwe excessen te verminderen en om de informatievoorziening door de legertop aan de minister te verbeteren.

Voorhoeve bracht enkele weken geleden een rapport van vice-admiraal J. van Aalst, inspecteur-generaal van de krijgsmacht, naar buiten over de misdragingen van Nederlandse VN-militairen in Angola. Tien militairen hebben zich daar in 1994 schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van meisjes, poging tot smokkel van drugs, zwarte handel en overmatig drankgebruik. Vijf militairen zijn inmiddels uit dienst en de andere vijf hebben een aantekening in hun dossier gekregen. Tegen een van hen loopt een strafrechterlijk onderzoek naar mogelijke drugssmokkel.

Voorhoeve had het onderzoek laten instellen, nadat hem kort voor de zomer via de militaire inlichtingendienst geruchten hadden bereikt over wangedrag. Bij de presentatie van het rapport bleek dat generaal Couzy destijds al op de hoogte was van het wangedrag, maar dit nooit aan zijn minister heeft gemeld. Zowel Kok als Voorhoeve noemde dit destijds “zeer ernstig”.

De Tweede Kamer toonde zich gisteren bezorgd over de gebrekkige informatievoorziening aan de politieke top door de militaire leiding. Voorhoeve gaat ervan uit dat de kans op herhaling klein is: “Het risico dat wij opnieuw met dergelijke zaken wordne geconfronteerd is aanmerkelijk geringer”. Sinds 1995 gaat met een VN-missie altijd een Nederlandse contigentscommandant mee, die rapporteert aan de chef defensiestaf (CDS). “De CDS loopt dagelijks bij mij binnen”, zei Voorhoeve.

De Nederlandse militairen waren volgens de Kamer ook slecht voorbereid op een eenzaam verblijf in een verscheurd land onder een “incompente en corrupte” (VVD'er T. van den Doel) VN-leiding. “Het was Kuifje in Afrika”, meende Valk (PvdA), die zich er net als zijn collega's over verbaasde dat de VN-gedragscode niet eens bekend was. “De soldaten spraken geen vijf woorden Portugees en het ontbrak aan wat ik maar even een pakket morele bewapening zal noemen”, meende De Koning (D66).

VN-soldaten krijgen volgens Voorhoeve nu wel een voorbereiding in de vorm van cursussen op het instituut Clingendael - een algemene en een die gericht is op het land - drie weken taalonderricht, geneeskunde en zonodig onderricht voor specifieke taken zoals mijnopruiming.