Brinkman legt zich bij vertrek uit korps neer

ROTTERDAM, 26 SEPT. De geschorste Rotterdamse korpschef J.W. Brinkman legt zich erbij neer dat hij niet kan terugkeren naar Rotterdam. Dit zei Brinkmans advocaat, mr. C.L. van Leeuwen, gisteren nadat SER-voorzitter K.G. de Vries had geconcludeerd dat terugkeer 'uitgesloten' is.

De Vries had die mogelijkheid onderzocht in opdracht van minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken).

Dijkstal, die Brinkman volgende week ontvangt, zal waarschijnlijk beslissen dat hij niet terugkeert naar Rotterdam. In dat geval zal aan Brinkman een schadeloosstelling moeten worden betaald. De president van de Haagse rechtbank die het ontslag van Brinkman enkele weken opschortte, bepaalde dat de vergoeding de wachtgeldregeling 'aanmerkelijk te boven moet gaan'. Zij bepaalde ook dat eerste onderzocht moest worden of Brinkman die drie maanden geleden per 1 oktober ontslagen werd, in zijn functie als korpschef hersteld kon worden. De Tweede Kamer spreekt volgende week met Dijkstal over de affaire-Brinkman.

Dijkstal besloot Brinkman te ontslaan mede op basis van een rapport van korpsbeheerder, de Rotterdamse burgemeester A. Peper. De rechter noemde dit rapport subjectief en in suggestief en concludeerde dat bij het ontslag onzorgvuldig was gehandeld. In zijn rapport aan Dijkstal gaat De Vries niet in in op het rapport van Peper. “De rechter heeft het niet goed begrepen”, zei De Vries gisteren. Brinkmans advocaat noemde het 'knap' dat de SER-voorzitter in zijn 'voorspelbare' rapport “elke kritiek op Peper heeft vermeden”.

Volgens De Vries is het rapport van procureur-generaal Docters van Leeuwen en commissaris van de koningin in Zuid-Holland Leemhuis over de affaire-Brinkman 'bespottelijk'. Het tweetal stelde in juni op verzoek van Dijkstal een onderzoek in nadat het regionaal college van de burgemeesters van de Rijnmondgemeenten het vertrouwen in Brinkman had opgezegd. Ze concludeerden dat iedere korpschef in Rotterdam moeilijk zou functioneren gezien de rol van Peper. De Rotterdamse burgemeester “een spiegel voorhouden”, zoals Brinkmans advocaat vroeg, was volgens De Vries niet aan de orde.

Brinkmans advocaat noemde het onderzoek van De Vries, nog voor het was begonnen, een 'schertsvertoning'. “Het feit dat zij tot dit oordeel kwamen op het moment dat zij naar eigen zeggen nog niet over de tekst van de aan mij verstrekte opdracht beschikten, kan bezwaarlijk als een bevredigende verklaring worden beschouwd”, aldus De Vries.

In het kader van diens onderzoek had Brinkman op 22 september nog een ontmoeting met het regionaal college. Hij stelde toen twee voorwaarden aan zijn terugkeer als korpschef: een goed managementsteam en 'onvoorwaardelijke' steun van het bestuur. De Vries: “Het komt mij voor dat deze laatste eis van een ambtenaar aan het bevoegd gezag opmerkelijk is.”