Abraham en Israel

Onder de titel Abraham en Israel (CS 19-9-'97) valt M. Siesling erover dat Maarten 't Hart het verhaal van Abraham compleet verzonnen heeft genoemd. Zuiver redeneren is moeilijk en elke onzuiverheid bestrijden is onbegonnen werk, maar de actualiteit en de ernst van het thema rechtvaardigen hier toch een reactie.

Siesling suggereert dat een opvatting met onaangename consequenties ipso facto onjuist moet wezen: dan, aldus Siesling, wordt de zaak van het Beloofde Land van elke rechtsgrond ontbloot en wordt de besnijdenis tot een ritueel gedegradeerd, en dat kan natuurlijk niet! Deze redeneerfout vloeit voort uit wat psychologen cognitieve dissonantie noemen: als de consequenties van een feit zo vérstrekkend zijn dat onze gemoedsrust danig wordt verstoord dan verwerpen we liever het feit.

Hierbij hebben wij 't Hart helemaal niet nodig. Weten wij zeker dat God iets aan Abraham heeft beloofd? Het is heel voorstelbaar dat Abraham het zich heeft verbeeld - oprechte dwaling - het is even voorstelbaar dat Abraham het zelf heeft verzonnen, om zijn volk tot een lange reis te bewegen - misleiding om bestwil. Deze varianten hebben dezelfde consequenties als de conclusie van 't Hart.

In verband hiermee moet worden vermeld dat wij nooit zullen weten welke uitleg juist is. Belangrijk is wél dat, zolang deze varianten niet kunnen worden weerlegd, de zaak van het Beloofde Land sowieso elke rechtsgrond mist. Een vierduizend jaar oude en vermeende belofte verheffen tot 'principieel fundament' van huidige aanspraken is even belachelijk als de huidige joden aanrekenen dat hun verre voorouders ordinaire indringers waren in een land dat het hunne niet was.

De gangbare religieuze interpretaties zijn willekeurig: men kiest die uitleg die men graag wil geloven. Ik gun dat iedereen maar wie zo kiest mag geen ander een eigen voorkeur ontzeggen. Daarom is de zaak van het Beloofde Land niet te redden, want aldus kan menige aanspraak worden gerechtvaardigd; dat leidt tot impasses en tot bloedige terreur als de eigen overtuiging overgaat in onverdraagzaam fanatisme. Is dat niet de kern van het conflict tussen de fundamentalistische islamieten en de orthodoxe joden: dat beide partijen alleen nog hun eigen gelijk zien?

Men moet wel weten wat men doet wanneer men over de Bijbel schrijft. Dat geldt ook voor Siesling wanneer hij de consequenties van een interpretatie niet wil aanvaarden: of men de Bijbel nu aanhangt of niet, wie overtuigend wil communiceren moet zuiver redeneren.