Verdeling

Voor universiteiten is, verdeeld over drie jaar, 193 miljoen gulden beschikbaar om het onderwijs te verbeteren. Voor hogescholen is dat 290 miljoen. Dit geld maakt deel uit van het zogenoemde studeerbaarheidsfonds. Het meeste geld voor de universiteiten gaat naar de Universiteit van Amsterdam (28 miljoen), de Rijksuniversiteit Utrecht (27 miljoen) en de Rijksuniversiteit Groningen (21 miljoen). De Technische Universiteit Eindhoven moet het doen met 6 miljoen. Bij de hogescholen zijn de koplopers: de Hogeschool Katholieke Leergangen Tilburg (32 miljoen), de Hogeschool van Utrecht (26 miljoen) en de Hogeschool van Amsterdam (19 miljoen). De Katholieke Pabo Zwolle kan maximaal een half miljoen tegemoet zien.

Universiteiten

Het inmiddels toegekende geld aan de universiteiten is bestemd voor de volgende projecten: 1. Informatie- en communicatietechnologie (ca. 20 procent): computergebruik in het onderwijs.

2. Studeerbaarheid van het curriculum (ca. 16 procent): nieuwe onderwijsvormen, betere onderlinge afstemming van vakken.

3. Kwaliteitszorg (ca. 8 procent): verbetering evaluatiesysteem, opzetten student-volgsysteem.

4. Verbetering specifieke cursussen (ca. 7 procent).

5). Verbetering studiebegeleiding door mentoren (6 procent).

Hogescholen

In het hoger beroepsonderwijs is geld toegekend voor de volgende projecten:

1. Vernieuwing van curriculum (ca. 15 procent): bijstelling op basis van visitatierapporten, introductie van 'beroepsprofielen'.

2. Training van docenten (ca.13 procent).

3. Informatie- en communicatietechnologie (ca. 10 procent).

4. Vergroting van de zelfstandigheid van student (ca. 10 procent).5. Vergroting studeerbaarheid van het onderwijsprogramma (ca. 9 procent): betere planning, programmering, studiefaciliteiten en informatievoorziening.

Instellingen hebben drie jaar de tijd om projectvoorstellen in te dienen. De Universiteiten van Nijmegen en Groningen hadden reeds na een jaar al het beschikbare geld geïncasseerd. Zes universiteiten hebben nog geld uitstaan bij het fonds, met de UvA als koploper.