Vrouwsjouwen

Het dwergwerpen dreigde vorig jaar ook in ons land in zwang te komen, maar staatssecretaris Terpstra lag dwars en het feest ging niet door. De talrijke liefhebbers van plat vermaak troosten zich met ordinaire krachtpatsers die met boomstammen jongleerden of met palingrukkers, katknuppelaars, kanarieknijpers en parkietenschieters.

In feite zat iedereen te wachten op iets nieuws, iets grofs en toch gezelligs. De organisatoren van Dorpsfeest Hoogland hebben het gevonden: vrouwsjouwen. 'De man die het snelst een hindernisbaan aflegt met een vrouw in de armen wint de prijs', meldde verslaggeefster Maria Geluk vlak voor de wedstrijd in de Amersfoortse Courant, 'hoe zwaarder de vrouw, hoe groter de beloning'. Naar verluidt stonden alle potige Veluwse brandweermannen te popelen, eindelijk een deerntje in de armen zonder die vermaledijde vlammen en zwaailichten, hysterisch gekrijs en ongewild urineverlies.

Hoe zou ik het aanpakken? Helaas mag je de sjouwvrouw niet als een zak kattenbakkorrels over de schouder slingeren; je moet haar in de armen nemen. Mogen haar armen wel om mijn hals, alstublieft? Anders raken ze in de knoop en dat is nu eenmaal ondoelmatig. Hoe langer je erover denkt, hoe briljanter het Hooglandse idee wordt. Die hindernisbaan op het feestterrein in Stadspark Schothorst symboliseerde natuurlijk het volle leven, een traject dat zoals bekend zelden over rozen gaat. Hoe zwaarder de vrouw, hoe groter de beloning kan niet anders dan verwijzen naar bevallen van een twee- of meerling. Als de vrouwsjouwer struikelt en valt, weet het publiek dat er in elk geval voor haar nog hoop is. Een gevallen man kan het wel schudden. Maar samen vallen is altijd te verkiezen boven een smak maken in je eentje, toch?

Jammer dat de zogeheten brandweergreep niet is toegestaan; volgens het Oranje Kruis-boekje (editie 1964) kan elke gezonde EHBO'er zo een niet al te zware bewusteloze optillen en wegdragen. Het boekje biedt echter een alternatief: de vrouw slaat haar armen om de hals van de man en deze grijpt haar met één arm om de rug heen onder de oksel en met de andere onder de knieën door. Die greep heb ik meer dan tien jaar geleden toegepast op mijn dennennaalddunne echtgenote; ik had een week rugpijn. Op je trouwdag en omringd door familie, vrienden en vriendinnen heb je dat er wel voor over, maar voor een wildvreemde vrouw? Op een feestterrein vol joelende omstanders?

Ik weet hoe je kampioen wordt, fluitje van een cent voor een Carapatiënt. Een uur voor de wedstrijd inhaleer je een capsule Ventolin, twee capsules Flixotide en, om de luchtwegen tot enorme proporties te verwijden, nog twee capsules Foradil. Alvorens de sjouwvrouw in mijn armen te nemen, kus ik haar vol op de mond en blaas zo veel lucht in haar dat ze opzwelt als een ballon. Ze oogt gigantisch maar is in werkelijkheid zo licht als een veertje. Glimlachend zweven we over de brandnetelbarrières, waden door het met bier gevulde vijvertje en dansen elegant over de doornenstruiken, wuivend naar het enthousiaste publiek. Na de finish ga ik, zogenaamd voor een foto, gelijk een banale grofwildjager met één been op de buik van de sjouwvrouw staan, trommel mij net als Tarzan op de borst om de aandacht af te leiden, kus haar opnieuw en pers ongemerkt mijn lucht uit haar lijf terug in het mijne. De uitzinnige massa meent dat mijn borstkas van trots zwelt en dat zij laboreert aan gezichtsverlies.