Zonder een visum geen kans voor asielzoeker

DEN HAAG, 25 SEPT. Buitenlanders moeten voortaan weer aan de Nederlandse ambassade in hun land een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) vragen als zij zich in Nederland willen vestigen. Met dit visum kan een buitenlander in Nederland een verblijfsvergunning aanvragen. De mvv zèlf geeft geen recht op langdurige verblijf.

Een meerderheid van De Tweede Kamer ging gisteren grotendeels akkoord met deze wijziging van de Vreemdelingenwet van de hand van oppositiepartij CDA. Uitzonderingen worden gemaakt voor onder anderen vluchtelingen en buitenlanders die in het kader van gezinshereniging naar Nederland komen. Slachtoffers van vrouwenhandel of mensen die daartegen willen getuigen, hoeven ook geen mvv te hebben.

Waarschijnlijk hoeven vreemdelingen, die vergeten zijn hun verblijfsvergunning te verlengen, ook geen mvv te tonen. Het Tweede-Kamerlid Apostolou (PvdA) vond niet dat deze mensen eerst naar hun moederland moeten reizen om een mvv te krijgen en vervolgens weer naar Nederland gaan om een verblijfsvergunning aan te vragen. “Dat is het toppunt van bureaucratie. Die mensen moeten dan duizenden guldens uitgeven voor niks.”

De toestemming om in Nederland een verblijfsvergunning te kunnen aanvragen (het mvv-vereiste) bespaart Justitie veel werk. Nu komen buitenlanders op een toeristenvisum voor drie maanden en vragen dan soms alsnog een verblijfsvergunning aan. Met invoering van de verplichte mvv kan Justitie in zulke gevallen direct de aanvraag weigeren. In totaal behandelt Justitie jaarlijks zo'n dertigduizend aanvragen voor een mvv.

Overigens bestaat het mvv-vereiste al langer. Maar vorig jaar oordeelde de rechtseenheidkamer dat voor zo'n verregaande eis een deugdelijke wettelijke basis ontbrak. Sindsdien neemt Justitie ook aanvragen voor een verblijfsvergunning zonder een mvv in behandeling - vaak tot woede van de visumkantoren van Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland.

Na de uitspraak van de rechtseenheidskamer diende oppositiepartij CDA een wetswijziging in. Staatssecretaris Schmitz (Justitie) erkende gisteren dat haar departement zich ook had gebogen over een wijziging, maar dat het Tweede-Kamerlid Verhagen (CDA) haar te snel af was.