Een slecht beeld van de Duitse cultuur

Schlagerfestival, Ned.2, 21.15-22.54u.

Dennie Christian heeft een afwijking die in artiestenkringen ook wel een 'Lee Towers-arm' wordt genoemd. Bij alles wat de zanger/presentator met een beetje nadruk wil zeggen, schiet zijn elleboog met een ongecontroleerd felle beweging naar achteren. Voor een buitenstaander is het een komisch gezicht, maar niemand lachte bij de televisieregistratie van het jaarlijkse Schlagerfestival in de Kerkradense Rodahal. Schlagers zijn een serieuze zaak voor het publiek van slaafs meeklappende huisvrouwen, voor wie zo'n avond met soundmix-optredens van coryfeeën als Rex Gildo en Roland Kaiser tot de uitjes van het jaar behoort.

Hier zou een schone taak hebben gelegen voor het Goethe-instituut, want in feite is het door wijlen Harry Thomas ingestelde Schlagerfestival verwaterd tot een chronische misrepresentatie van de Duitse cultuur. Meer dan een kwart eeuw sinds het onvergetelijke Du van Peter Maffay heeft de Duitse schlager in grote delen van ons land nauwelijks iets te betekenen gehad, als we de songfestivaldraak Ein bisschen Frieden van Nicole (1982) buiten beschouwing laten. Hooguit in de grensstreek bestaat er een publiek dat bekend is met nieuwe sterren als Lucca, een tot leven gewekte Kuifje die met een zwak falsetstemmetje zingt over een Klitschnasse Haut, of de meer om haar korte rokje dan om haar Calimerostemmetje opvallende Michelle.

Het is bedroevend dat de Tros de anderhalf uur (!) van dit super-oubollige Schlagerfestival niet heeft willen besteden aan de relevante popmuziek die Duitsland wel degelijk rijk is. Zoals er begin jaren zeventig een bloeiende underground onstond van zogenaamde Krautrock-groepen als Can, Neu en Kraftwerk, zo maakt de Duitse pop momenteel opnieuw een opleving door met grensverleggende muziek van Kreidler, Tocotronic, Rammstein en Atari Teenage Riot. In plaats daarvan krijgen we Jantje Smit en Frans Bauer die hun hits nog eens op het Duitse taalgebied mogen loslaten, terwijl de rockband achter het gladde zonnebanktype Matthias Reim vooral bedoeld lijkt als hippe camouflage voor een flauw hoemparitme.

Toegegeven, met de heftige Duitstalige metal van Rammstein bereik je geen massapubliek en bij het zenuwachtige gabberhouseritme van Atari Teenage Riot grijpt Tante Mien onverbiddelijk naar de afstandsbediening. Alle clichés over gezelligheid en ideale schoonzonen te spijt, moet het me toch van het hart hoe jammerlijk slecht de hedendaagse Schlagerzangers voor de dag komen, zelfs als we vooroordelen opzij schuiven en min of meer objectieve criteria hanteren als zangtalent en uitstraling. Andy Borg is een tweederangs André Hazes, maar dan saaier. Bernd Cluver werkt op de lachspieren met zijn coupe windtunnel. Roland Kaiser klinkt onvast en kortademig, om nog maar te zwijgen van de ernstig verzwakte stembanden van Rex Gildo (waar blijft Udo Jürgens nu we hem nodig hebben?).

Dennie Christian presenteert niet alleen met veel ellebogenwerk, maar mag bovendien een infantiele tekst kwelen over 'een heel verliefd sprookjespaar bij duizend sterren en volle maan'. De magere prestaties van songfestival-verliezeres Bianca Schomburg worden verdoezeld met de opmerking dat ze zo'n práchtige stem heeft, en Christian maakt het helemaal bont als hij zijn collegaatje Nicole aankondigt: “Acht weken geleden is ze moeder geworden en nu alweer ziet ze er heel goed uit”. Kijk naar jezelf, Dennie Christian, in je belachelijke leren broek.