Cadeautjes

De jongen kan niet wachten tot het laatste schooluur is afgelopen. Zijn grootste vriend is vandaag niet op school. Die is aan het verhuizen en hij heeft daarvoor een paar dagen vrij gekregen. De jongen heeft een witte plastic tas bij zich. Daarin zit een cadeau. Het is goed verpakt. Alleen hij weet wat erin zit. Hij heeft het aan niemand verteld.

Daar gaat de bel. Hij rent naar buiten en hij weet waar het is. Wel vier, vijf hoeken moet hij om voor hij bij het huis van zijn vriend zal komen. Hij hijgt van inspanning en hij is dubbel nieuwsgierig. Naar het nieuwe huis van zijn vriend natuurlijk en naar z'n gezicht als hij het cadeau straks openmaakt.

Dit is de goede straat. Welk nummer? 156, dat ratelt maar door z'n hoofd, hij zal het vast nooit meer vergeten. Hij is bij 80, dan moet hij nog een stuk verder en nu ziet hij zonder dat hij op de nummers hoeft te letten meteen al waar het is.

In de verte staat een grote verhuiswagen. Het zou wel heel gek zijn als er op dezelfde dag in deze straat twee gezinnen verhuizen. Een ladder steekt vanuit de wagen door een raam op de derde verdieping. De deur staat open. Hij rent naar boven. De hele familie kent hem en dan hoeft hij echt niet aan te bellen. Hij ruikt de lucht van verse verf. Waarom gaan zijn ouders nooit verhuizen... Heeft hij het cadeau nog? Nou en of, de tas zit stevig in zijn hand.

Binnen ziet hij niemand. Ja toch, daar is de vader. Die staat bij het raam met een verhuizer te praten. 'Wacht maar even', zegt hij, 'je vriend is zo terug. Het is een gekkenhuis hier. Hij is even een paar bussen verf halen'.

De jongen loopt door de spierwitte kamers. Zal hij het cadeau vast uit de tas halen? Waarom niet. 't Is veel leuker om hem straks het pakje dan die plastic tas te geven. Hij haalt het tevoorschijn en legt het voorzichtig op een doos. 't Is maar klein en ineens moet hij vreselijk lachen. Het huis staat vol dozen en andere verpakkingen. Die zijn natuurlijk net naar binnen getakeld. Je kunt soms niet eens raden wat erin zit. Alles in dozen en plastic en nu heeft hij er nog iets bijgelegd.

'Wat is er', vraagt de vader, 'waarom lach je zo?'

'Allemaal cadeautjes', lacht hij, 'allemaal cadeautjes.'

En hij wijst naar alle niet uitgepakte dozen en dingen en ook even naar z'n eigen cadeau dat hij vlug weer in die plastic tas stopt.