Zakenvrouw blijft zichzelf

Het Amerikaanse maandblad Vanity Fair bracht in juli een uitgebreide fotoreportage van Lady Di onder de kop 'Diana Reborn'. Een achteraf navrante titel die als een schaduw blijft hangen over de glossy foto's van een subliem geklede en stralende Diana. Aanleiding was de veiling van 79 stukken uit haar garderobe.

Alle facetten kwamen volgens Vanity Fair aan bod, van Disco Di tot Dynasty Di en Dedicated Di. Zonder weemoed liet Diana haar kleding onder de hamer verdwijnen in de wetenschap dat ze vijf liefdadigheidsinstellingen met de opbrengst zou verblijden.

Ook de International Herald Tribune wijdde begin deze maand een textiel 'in memoriam' aan de prinses. Volgens de auteur, Suzy Menkes, is Lady Di's kledingstijl in de laatste jaren van haar leven symbolisch geweest voor het postfeministische kleden. Ze beschrijft de metamorfose van Shy Di naar Princess Superstar. Vooral na haar scheiding maakte ze zich los van de koninklijke codes en stoffige juwelen. Volgens Menkes zal de prinses - ondanks haar couturekleding van Catherine Walker en andere niet-Britse designers - echter niet de geschiedenis ingaan als een fashion leader, maar als een vrouw waarmee duizenden zich wilden identificeren.

Behalve Nederlandse vrouwen dan. Die spiegelen zich niet slaafs aan bekende sexegenoten. Volgens een aantal stylisten en inkopers wil de Nederlandse vrouw nimmer de textiele kloon zijn van een personality. Trouwens, aan wie zou ze zich moeten spiegelen? Aan Ria Lubbers, aan Pia Dijkstra? Aanschouw de Nederlandse vrouw en zie haar nuchterheid, luidt het credo van de mensen uit het modevak.

Deze neiging tot soberheid staat in schril contrast tot de kleurrijke en met gouden knopen beslagen vrouw uit Hamburg, de gesoigneerde madame uit Parijs en de opgedofte New-Yorkse. Vrouwelijk Amerika bijvoorbeeld kent wel degelijk idolen: als Hillary Clinton in een hemelsblauw pakje verschijnt, zijn de hemelsblauwe pakjes de volgende dag uitverkocht. Ook Carolyn Bessette Kennedy - de vrouw van John F. jr -, Madonna (pleitbezorgster van Jean Paul Gaultier en Dolce & Gabbana) en Armani-adept Jodie Forster spelen een soortgelijke rol.

Gewezen op dit nuchtere en weinig glamoureus imago beaamt Marieke Klosters, freelance pr-medewerker voor onder meer Amsterdam Hilton en Arthur Andersen, dat ze niet uitgesproken flamboyante kleding draagt en dat ze - heel Hollands - kleding wil die een paar seizoenen meegaat en makkelijk zit. Dat wil zeggen: geen naaldhakken, zoals de mode voorschrijft, en geen knellende kleding, maar 'ademende' materialen. Ze voelt zich aangetrokken tot het hogere confectiewerk van Duitse bodem en Max Mara.

Anne Wertheim, directeur van het Amsterdamse John Adams Institute, zegt over de nuchtere Hollandse kledingstijl: “We zouden wat speelser kunnen zijn, maar er zijn genoeg vrouwen die er goed uitzien.” Zelf ontwikkelde ze haar kledingsmaak in de jaren zeventig als mannequin bij Frans Molenaar. Tegenwoordig kiest ze voor haar werk voor lichte en natuurlijke materialen. Op kantoor moet kleding comfortabel zitten en 's avonds moet een en ander met enkele eenvoudige handgrepen om te toveren zijn naar het niveau voor Concertgebouw, opera of etentje. Volgens Wertheim vertonen de eisen die werkende vrouwen tegenwoordig aan hun kleding stellen overeenkomsten met de eisen die voor mannenkleding altijd al golden: comfortabel, praktisch en van goede kwaliteit. Hoewel ze de kleding aan de prijs vindt, noemt Wertheim Dolce & Gabbana en Jil Sander als favoriete ontwerpers.

Deze namen staan ook bovenaan bij Hetti Jongsma, hoofd van de Aziatische afdeling bij veilinghuis Christie's. Geprezen wordt het understatement karakter, de pasvorm en de stofkwaliteit van beide ontwerpers. Jongsma noemt zichzelf een “merkkoper uit gemakzucht”, maar vindt dat signatuur en prijs nooit van de kleding mogen afstralen. Ze opteert voor zwarte, blauwe of donkergrijze kleuren en een rok-jasje-combinatie. Opzichtigheid is voor haar taboe. Wel kiest ze - net als Klosters en Wertheim - liever voor één goed, desnoods prijzig, comfortabel kledingstuk dat de seizoenen overleeft.

Tot een jaar geleden mochten vrouwen bij Christie's in Amsterdam, Brussel en Parijs geen broek dragen. Alleen op het Londense hoofdkantoor is een broek voor vrouwen nog steeds not done. Bij Christie's geldt een lossere code dan in de Engelse of Amerikaanse zakenwereld. In Amerikaanse bedrijven kleden vrouwen zich duidelijker naar hun functieniveau en kiezen ze voor een zakelijke look die - mede door kapsel en cosmetica - gepolijster is dan in Nederland.

Met het nuchtere imago, dat volgens het modevolkje ook in het buitenland als kenmerkend wordt ervaren, zal de Nederlandse vrouw moeten leven. De vele gedaanten van Lady Di hebben hier geen wortel kunnen schieten. Weinig vrouwen zullen Di's ochtendritueel overigens benijd hebben. 's Ochtends opstaan met de gedachte dat elke dag iedere kledingvezel op film belandt, moet voor iedere vrouw een nachtmerrie zijn.